LetselschadeSlachtoffer.nl

De totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst kan de laatste fase van een letselschadeprocedure genoemd worden. Een vaststellingsovereenkomst is vormvrij, maar in de algemene praktijk vormt de overeenkomst in de meeste gevallen een eindafwikkeling waarin alle schade, ook de toekomstige schade, is berekend door partijen. Er komt vast te liggen dat de aansprakelijke partij, meestal de verzekeraar, in zal staan voor betaling van het overeengekomen bedrag.[1]

Finale kwijtingsclausule

Door een finale kwijtingsclausule op te nemen, is het voor het slachtoffer niet meer mogelijk om terug te komen op het bedrag. Dit zou kunnen voorkomen wanneer bijvoorbeeld de medische kosten hoger uitvallen dan is ingecalculeerd. Het slachtoffer moet dus goed geïnformeerd worden over de eventueel in de toekomst kunnen optredende verergering van de klachten. Ook de verzekeraar bevestigt door middel van de clausule niets meer van het slachtoffer te willen vorderen, mocht de schade bijvoorbeeld toch lager uitvallen.

Art. 7:900 jo. 7:901 BW

Met de aanvulling van Boek 7 in het Burgerlijk Wetboek in september 1993 is de vaststellingsovereenkomst wettelijk vastgelegd.[2] Dading lijkt op een vaststellingsovereenkomst en was wel reeds in de wet opgenomen. Echter, de vaststellingsovereenkomst is veel ruimer. Het artikel, 7:900 BW, luidt als volgt:

 ‘Bij een vaststellingsovereenkomst binden partijen, ter beëindiging of ter voorkoming van onzekerheid of geschil omtrent hetgeen tussen hen rechtens geldt, zich jegens elkaar aan een vaststelling daarvan, bestemd om ook te gelden voor zover zij van de tevoren bestaande rechtstoestand mocht afwijken.’[3]

Obligatoire overeenkomst

Uit het artikel kan worden geconcludeerd dat een vaststellingsovereenkomst een obligatoire (verplicht, verbindend) overeenkomst[4] is, die een einde maakt aan het geschil tussen partijen.[5] De overeenkomst neemt onzekerheid weg bij de partijen doordat de vaststelling nakoming vereist. Het woord ‘partijen’ in het artikel heeft niet alleen betrekking op het slachtoffer en de aansprakelijke maar het kunnen ook geschillen betreffen tussen bijvoorbeeld verkopers en consumenten, en werkgevers en werknemers. De partijen hoeven niet in rechtsbetrekking met elkaar te staan. [6]

Totstandkoming

Zoals reeds genoemd, is een vaststellingsovereenkomst obligatoir. De regels ten aanzien van (obligatoire) overeenkomsten zijn ook bij vaststellingsovereenkomsten van toepassing.[7] Dit betekent dat partijen in grote mate zelf bepalen welke afspraken er worden gemaakt, ook wel vormvrij te noemen. Dit geldt ook voor de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst. Er zijn bijvoorbeeld geen wettelijke regels opgesteld die bepalen dat een handtekening vereist is.[8]

Wilsovereenstemming

Als er geen afspraken hierover gemaakt zijn dan moet er wilsovereenstemming zijn ontstaan bij partijen door aanbod en aanvaarding. Dit kan een mondelinge acceptatie van het voorstel voor afwikkeling zijn of schriftelijk en zelfs stilzwijgend. Bij de laatste kan er uit de gedraging van een partij opgemaakt worden dat diegene akkoord gaat met het aanbod van de wederpartij. Indien er geschil ontstaat over de totstandkoming en er is niet ondertekend dan dient de partij die beweert dat er wel een vaststellingsovereenkomst is dit te bewijzen.[9]

Onder bepaalde omstandigheden gelden nadere vereisten. Deze vereisten staan in art. 7:901 BW.[10]

Dwaling

Er bestaat geen aparte regelgeving voor dwaling bij vaststellingsovereenkomsten. De rechter is terughoudend met het toepassen van de artikelen 6:228 en 6:229 BW die gelden voor (obligatoire) overeenkomsten. Een vaststellingsovereenkomst heeft als doel de onzekerheid over een geschil weg te nemen. Een beroep op dwaling over feiten die betrekking hebben op dezelfde onzekerheid zal bijna nooit slagen.[11]

Geslaagd beroep op dwaling

Echter, een geslaagd beroep op dwaling na het sluiten van een vaststellingsovereenkomst is daarmee niet uitgesloten. De Hoge Raad heeft dit bevestigd in de zaak van 1 februari 2013. In deze zaak werd een beroep gedaan op artikel art. 6:228 lid 1, onder a of b, BW. De eiser (X) in deze zaak was niet op de hoogte van de misleidende informatie die gedaagde (Y) aan de bindend adviseur had voorgelegd.

