Wanneer een naaste door een ongeval overlijdt, gaan de eerste gedachten niet uit naar het claimen van een schadevergoeding. Toch kunnen de nabestaanden al heel gauw met de (financiële) gevolgen te maken krijgen, wanneer bijvoorbeeld de kostwinner overlijdt.  Er zijn dan diverse schadeposten die geclaimd kunnen worden, wanneer een ander aansprakelijk is te houden voor het overlijden van het slachtoffer. Deze schade noemt men ‘overlijdensschade’.

Gederfd levensonderhoud

In artikel 6:108 BW is te vinden wie in geval van overlijden als gevolg van een gebeurtenis waarvoor een ander aansprakelijk is, recht heeft op vergoeding van welke schade. In lid 1 van dit artikel is te vinden dat indien iemand ten gevolge van een gebeurtenis waarvoor een ander jegens hem aansprakelijk isoverlijdt, die ander verplicht is tot vergoeding van overlijdensschade door het derven van levensonderhoud. De groep personen aan wie schadevergoeding voor gederfd levensonderhoud kan worden toegekend is door de wet beperkt.

Recht op vergoeding bij overlijdensschade

1. De niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot, de geregistreerde partneren de minderjarige kinderen tot ten minste het bedrag van het hun krachtens de wet verschuldigde levensonderhoud. Partners en kinderen hebben een bijzondere positie. Zij kunnen altijd ten minste het bedrag vorderen van ‘het hun krachtens de wet verschuldigde levensonderhoud’. Zo zijn ouders op grond van de wet verplicht in het levensonderhoud van hun kinderen te voorzien.[1]

Vergoeding huishoudelijke hulp na overlijden partner

Wanneer beide echtgenoten zowel financieel als door middel van het uitvoeren van zorgtaken een bijdrage leveren aan de huishouding dragen ze daardoor mede bij aan elkaars levensonderhoud. Wanneer deze bijdrage wegvalt door het overlijden van één van de twee, lijdt de echtgenoot die achterblijft daardoor schade.

Vergoeding inkomsten na overlijden partner

Wanneer die echtgenoot bijvoorbeeld minder kan werken omdat hij voor zijn/haar gezin moet zorgen, dan dient in beginsel de hele inkomensverlies wat daardoor ontstaat te worden betrokken bij de berekening van de schadevergoeding.[2]

2. Andere bloed- of aanverwanten van de overledene als zij ten tijde van het overlijden geheel of gedeeltelijk in hun levensonderhoud werden voorzien door overledene, kunnen ook aanspraak maken op vergoeding voor gederfd levensonderhoud. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer iemand zijn broer of zus al jaren financieel ondersteunt of andere zorgtaken op zich neemt.

3. Huisgenoten waarmee de overledene in gezinsverband samenwoonde kunnen ook aanspraak maken op een schadevergoeding voor overlijdensschade. Dit kan alleen als de persoon die is overleden geheel of voor een groot deel in het levensonderhoud van deze huisgenoot voorzag. Daarnaast is een vereiste dat de huisgenoot redelijkerwijs zelf niet in dit levensonderhoud kan voorzien.

4. Huisgenoten van overledene waarmee hij in gezinsverband samenwoonde kunnen schadevergoeding vorderen wanneer overledene bijdroeg aan huishoudelijke hulp en er na het overlijden schade ontstaat doordat deze taken moeten worden uitbesteed.

Kosten voor lijkbezorging

In het tweede lid van artikel 6:108 BW is tevens bepaald dat kosten voor lijkbezorging voor vergoeding in aanmerking komen. Dit zijn dus de kosten die bij een begrafenis komen kijken. Een vergoeding bestaat ‘voor zover het gaat om, gezien de omstandigheden waarin de overledene leefde, in redelijkheid gemaakte kosten.’’[3] Dat wil zeggen dat de kosten vergoed worden die normaliter (zonder de aansprakelijkheid van een ander) ook gemaakt zouden zijn voor de begrafenis van overledene.

