LetselschadeSlachtoffer.nl

Risicoaansprakelijkheid is een bijzondere vorm van aansprakelijkheid, die ook wel kwalitatieve aansprakelijkheid wordt genoemd.

In het Nederlands Recht kennen we twee vormen van aansprakelijkheid:

  1. Schuldaansprakelijkheid
  2. Risicoaansprakelijkheid

Schuldaansprakelijkheid

De schuldaansprakelijkheid is gebaseerd op schuld en verwijtbaarheid. Een bepaalde handeling (of juist het nalaten van een handeling) levert dan de aansprakelijkheid op. Voorbeelden zijn het uitdelen van een klap of het negeren van een verkeersregel.

Risicoaansprakelijkheid

Risicoaansprakelijkheid is een aansprakelijkheid die niet is gebaseerd op schuld of verwijtbaarheid, maar op grond van een bepaalde rol, hoedanigheid of kwaliteit. Dit betekent dat iemand aansprakelijk kan zijn hoewel hem geen verwijt kan worden gemaakt.

Risicoaansprakelijkheid in het verkeer

Risicoaansprakelijkheid komt bijvoorbeeld voor in verkeerssituaties. Dit is bijvoorbeeld zo wanneer er schade ontstaat bij fietsers of voetgangers.

  • Fietsers en voetgangers zijn kwetsbare verkeersdeelnemers, en worden daarom door het recht extra beschermd.[1]
  • Artikel 185 Wegenverkeerswet bepaalt dat wanneer een fietser of voetganger wordt aangereden door een gemotoriseerd voertuig (denk daarbij aan een bromfiets, auto, scooter o.i.d.) en hierbij schade lijdt,  de bestuurder van het motorvoertuig altijd aansprakelijk is.
  • De bestuurder hoeft geen fout te hebben gemaakt of schuld te hebben aan het ongeval.

Overmacht in verkeer

Aansprakelijkheid wordt alleen afgewezen wanneer de bestuurder een succesvol beroep kan doen op overmacht. Daar is pas sprake van wanneer de fouten van andere weggebruikers zo onwaarschijnlijkwaren dat deze bij het bepalen van zijn verkeersgedrag met deze mogelijkheid naar redelijkheid geen rekening behoefde te houden.”[2] Overmacht wordt niet snel aangenomen. Zie ook: overmacht.

Opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid

Eventueel verwijtbaar gedrag van de fietser of voetganger kan wel invloed hebben op de vast te stellen schadevergoeding. De schadevergoeding kan met maximaal 50% verminderd worden wanneer er sprake is van eigen schuld aan de zijde van de fietser/voetganger. De schadevergoeding kan enkel voor meer dan 50% worden bijgesteld wanneer er sprake is van aan opzet grenzende roekeloosheid. Ook dit wordt niet snel aangenomen.[3]

Risicoaansprakelijkheid voor kinderen

Kinderen tot veertien jaar

Volgens artikel 6:169 BW zijn ouders aansprakelijk voor de gedragingen van kinderen die nog niet de leeftijd van veertien jaar hebben bereikt. Een kind jonger dan veertien kan nooit zelf aansprakelijk zijn voor een onrechtmatige daad.[4] Niet alleen de ouders, maar ook diegene met het ouderlijk gezag of de voogdij zijn aansprakelijk voor onrechtmatige gedraging van het kind. De ouder hoeft niet aanwezig te zijn terwijl er onrechtmatige gedrag plaatsvindt of mede schuld te hebben aan de onrechtmatige daad. De hoedanigheid van ouder maakt dat hij aansprakelijk kan zijn voor de daad van het kind.

Kinderen van veertien en vijftien jaar

Kinderen van veertien en vijftien jaar oud zijn in beginsel zelf aansprakelijk als zij een onrechtmatige daad plegen. Voor deze groep minderjarigen bestaat echter ook de mogelijkheid de ouders aan te spreken. In artikel 6:169 lid 2 BW is bepaald dat ouders aansprakelijk gesteld kunnen worden voor schade toegebracht aan een derde door de fout van het kind van deze leeftijd. In artikel 6:169 lid 2 staat echter dat dit kan ‘tenzij hem niet kan worden verweten dat hij de gedraging van het kind niet heeft belet’. Dit houdt in dat de ouder alleen aansprakelijk kan zijn als hem kan worden verweten dat hij het gedrag niet heeft voorkomen.