Misleidende informatie

‘Indien, zoals in het onderhavige geval, wordt gesteld dat de dwaling is te wijten aan een inlichting van de wederpartij, staat voorts aan een succesvol beroep op dwaling niet in de weg dat die inlichting niet rechtstreeks aan de dwalende partij is verstrekt of niet specifiek is verstrekt in verband met de overeenkomst ten aanzien waarvan het beroep op dwaling is gedaan.[12] De omstandigheid dat de vaststellingsovereenkomst niet berustte op de bemoeienissen of waarderingen van [de bindend adviseur], sluit derhalve niet uit dat [X] die overeenkomst kan hebben gesloten onder invloed van een onjuiste voorstelling van zaken die gebaseerd was op een inlichting van [Y] aan [de bindend adviseur] waarvan [X] door de rapportage van [de bindend adviseur] heeft kennisgenomen. Het hof heeft dit miskend.’[13]

Misbruik van omstandigheden

Om onder een vaststellingsovereenkomst uit te komen wordt ook wel eens beroep gedaan op misbruik van omstandigheden, art. 3:44 lid 4 BW:

  • Hiervan is sprake wanneer de eiser door bijzondere omstandigheden een zwakkere positie inneemt dan een ander.
  • Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn bij een noodtoestand, onervarenheid of wanneer de persoon niet in geestelijke gezondheid verkeert.
  • De eiser moet vervolgens de vaststellingsovereenkomst zijn aangegaan, terwijl de andere partij op de hoogte behoorde te zijn van de toestand van de eiser.

Niet snel aangenomen

Dat ook misbruik van omstandigheden bij het aangaan van een vaststellingsovereenkomst niet snel wordt aangenomen blijkt uit een uitspraak van Rechtbank Rotterdam.[14] Eiser in deze zaak was opgenomen in een psychiatrische instelling en gebruikte zware medicijnen. Er kon aan de hand van deze omstandigheden worden gesteld dat er sprake is van een zwakke geestestoestand. De eiser beweerde dat hij als hij geen vaststellingsovereenkomst zou hebben gesloten de wederpartij, een ziekenhuis, hij bij een procedure een aanzienlijk hoger bedrag zou hebben ontvangen aan schadevergoeding.

Nadeel

Ondanks dat art. 3:44 lid 4 BW niet vereist dat er enig nadeel moet zijn geleden, speelt het wel een rol. Juist bij het ontbinden van een vaststellingsovereenkomst. Deze is er namelijk voor bedoeld een einde te maken aan de onzekerheid van de hoogte van het schadebedrag. ‘Noodzakelijk is dat sprake was van een dusdanige wanverhouding tussen het totale schikkingsbedrag […] en de redelijkerwijs te verwachten uitkomst van een gerechtelijke procedure dat EMC [gedaagde] wist of moest begrijpen dat eiser met de vaststellingsovereenkomst onrecht werd aangedaan.’[15]  De rechter was in deze zaak van oordeel dat eiser onvoldoende gesteld heeft dat er sprake is van een dergelijke wanverhouding. Het feit dat de eiser kenbaar heeft gemaakt dat hij een hogere schadevergoeding zou hebben ontvangen bij een procedure was onvoldoende.

Wat staat er in een vaststellingsovereenkomst?

Het doel van een vaststellingsovereenkomst bij een letselschadeprocedure is om de onzekerheid weg te nemen bij zowel het slachtoffer als de aansprakelijke partij. Deze onzekerheid bestaat uit de hoogte van de toekomstige schade die wordt geleden. Deze kan bestaan uit revalidatie, een operatie, tijdelijke arbeidsongeschiktheid etc. Dit zijn factoren waarvan men niet met zekerheid kan zeggen of ze er zullen zijn en zo ja wanneer. Partijen zijn er vaak beide beter bij af om door middel van een schadebedrag ineens de zaak af te wikkelen. Tijd en moeite worden hierdoor bespaard. Ook kan het slachtoffer zich op deze manier volledig richten op zijn herstel, en is het al dan niet revalideren en de snelheid hiervan niet van invloed op de schadevergoeding. Zie in dit kader ook: renteneurose.

Inhoud

In een vaststellingsovereenkomst voor letselschadezaken worden een aantal gegevens (standaard) vermeld[16]:

  • De introductie van beide partijen (ook de verzekeraar en belangenbehartiger): hun namen en gegevens;
  • De oorzaak van het geschil: het ongeval;
  • De schadeposten en erkenning daarvan door de verzekeraar van de veroorzaker;
  • Het feit dat er onzekerheid bestaat over de omvang van de (nog te lijden) schade;
  • Het feit dat partijen deze onzekerheid willen wegnemen door de opstelling van een vaststellingsovereenkomst;
  • Het overeengekomen schadebedrag en de betaalde voorschotten;
  • Hoe en wanneer het bedrag wordt betaald;
  • Finale kwijtingsclausule;
  • (Voorbehoud);
  • Handtekeningen van partijen.[17]

Belastinggarantie in vaststellingsovereenkomst?

