LetselschadeSlachtoffer.nl

Een werkgever kan op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk worden gesteld voor de schade die een werknemer heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. Het wetsartikel dat handelt over werkgeversaansprakelijkheid luidt als volgt:

7:758 BW: Werkgeversaansprakelijkheid

Lid 1

De werkgever is verplicht de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee hij de arbeid doet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden alsmede voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt.

Lid 2

De werkgever is jegens de werknemer aansprakelijk voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij hij aantoont dat hij de in lid 1 genoemde verplichtingen is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.

Lid 3

Van de leden 1 en 2 en van hetgeen titel 3 van Boek 6, bepaalt over de aansprakelijkheid van de werkgever kan niet ten nadele van de werknemer worden afgeweken.

Lid 4

Hij die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf arbeid laat verrichten door een persoon met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft, is overeenkomstig de leden 1 tot en met 3 aansprakelijk voor de schade die deze persoon in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt. De kantonrechter is bevoegd kennis te nemen van vorderingen op grond van de eerste zin van dit lid. 

Wettelijke grondslag voor werkgeversaansprakelijkheid

De wettelijke grondslag voor de werkgeversaansprakelijkheid is dus artikel 7:658 BW. De werknemer geniet veel bescherming op basis van dit artikel. Dit betekent dat de werkgever al snel aansprakelijk kan worden geacht in geval van schade bij de werknemer.

Werkgever heeft grote verantwoordelijkheid jegens zijn werknemers

Daarom is het van groot belang dat de werkgever zich ervan bewust is dat hij een grote verantwoordelijkheid heeft tegenover zijn werknemers. Uit de jurisprudentie blijkt dat de werkgever zich bewust dient te zijn van de (potentiële) gevaren en waar mogelijk anticipeert en steeds pro-actief dient in te grijpen. [1]

  • Indien is bewezen dat de werkgever aansprakelijk is krijgt de werknemer de schade die hij heeft geleden vergoed.
  • De reden waarom de werkgeversaansprakelijkheid zo ver gaat is om de werknemer, die een ondergeschikte positie heeft, te beschermen. “De werknemer verdient een zekere bescherming vanwege de ongelijke positie die hij inneemt ten opzichte van zijn werkgever met betrekking tot de zeggenschap die de werkgever uit kan oefenen op de werknemer.” [2]
  • Onder genoemd artikel kan de werkgever ook aansprakelijk worden gesteld voor zuiver psychisch letsel. [3]

Bedrijfsuitje en aansprakelijkheid van de werkgever

De werkgeversaansprakelijkheid kan zelfs zo ver gaan dat schade die is ontstaan tijdens een bedrijfsuitje valt onder de norm “in de uitoefening van de werkzaamheden”. Meestal zal het dan gaan om een verplichtbedrijfsuitje.

Zorgplicht werkgever

In lid 1 van artikel 7:658 BW staat een plicht vermeld voor de werkgever, de zogenaamde zorgplicht van de werkgever. In dit lid gaat het met name om de veiligheid van de werknemer die dient te worden gewaarborgd. De werkgever dient te voorkomen dat de werknemer tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden schade zal lijden.

Zie ook: zorgplicht van de werkgever.

Schade werknemer en aansprakelijkheid werkgever

In lid 2 van hetzelfde artikel gaat het om de schade aan de kant van de werknemer en de aansprakelijkheid van de werkgever. De werkgever is natuurlijk niet altijd aansprakelijk voor de schade die de werknemer heeft geleden. Indien de werkgever kan aantonen dat de zorgplicht door hem is nagekomen of indien de schade die de werknemer heeft geleden een belangrijk gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid, dan kan de werkgever niet aansprakelijk worden gesteld voor de schade.

Wanneer valt iets onder het bedrijfsrisico?

Een zaak die duidelijk laat zien hoe belangrijk artikel 7:658 BW is voor de werkgeversaansprakelijkheid is de zaak over een pakketbezorgster.

  • De pakketbezorgster was tijdens het bezorgen van een pakket uitgegleden in de sneeuw.
  • De kantonrechter heeft in deze zaak geoordeeld dat het ongeval dat heeft plaatsgevonden onder het bedrijfsrisico valt.
  • Dit komt erop neer dat de werknemer ook in gevallen waarbij hij niet op de werkvloer schade loopt alsnog de werkgever aansprakelijk kan stellen, omdat het ongeval heeft plaatsgevonden tijdens het verrichten van de werkzaamheden.
  • De werkgever dient zich dan ook in zulke gevallen te houden aan een veiligheidsverplichting.
  • In dit specifieke geval zou de werkgever ervoor kunnen zorgen dat de werknemers worden verplicht om speciale schoenen te dragen tijdens het werken. [4]
  • De werkgever kan zich niet van aansprakelijkheid bevrijden door te stellen dat er geen of onvoldoende regelgeving is, of door te stellen dat iedereen in de branche op de door hem gevolgde wijze werkt.” [5]

Zie ook: samenvatting van dit arrest (ECLI:NL:RBMNE:2016:2615).