Het criterium is hier dat ‘de ouders alles hebben gedaan wat in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs van hen gevergd kon worden om de gedragingen van het kind te verhinderen.[5] Dit houdt ook in dat wanneer het kind een groter risico oplevert, de ouders meer voorzorgsmaatregelen dienen te nemen.[6]

Risicoaansprakelijkheid voor producten

Ook door een gebrekkig product kan letselschade opgelopen worden. Denk bijvoorbeeld aan een lekkende kruik waardoor brandwonden ontstaan, of een fiets die een gebrek vertoont waardoor iemand ten val komt. Volgens artikel 6:185 BW is de producent aansprakelijk voor de schade die is ontstaan door een gebrek in zijn product.

  • Het is niet vereist dat hij wist van het gebrek.
  • Er zijn een aantal omstandigheden waardoor er de aansprakelijkheid vervalt, deze staan opgenoemd in hetzelfde artikel.
  • Aansprakelijkheid bestaat bijvoorbeeld niet wanneer het gebrek waardoor de schade is ontstaan niet al bestond toen het product in het verkeer werd gebracht.
  • Of dat het op basis van de wetenschappelijke en technische kennis het product onmogelijk was het gebrek te ontdekken.

Artikel 6:187 lid BW

Volgens artikel 6:187 lid wordt onder product verstaan: “een roerende zaak, ook nadat deze een bestanddeel is gaan vormen van een andere roerende of onroerende zaak, alsmede elektriciteit.” De producent van een fietsstuur is dus nog steeds aansprakelijk voor een gebrek als dat stuur later is vastgemaakt aan een fiets die door een andere fabrikant is gemaakt.
Een product is gebrekkig wanneer het niet de veiligheid biedt die men daarvan in de gegeven omstandigheden mag verwachten.[7]

Om te bepalen of dit het geval is moeten alle omstandigheden in aanmerking worden genomen, zoals de ‘normale’ gebruiksmanier van het product en het tijdstip dat het product op de markt kwam. Zo is het bijvoorbeeld gebruikelijk kokend water in een kruik te gieten, maar het is niet gebruikelijk een salontafel als verhoging te gebruiken. In het eerste geval kan een fabrikant aansprakelijk zijn als de kruik bijvoorbeeld lekt en brandwonden veroorzaakt. Als er in het tweede geval schade ontstaat omdat de tafel doorzakt, heeft de producent hier niets mee te maken.

Welke schade komt voor vergoeding in aanmerking?

De schade die voor vergoeding in aanmerking komt is limitatief en staat opgesomd in artikel 6:190 BW:

  • Schade door dood of lichamelijk letsel
  • Schade door het product toegebracht aan een andere zaak die gewoonlijk voor gebruik of verbruik in de privésfeer is bestemd en door de benadeelde ook hoofdzakelijk in de privésfeer is gebruikt of verbruikt.

Wie kun je aansprakelijk stellen?

De benadeelde kan meerde personen aanspreken. Dit is gunstig omdat niet altijd direct duidelijk is wie waar verantwoordelijk voor is. Zo kunnen meerdere partijen betrokken zijn bij het productieproces. Uit artikel 6:187 BW is af te leiden dat ieder die betrokken is geweest bij het productieproces kan worden aangesproken voor de gehele schade. Ook kan diegene die zijn naam heeft verbonden aan het product worden aangesproken voor de schade, evenals de importeur die het product in de Europese Gemeenschap heeft gebracht. Mocht er niet vast te stellen zijn wie de producent of de importeur is, dan kan zelfs de leverancier van het product worden aangesproken. De benadeelde heeft dus meerdere opties! 

Risicoaansprakelijkheid voor dieren

De bezitter van een dier is aansprakelijk voor de gedragingen van dat dier, ook als het dier bijvoorbeeld ongehoorzaam is. De bezitter hoeft dus geen schuld te hebben of het dier opdracht te hebben gegeven tot de onrechtmatige gedraging. Zie ook: aansprakelijkheid bij honden.

Bedrijfsmatige uitoefening

Wanneer het dier in de bedrijfsmatige uitvoering van een bedrijf wordt gebruikt, dan is dat bedrijf aansprakelijk voor eventueel geleden schade, zo blijkt uit artikel 6:181 BW. Wanneer een paard bijvoorbeeld wordt gebruikt voor paardrijlessen door een manege, en er ontstaat schade doordat het paard een onverwachte beweging maakt, dan kan de benadeelde de manege aansprakelijk stellen.