Ook een belastinggarantie wordt vaak afgegeven op het moment dat er afwikkeling plaatsvindt. Dit is echter geen vast onderdeel van de vaststellingsovereenkomst.[18]

Zie ook: belastinggarantie.

Finale Kwijting

Zoals reeds besproken in de inleiding vormt de vaststellingsovereenkomst een eindafwikkeling van het letselschadeproces. Om te voorkomen dat partijen toch terugkomen op het eindbedrag wordt er vaak in de overeenkomst een finale kwijtingsclausule opgenomen. Hiermee leggen partijen vast dat ze behoudens de voorwaarden die zij hebben gemaakt in de overeenkomst, niets meer te vorderen hebben van elkaar.[19] Het kan voorkomen dat de finale kwijting in een zaak niet opgaat. Dit is echter alleen het geval als de aanspraak niet tijdens de onderhandelingen is overlegd en niet in de vaststellingsovereenkomst is benoemd.

Reikwijdte finale kwijting

De reikwijdte van de finale kwijting wordt hier begrensd. Om bovengenoemde situaties te voorkomen is het van belang dat duidelijk wordt aangegeven in de overeenkomst welke onderwerpen zijn besproken en deze onder finale kwijting vallen. Mochten er toch onduidelijkheden ontstaan dan moet er gekeken worden naar ‘de bedoeling van partijen, de (mogelijke) kennis van partijen, de positie van werknemer, het belang van de aanspraak, of partijen zijn bijgestaan door een jurist, maar ook de inhoud en intensiteit van de onderhandelingen en het tijdsbestek waarbinnen de overeenkomst is gesloten.’[20] Het zogeheten Haviltex-criterium[21]. In het Amro/Dayala arrest[22] werd dit bevestigd dat dit criterium toepassing heeft op finale kwijtingsclausules in vaststellingsovereenkomsten.

Voorbehoud in vaststellingsovereenkomst

Zojuist is de finale kwijting besproken waarin partijen vastleggen om niets meer van elkaar te vorderen over een bepaald geschil of onderwerp. Partijen kunnen ook een voorbehoud opnemen in de vaststellingsovereenkomst. Hiermee willen partijen juist aangeven dat de finale kwijting over een bepaald onderdeel van de schade niet geldt.

  • Dit kan het geval zijn wanneer er nog bepaalde medische ingrepen verwacht worden, die invloed heeft op de schade in de toekomst.
  • Of wellicht worden er wijzigingen in de sociale voorzieningen verwacht die niet aansluiten op het overeengekomen schadebedrag.[23]
  • Deze verwachtingen dienen ook in de vaststellingsovereenkomst te staan indien er een voorbehoud wordt opgenomen.[24]

Voorbehoud artrose in de toekomst

Dat er veel tijd kan zitten tussen de vaststellingsovereenkomst en een beroep op het voorbehoud door de benadeelde blijkt uit een arrest van het Hof Den Bosch[25]. De zaak speelt zich af in 1985. De benadeelde student heeft een voorbehoud gekregen op artrose in de vaststellingsovereenkomst. In 2007 krijgt hij klachten, raakt in 2008 deels arbeidsongeschikt en doet vervolgens een beroep op het voorbehoud.

Verzekeraar beroept zich op verjaring van het voorbehoud

De verzekeraar van de wederpartij verweert zich door te stellen dat het beroep verjaard is. Het hof heeft op een heldere wijze uitleg gegeven over verjaring bij voorbehoud: ‘Op grond van de vaststellingsovereenkomst en het daarin opgenomen voorbehoud is de twintig jaarstermijn[26] eerst gaan lopen vanaf de dag dat appellant in 2007 bekend werd met de schade. Eerst op dat moment was de vordering voor appellant “op zijn vroegst opeisbaar”.’[27]

Wanneer verjaart het voorbehoud?

In bovenstaande casus is de vordering dus niet verjaard, gezien het feit dat de benadeeld pas in 2007 klachten kreeg en in 2008 zijn beroep op het voorbehoud indiende. De verjaringstermijn gaat dus pas lopen vanaf de dag dat het letselschadeslachtoffer bekend wordt met de (later optredende) schade.