Schadeclaim vóór het overlijden

Wanneer de tegenpartij aansprakelijk is gesteld vóór het overlijden van het letselschadeslachtoffer kan er smartengeld worden geclaimd door de nabestaanden. Wanneer er namelijk namens het slachtoffer bij leven al smartengeld is geclaimd, dient deze smartengeldvergoeding alsnog te worden uitbetaald en komt dit via vererving bij de erfgenamen terecht.

Shockschade

Wanneer iemand overlijdt, is de grootste schade uiteraard emotioneel. Deze immateriële schade wordt volgens de Nederlandse wetgeving niet zonder meer aan de nabestaanden vergoed. Het is wel mogelijk schadevergoeding te ontvangen voor zogenaamde shockschade. Dit kan echter alleen wanneer er voldaan is aan de volgende voorwaarden:

  • Er moet sprake zijn van een directe confrontatie met het ongeval.
  • Deze confrontatie heeft een ernstig psychisch trauma als gevolg.
  • De klachten die volgen moeten een door de psychiatrie erkend ziektebeeld zijn.
  • Een affectieve band met het slachtoffer is niet vereist, maar maakt het bewijzen van de shockschade wel makkelijker. [4]

Shockschade wordt dus slechts in uitzonderlijke, vaak zeer schrijnende gevallen aangenomen. Zoals bijvoorbeeld in een zaak waar een vader direct na het ongeluk wordt geconfronteerd met de niet-afgedekte stoffelijke resten van zijn dochter en ten gevolge hiervan een posttraumatische stoornis en een depressie oploopt.[5]

Affectieschade: nieuwe vorm van overlijdensschade?

Affectieschade is de immateriële schade die voortkomt uit het leed dat wordt veroorzaakt door het overlijden of ernstig gewond raken van een naaste, waarvoor een ander aansprakelijk is. Dit is dus een vorm van smartengeld. Volgens het Nederlandse recht hebben de naasten in principe geen recht op vergoeding van affectieschade. Dit heeft de wetgever bewust zo gekozen omdat dit anders zou leiden tot “commercialisering” van het verdriet.[6] Dat is een standpunt wat echter sinds enige tijd ter discussie staat. Een wetsvoorstel voor het verruimen van deze mogelijkheden werd in 2010 afgewezen. Echter, in 2016 werd er opnieuw een wetsvoorstel affectieschade ingediend. Dat wetsvoorstel heeft als doel de positie van naasten van personen die ernstig letsel lijden of overlijden door toedoen van een ander te versterken.[7] Wellicht kan in de toekomst dus wel affectieschade worden geclaimd.  

 Bronnen:

[1] Bijvoorbeeld op grond van Art. 27 lid 2 IVRK.

[2] HR 10 april 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG8781, NJ 2009/386

[3] VV II en MvA II, Parl. Gesch. 6, p. 395 en 399

[4] Zie voor deze voorwaarden het taxibus arrest, ECLI:NL:HR:2002:AD5356, rechtsoverweging 4.3

[5] Rechtbank Rotterdam ECLI:NL:RBROT:2015:9882

[6] Parl. Gesch. Boek 6, p. 389

[7] Zie Kamerstukken II, 2014-201534 257, 3, p.1

Diensten

Diensten

Wat doen wij en voor wie doen wij dat? Voor slachtoffers van letselschade en voor letselschadeprofessionals die behoefte hebben aan objectieve informatie over letselschade.

Kennis

Kennis

LetselschadeSlachtoffer.nl biedt met haar website de laatste stand van zaken op het gebied van Jurisprudentie en legt via Wikipedia de termen uit die bij letselschade worden gebruikt.

Hulp

Hulp

Heeft u zelf een ongeval met letsel meegemaakt en wenst u professionele en kosteloze hulp van ervaren letselschadejuristen? Neem dan contact met ons op via het contactformulier op deze site.