Achtergrond en definitie: Disculpatiegronden

In Nederland geldt ingevolge artikel 150 Rv de leer dat de partij die zich op de rechtsgevolgen beroept van de door die partij gestelde feiten, op deze partij ook de bewijslast rust:

Artikel 150 Rv: “De partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten, draagt de bewijslast van die feiten of rechtentenzij uit enige bijzondere regel of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid een andere verdeling van de bewijslast voortvloeit”.

Uit de zinsnede “tenzij uit (..) bewijslast voortvloeit”, volgt dat voornoemde hoofdregel niet altijd op gaat. De wet schrijft regelmatig een andere bewijslastverdeling voor, waarbij tevens het risico dat doorgaans met het te leveren bewijs gepaard gaat, verandert, dan wel bij een andere partij neergelegd wordt.[1] Indien de bewijslast bij de andere partij gelegd wordt, wordt ook wel gesproken van een omkering van de bewijslast.[2]De partij die op grond van het wettelijk of feitelijk vermoeden aansprakelijk wordt geacht, dient zich dan te beroepen op bepaalde ‘disculpatiegronden’ om nog van aansprakelijkheid te kunnen worden bevrijd (ofwel kan worden gedisculpeerd). Is die partij daartoe niet in staat, dan staat aansprakelijkheid vast. Een beroep op een disculpatiegrond is daarmee een beroep op het ontbreken van schuld[3], hetgeen maakt dat disculpatiegronden ook wel schulduitsluitingsgronden worden genoemd.[4]

Disculpatiegronden als het gaat om letselschade

Indien een partij zich met succes op een disculpatiegrond beroept in een situatie waarbij door een ongeval letsel is ontstaan, heeft dat tot gevolg dat deze partij geen schuld heeft ten aanzien van het ontstane letsel. Hem valt dan geen verwijt te maken.[5]  Enkele vaak voorkomende disculpatiegronden in letselschadezaken op een rijtje:

Arbeidsongevallen

Op het moment dat een werknemer letselschade oploopt in de uitoefening van zijn werkzaamheden, is de werkgever ingevolge artikel 7:658 BW aansprakelijk voor de door de werknemer geleden schade (zie ook: bedrijfsongeval). Dit tenzij de werkgever kan aantonen dat sprake is van één of meer van de volgende disculpatiegronden waarbij:

  • de werkgever aannemelijk maakt dat hij de voor hem geldende verplichtingen is nagekomen zoals geformuleerd in artikel 7:658 lid 1 BW (zie in dat kader ook: Zorgplicht werkgever);
  • de werkgever aannemelijk maakt dat nakoming van de op hem rustende verplichtingen het ongeval niet zou hebben voorkomen[6];
  • de werkgever aannemelijk maakt dat de schade in belangrijke mate het gevolg is geweest van opzet of bewuste roekeloosheid aan de kant van de werknemer zelf.[7]

Bewijslast ligt bij werkgever

Op de werkgever rust ten aanzien van voornoemde disculpatiegronden de stelplicht en bij gemotiveerde betwisting, de bewijslast. Indien de werknemer erin slaagt hetgeen door de werkgever is gesteld, gemotiveerd te betwisten, dan rust op de werkgever naast de bewijslast ook het bewijsrisico van de door hem aangedragen feiten en omstandigheden.[8] Uit het bovenstaande blijkt dat het niet noodzakelijk is dat de oorzaak van het geval vast komt te staan. Van een werknemer kan immers niet worden verlangd de precieze toedracht of de oorzaak van een arbeidsongeval te bewijzen. [9]

Beroepsziekten

Als het gaat om beroepsziekten, dat wil zeggen gezondheidsklachten die zijn ontstaan door of tijdens de werkzaamheden, dan hoeft de werknemer niet méér te stellen dan dat hem of haar door het werk een beroepsziekte is overkomen.[10] In het geval van bijvoorbeeld RSI (Repetitive Strain Injury) zal de werknemer, met behulp van (medische) deskundigenverklaringen dienen te stellen dat sprake is van een of meer van de klachten die door deskundigen als ‘erkende’ RSI-klachten zijn vastgesteld en dat die zijn voortgekomen uit de op grond van de arbeidsovereenkomst gedane werkzaamheden, dan wel uit de wijze waarop en/of de omstandigheden waaronder die werkzaamheden gewoonlijk worden verricht.[11] Denk in dat kader aan omstandigheden als vaak achter een beeldscherm werken, stress en het ontbreken van fatsoenlijk meubilair voor werknemers.[12]

Zorgplicht voldaan?

Vervolgens dient de werkgever alle gegevens aan te leveren waar hij beschikking over heeft, waarbij bovendien dient te worden aangetoond dat hij, gelet op de actuele stand van zaken en voorhanden zijnde techniek, datgeen heeft gedaan wat van hem redelijkerwijs kon en mocht worden verwacht om de RSI-klachten af te wenden.[13] Zie in dat kader opnieuw: Zorgplicht werkgever. Indien de werkgever daartoe in staat is, dan loopt de vordering van de werknemer stuk. Is de werkgever daartoe niet in staat, dan kan de werkgever zich nog slechts ‘disculperen’ door te bewijzen dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer, dan wel dat de niet gedane voorzorgsmaatregelen het ontstaan van de beroepsziekte niet hadden kunnen tegengaan.