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat een vaststellingsovereenkomst een hoop tijd en moeite kan besparen, omdat men door middel van een bedrag ineens afrekent met de onzekerheid die de toekomst met zich meebrengt en daarmee ook het geschil. Het is echter van essentieel belang, dat een vaststellingsovereenkomst nauwkeurig wordt opgesteld, zodat niet naderhand nieuwe geschillen ontstaan wat nu in de praktijk veelvuldig gebeurt, blijkend uit de uitgebreide jurisprudentie die hierover te vinden is. Het is belangrijk en noodzakelijk dat een letselschadeslachtoffer zich bij laat staan door een ervaren letselschadejurist, alvorens hij een dergelijke vaststellingsovereenkomst ter beëindiging van zijn letselschadezaak ondertekent ter finale kwijting.

Bronnen:

[1] http://www.deletselschaderaad.nl/index.cfm?page=Algemene+gang+van+zaken+1.

[2] De vaststellingsovereenkomst, M. van Zijst, Letsel & Schade 2003 nr.1.

[3] Art. 7:900 lid 1 BW.

[4] Art. 6:213 BW.

[5] Tekst & Commentaar Burgerlijk Wetboek, Definitie; wijze totstandkoming vaststelling bij: Burgerlijk Wetboek Boek 7, Artikel 900, Broekema-Engelen, 01-09-1993 tot 15-02-2015.

[6] Tekst & Commentaar Burgerlijk Wetboek, Algemene opmerkingen bij: Burgerlijk Wetboek Boek 7, Titel 15 Vaststellingsovereenkomst, Broekema-Engelen, 27-07-2005 tot 15-02-2015.

[7] Tekst & Commentaar Burgerlijk Wetboek, Algemene opmerkingen bij: Burgerlijk Wetboek Boek 7, Titel 15 Vaststellingsovereenkomst, Broekema-Engelen, 27-07-2005 tot 15-02-2015.

[8] Hof ’s-Hertogenbosch, 8 september 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:3458, r.o. 6.7.

[9] Rechtbank Limburg, 22 januari 2014, ECLI:NL:RBLIM:2014:692, p.5.7.

[10] HR 15 november 1985, NJ 1986/228.

[11] Rechtbank Amsterdam, 26 februari 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:832, ro. 4.4.2.

[12] Art. 6:228 lid 1, onder a of b, BW. In deze zin worden de omstandigheden toegepast op de vereisten voor dit artikel; de dwaling moet te wijten zijn een inlichting van de wederpartij. De Hoge Raad oordeelt dat de dwalende partij niet rechtstreeks moet zijn ingelicht door de wederpartij en dat de inlichtingen niet in direct verband hoeven te staan met de vaststellingsovereenkomst.

[13] HR 1 februari 2013, LJN BY3129.

[14] Rechtbank Rotterdam, 9 december 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:8978

[15] Rechtbank Rotterdam, 9 december 2015, ECLI:NL:RBROT:2015:8978, r.o. 4.7.

[16] http://www.deletselschaderaad.nl/index.cfm?page=Vaststellingsovereenkomst+1.

[17] Vaststellingsovereenkomst en personenschade, mr. M.M. Maclean, 08-10-2014, 4040.3.

[18] De uitleg van dit begrip kunt u ook vinden op: https://www.letselschadeslachtoffer.nl/letselschade-wikipedia/belastinggarantie/.

[19] De beëindigingsovereenkomst en finale kwijting: garanties bestaan niet!, Mevr. mr. S.R. Spoelder, 17-09-2013, ArbeidsRecht 2013/51.

[20] De beëindigingsovereenkomst en finale kwijting: garanties bestaan niet!, Mevr. mr. S.R. Spoelder, 17-09-2013, ArbeidsRecht 2013/51.

[21] HR 13 maart 1981, NJ 1981, 635.

[22] HR 12 oktober 2012, LJN BX7588.

[23] http://www.deletselschaderaad.nl/index.cfm?page=Vaststellingsovereenkomst+1.

[24] Vaststellingsovereenkomst en personenschade, mr. M.M. Maclean, 08-10-2014, 4040.3.

[25] Hof Den Bosch, 18 juni 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:2085.

[26] Zie art. 3:307 lid 2 BW.

[27] Hof Den Bosch, 18 juni 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:2085, r.o. 3.6.6.

Diensten

Wat doen wij en voor wie doen wij dat? Voor slachtoffers van letselschade en voor letselschadeprofessionals die behoefte hebben aan objectieve informatie over letselschade.

Kennis

LetselschadeSlachtoffer.nl biedt met haar website de laatste stand van zaken op het gebied van Jurisprudentie en legt via Wikipedia de termen uit die bij letselschade worden gebruikt.

Hulp

Heeft u zelf een ongeval met letsel meegemaakt en wenst u professionele en kosteloze hulp van ervaren letselschadejuristen? Neem dan contact met ons op via het contactformulier op deze site.