Omkeringsregel

Indien de werknemer schade heeft opgelopen dient de werkgever te bewijzen dat er geen causaal verband is tussen de schade en de uitoefening van de werkzaamheden. Dit betekent dat er in het geval van werkgeversaansprakelijkheid een omkeringsregel geldt. Dit komt erop neer dat de werkgever dient te bewijzen dat hij niet aansprakelijk is voor de schade die is opgelopen door de werknemer. [6]

Uitsluitingsgronden

Uit artikel 7:658 BW en de jurisprudentie hierover blijkt dat de werkgever vaak aansprakelijk moet worden geacht. Toch zijn er gevallen waarin de werkgever onder de aansprakelijkheid kan komen. Dit is mogelijk in gevallen waarin er sprake is van bewuste roekeloosheid aan de kant van de werknemer zelf.

Zie ook: disculpatiegronden.

Bewuste roekeloosheid werknemer

Wanneer is er eigenlijk sprake van bewuste roekeloosheid? Bewuste roekeloosheid aan de kant van de werknemer is er wanneer de werknemer overgaat tot risicovol gedrag. Op het moment dat de werknemer dit gedrag toont is hij bewust van het risico dat hij neemt. [7]

Niet snel aangenomen

Toch wordt bewuste roekeloosheid niet zo snel aangenomen. De werkgever dient aan de rechter te bewijzen dat de werknemer de aanmerkelijke kans op verwezenlijking van de gedraging bewust was, maar dan nog zich niet heeft onthouden van deze gedraging terwijl de werknemer zich wel behoorde te onthouden van deze gedraging. Dat dit niet zo makkelijk is te bewijzen is onder andere gebleken in het arrest Pollemans/Hoondert.

Zaak Pollemans/Hoondert

In deze zaak betreft het een werknemer die een aantal keren is gewaarschuwd door de werkgever om niet naast de steigerdelen te lopen. De werknemer is ondanks deze waarschuwingen van de werkgever toch naast de steigerdelen gaan lopen waardoor hij tijdens het staan op een onbeschermd stuk door het dak is gezakt en twee meter naar beneden is gevallen. De werkgever heeft weliswaar een aantal keren Pollemans gewaarschuwd om niet te staan op het onbeschermde stuk, maar dit is volgens de Hoge Raad niet voldoende geweest om aan te nemen dat Pollemans bewust roekeloos heeft gehandeld. Volgens de Hoge Raad heeft Pollemans dan ook niet bewust roekeloos gehandeld en kan derhalve zijn werkgever aansprakelijk worden gesteld.

Bewuste roekeloosheid wordt door de rechter niet snel aangenomen. Dit komt met name doordat een werknemer zich zelf niet snel opzettelijk zal verwonden. [8]

Zie ook: samenvatting van Pollemans/Hoondert arrest.

Alle vereiste maatregelen door werkgever genomen

Een ander punt waarop de werkgever zich kan beroepen zodat hij niet meer aansprakelijk kan worden gesteld voor de schade die de werknemer heeft geleden, is dat de werkgever dient aan te tonen dat ook al had hij de vereiste maatregelen genomen om zo het ongeval te voorkomen, dit dan alsnog geen effect zou hebben gehad. De kans dat dit verweer zal slagen is vrij nihil, omdat dit niet vaak voorkomt. Dit heeft de Hoge Raad in het arrest Fransen/Pasteurziekenhuis bepaald. Het ging in casu om een verpleegkundige die tijdens het verrichten van haar werkzaamheden als verpleegkundige is uitgegleden over een injectienaald die op de grond lag. Het gevolg van deze val was dat Fransen haar heup brak.

Geconcludeerd kan worden dat men als werknemer veel bescherming geniet op grond van de wet.

Dit komt met name door het feit dat de werknemer een ongelijke positie inneemt ten opzichte van zijn werkgever. Nu de werknemer veel bescherming geniet betekent het voor de werkgever dat hij alerter dient te zijn.

Bronnen:

[1] De asbestarresten Cijsouw I en II, HR 25 juni 1993 NJ 1993, 686 en HR 2 oktober 1998, JAR 1998, 228.

[2] Loonstra en Zondag 2004, p. 238.

[3] L.E.M., Letsel & Schade. ‘De bewijslast in beroepsziektezaken onder de loep’, p. 125.

[4] ECLI:NL:RBMNE:2016:2615.

[5] HR 2 oktober 1998, JAR 1998/228.

[6] A.G. Castermans & P.W. den Hollander, “Werkgeversaansprakelijkheid voor RSI, repetitive strain voor de rechter”, p. 161.

[7] www.arbeidsrechter.nl

[8] HR 20 september 1996, NJ 1997, 198 Pollemans/Hoondert.

Diensten

Wat doen wij en voor wie doen wij dat? Voor slachtoffers van letselschade en voor letselschadeprofessionals die behoefte hebben aan objectieve informatie over letselschade.

Kennis

LetselschadeSlachtoffer.nl biedt met haar website de laatste stand van zaken op het gebied van Jurisprudentie en legt via Wikipedia de termen uit die bij letselschade worden gebruikt.

Hulp

Heeft u zelf een ongeval met letsel meegemaakt en wenst u professionele en kosteloze hulp van ervaren letselschadejuristen? Neem dan contact met ons op via het contactformulier op deze site.