Eigen schuld slachtoffer

Het enige wat de schadevergoeding in deze gevallen eventueel kan verminderen is eigen schuld aan de kant van de benadeelde. Hier kan bijvoorbeeld sprake van zijn wanneer iemand het dier expres heeft opgejut of bepaalde uitdrukkelijke (veiligheid)instructies heeft genegeerd.

Overige risicoaansprakelijkheid

Er zijn nog meer gevallen te onderscheiden waarin risicoaansprakelijkheid geldt, zoals bijvoorbeeld:

Aansprakelijkheid werkgever 6:170 BW

De aansprakelijk van de werkgever voor de fouten van werknemers, op voorwaarde dat het gedrag van de werknemer plaatsvindt in het kader van de afgesproken werkzaamheden (artikel 6:170 BW) . De Hoge Raad heeft bepaald dat er voldoende ‘functioneel verband’ dient te zijn tussen de fout van de werknemer en de dienstbetrekking.[8] Wanneer een postbode tijdens zijn dienst ineens besluit een bank te overvallen, zal de werkgever niet snel aansprakelijk worden gesteld. Maar wanneer de postbode met zijn bestelbus schade toebrengt tijdens het inparkeren voor een afleveradres zal aansprakelijk van de werkgever wel mogelijk zijn. Zie ook: zorgplicht werkgever.

Eigenaar roerende zaak 6:173 BW

De eigenaar van een roerende zaak kan aansprakelijk zijn als door een gebrek aan die zaak iemand anders schade lijdt (artikel 6:173 BW). Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan te oude, roestige tuinstoelen op een terras waar iemand doorheen zakt. Uit het artikel is af te leiden dat het dient te gaan om een gebrek ‘waarvan bekend is dat zij (…) een bijzonder gevaar voor personen of zaken oplevert.’ Het gaat er hier niet om dat de bezitter ook daadwerkelijk bekend was met het gebrek; er wordt bekendheid in algemene zin bedoeld. Het is bijvoorbeeld van algemene bekendheid dat verroeste schroeven in een stoel ervoor kunnen zorgen dat iemand door de stoel heen zakt. Iemand kan dus niet onder een aansprakelijkstelling uitkomen door te claimen dat hij niet wist dat er een gebrek was.[9]

De bezitter van een opstal 6:174 BW

De bezitter van opstal zoals bijvoorbeeld een bedrijfspand of een woonhuis is aansprakelijk voor een gebrek daaraan waardoor iemand anders schade ondervindt (artikel 6:174 BW). Denk hierbij aan een vallende dakpan of aan een afbrokkelende steen. Ook hier is het niet nodig dat de bezitter van het huis wist dat de dakpannen los lagen of de stenen niet goed vast zaten. Ditzelfde geldt ook voor de beheerder van een weg, als hier gebreken aan zijn.

Bronnen:

[1] Linderbergh, T&C vermogensrecht, commentaar op artikel 185 wvw 1996, onder e

[2] HR 22 mei 1992, NJ 1992, 527

[3] Lindenbergh, T&C Vermogensrecht, commentaar op artikel 185 WVW 1994, nr. 6

[4] Zie artikel 6:164 BW

[5] Rechtbank Arnhem ECLI:NL:RBARN:2005:AU4901 r.o. 5

[6] Rechtbank Arnhem ECLI:NL:RBARN:2005:AU4901 r.o. 5

[7] Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-IV* 2011/263

[8] HR 9 november 2007, JA 2008/25

[9] E. Bauw, Monografieen BW Onrechtmatige daad: aansprakelijkheid voor zaken, Deventer: Kluwer 2008, p. 16

Diensten

Wat doen wij en voor wie doen wij dat? Voor slachtoffers van letselschade en voor letselschadeprofessionals die behoefte hebben aan objectieve informatie over letselschade.

Kennis

LetselschadeSlachtoffer.nl biedt met haar website de laatste stand van zaken op het gebied van Jurisprudentie en legt via Wikipedia de termen uit die bij letselschade worden gebruikt.

Hulp

Heeft u zelf een ongeval met letsel meegemaakt en wenst u professionele en kosteloze hulp van ervaren letselschadejuristen? Neem dan contact met ons op via het contactformulier op deze site.