Indien de werknemer bewijst dat hem of haar door het werk een beroepsziekte is overkomen, dan wordt het oorzakelijke verband tussen de gevaarzetting en de opgetreden gezondheidsschade, aangenomen (zie ook: causaliteit). De werkgever kan dan niet gemakkelijk nog aan aansprakelijkheid ontkomen. Opzet en bewuste roekeloosheid van een werknemer worden immers niet snel aangenomen. Het bewijs dat de ziekte ook zou zijn opgetreden indien de voorzorgsmaatregelen wel zouden zijn genomen, zal voor een werkgever moeilijk te leveren zijn.[14]

Unilever/Dikmans

Uit het arrest Unilever/Dikmans kan vervolgens worden afgeleid dat de stelplicht en bewijslast van werkgever en werknemer communicerende vaten zijn[15]: hoe meer de werknemer stelt en bewijst over de oorzakelijke relatie tussen ziekte en werk, hoe meer de werkgever dient aan te voeren om aan te kunnen tonen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan en nog kan worden gedisculpeerd in aansprakelijkheid. Dit terwijl hoe meer de werknemer stelt over de niet-nakoming door de werkgever van de zorgplicht, hoe meer de werkgever moet stellen over het ontbreken van het oorzakelijke verband tussen het niet nakomen van de zorgplicht en de schade om nog te kunnen worden gedisculpeerd in aansprakelijkheid.[16]

Verkeersongevallen

Ingevolge artikel 185 WVW is bij een verkeersongeval tussen een motorrijtuig (bijvoorbeeld een auto, vrachtwagen of motor) en een ongemotoriseerde verkeersdeelnemer (bijvoorbeeld een voetganger of een fietser), de eigenaar of houder van een motorrijtuig aansprakelijk voor de geleden letselschade, tenzij een beroep op overmacht slaagt. Zie in dat kader ook artikel 185. Het beroep op overmacht vormt hier de disculpatiegrond.

Aansprakelijkheid van ouders

Ingevolge artikel 6:169 lid 2 BW worden ouders voor de gedragingen van kinderen van 14 en 15 jaar aansprakelijk gehouden (onrechtmatig aangebracht letsel bij een ander daaronder begrepen), tenzij ouders zich kunnen disculperen door aan te tonen dat hen niet verweten kan worden dat zij de gedraging niet belet hebben.[17] Deze zogenoemde bevrijdende disculpatiegrond wordt in de rechtspraak doorgaans relatief eenvoudig aangenomen.[18]

Mededaderschap (artikel 6:99 BW)

Indien vaststaat dat het letsel door één of meer gebeurtenissen is veroorzaakt, maar niet vaststaat door welke gebeurtenis dan precies, dan wordt de bewijslast voor het leveren van het oorzakelijke verband, omgekeerd. Iedere dader dient dan de veroorzaakte letselschade te vergoeden, tenzij hij of zij in staat is zich te disculperen door te bewijzen dat het letsel niet is ontstaan door zijn of haar toedoen.[19]

Bronnen: 

[1] H.W.B. thoe Schwartzenberg, Civiel bewijsrecht voor de rechtspraktijk, Apeldoorn: Maklu 2008, p. 59.

[2] Ibid.

[3] http://www.encyclo.nl/begrip/DISCULPATIE

[4] https://www.letselschadeslachtoffer.nl/letselschade-wikipedia/

[5] https://www.letselschadeslachtoffer.nl/letselschade-wikipedia/

[6] HR 12 september 2003, NJ 2004, 177 met nt. GHvV (Koffievlek).

[7] H.W.B. thoe Schwartzenberg, Civiel bewijsrecht voor de rechtspraktijk, Apeldoorn: Maklu 2008, p. 61

[8] HR 10 december 1999, NJ 2000, 211 met nt. PAS (Franssen/Pasteurziekenhuis).

[9] HR 4 mei 2001, NJ 2001, 377.

[10] HR 26 januari 2001 NJ 2001, 597 (Weststrate/De Schelde).

[11] http://www.letselschade-kenniscentrum.nl/stelplicht-bewijslast-eigen-schuld.php

[12] http://www.letselschade-kenniscentrum.nl/stelplicht-bewijslast-eigen-schuld.php

[13] http://www.letselschade-kenniscentrum.nl/stelplicht-bewijslast-eigen-schuld.php

[14] http://www.letselschade-kenniscentrum.nl/stelplicht-bewijslast-eigen-schuld.php

[15] HR 17 november 2000, JAR 2000, 261 (Unilever/Dikmans).

[16] http://www.letselschade-kenniscentrum.nl/gevaarlijke-situatie.php

[17] J.M. van Dunné, Onrechtmatige daad: Overige verbintenissen, Deventer: Kluwer 2004.

[18] G.M. van Wassenaer, ‘Het voorstel Çörüz/Oskam, of de puberouder in de beklaagdenbank’, Verkeersrecht 2013, 4, p. 127.

[19] Zie in dat kader bijvoorbeeld HR 31 januari 2003, NJ 2003, 346, met noot JMB (Drewel cs/AMEV) en HR 9 oktober 1992, NJ 1994, 535 met noot C.J.H. Brunner (DES).

Diensten

Diensten

Wat doen wij en voor wie doen wij dat? Voor slachtoffers van letselschade en voor letselschadeprofessionals die behoefte hebben aan objectieve informatie over letselschade.

Kennis

Kennis

LetselschadeSlachtoffer.nl biedt met haar website de laatste stand van zaken op het gebied van Jurisprudentie en legt via Wikipedia de termen uit die bij letselschade worden gebruikt.

Hulp

Hulp

Heeft u zelf een ongeval met letsel meegemaakt en wenst u professionele en kosteloze hulp van ervaren letselschadejuristen? Neem dan contact met ons op via het contactformulier op deze site.