Goed werkgeverschap en goed werknemerschap zijn sinds 1997 in hetzelfde wetsartikel geregeld. [1] Goed werkgeverschap is één van de grondslagen voor een bedrijfsongeval, en is geregeld in artikel 611 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek. De andere grondslag voor werkgeversaansprakelijkheid is geregeld in artikel 658 van datzelfde boek.

Artikel 7:611 BW

Op grond van het (nieuwe) artikel 7:611 BW zijn de werkgevers en werknemers verplicht zich als een goed werkgever en een goed werknemer te gedragen. Dit artikel kan worden gezien als een uitwerking van de redelijkheid en billijkheid. De termen redelijkheid en billijkheid kunnen dan weer als een synoniem van ‘goed werkgeverschap’ worden gezien. Een schending van dit artikel door de werkgever betekent dat de werkgever tekort is geschoten ten aanzien van de verplichtingen tegenover de werknemer die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst. [2]

Nieuwe regeling

Voor 1997 golden  voor de werkgever en werknemer aparte regelingen omtrent goed werkgeverschap en goed werknemerschap. Voor beiden waren er twee verschillende artikelen opgenomen in het oude Burgerlijk Wetboek. Het oude artikel voor de werkgever luidde als volgt: ‘De werkgever is in het algemeen verplicht al datgene te doen en na te laten, wat een goed werkgever in gelijke omstandigheden behoort te doen en na te laten.’  Dit gold dan als de eis van goed werkgeverschap. [3]

Artikel 7:658 BW

De ‘nieuwe’ regeling van goed werkgeverschap is een vorm van risico aansprakelijkheid. Artikel 7:658 BW (werkgeversaansprakelijkheid) is juist weer een schuldaansprakelijkheid, waarin de schending van de zorgplicht door de werkgever centraal staat.
Risico aansprakelijkheid houdt in dit geval in dat de werkgever aansprakelijk kan worden gesteld ondanks dat de werkgever geen verwijt valt te maken. Uit de jurisprudentie is gebleken dat goed werkgeverschap ruim kan worden geïnterpreteerd.

Verhouding tussen 7:658 en 7:611 BW

In het arrest De Kok/Jansen’s Schoonmaakbedrijven heeft de Hoge Raad zich voor het eerst over de verhouding tussen artikel 7:658 BW (werkgeversaansprakelijkheid) en artikel 7:611 BW (goed werkgeverschap) uitgelaten: “Wanneer de werkgever niet is tekortgeschoten in de nakoming van de in art. 1638x lid 1 (artikel uit het oude Burgerlijk Wetboek) genoemde verplichtingen en hij ook overigens niet is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen, is er geen plaats voor een op ,,gebruik en billijkheid” dan wel op goed werkgeverschap in het algemeen rustende verplichting om aan een werknemer die als gevolg van een hem in de uitoefening van zijn dienstbetrekking overkomen ongeval schade lijdt, een schadevergoeding of tegemoetkoming te betalen. Zulk een verplichting is met name onaanvaardbaar omdat daardoor, in strijd met de strekking van art. 1638x, op de werkgever een aansprakelijkheid zou worden gelegd zonder dat er sprake is van een tekortkoming aan zijn kant.”

Schadevergoeding op grond van goed werkgeverschap

Indien een werknemer schade lijdt tijdens het verrichten van de werkzaamheden kan de werkgever op grond van goed werkgeverschap aansprakelijk worden gesteld voor de geleden schade. Dit kan ruim worden opgevat waardoor de werkgever op grond van goed werkgeverschap vrij snel aansprakelijk kan worden gesteld. Het gaat hier dan ook niet om schade die is ontstaan op de werkvloer zelf, maar om schade die meer in de privé sfeer is ontstaan: schade tijdens personeelsactiviteiten buiten het normale werk (personeelsuitje), schade tijdens woon-werkverkeer onder werktijd en schade opgelopen in het verkeer tijdens het verrichten van de werkzaamheden. [4]

Verzekeringsplicht

De werkgever is verplicht om de werknemer te verzekeren. Hoe ver deze verzekering moet gaan kan van geval tot geval verschillen. Volgens de Hoge Raad spelen hiervoor alle omstandigheden van het geval een grote rol: ‘De omvang van deze verplichting zal van geval tot geval nader vastgesteld moeten worden met inachtneming van alle omstandigheden, waarbij in het bijzonder betekenis toekomt aan de in de betrokken tijd bestaande verzekeringsmogelijkheden -waarbij mede van belang is of de verzekering kan worden verkregen tegen een premie waarvan betaling in redelijkheid kan worden gevergd- en de heersende maatschappelijke opvattingen omtrent de vraag voor welke schade (zowel naar aard als naar omvang) een behoorlijke verzekering dekking dient te verlenen’. [5]

De verzekeringsplicht is in eerste instantie in het leven geroepen om de werknemers die schade hebben geleden tijdens het deelnemen aan het verkeer voor het verrichten van hun werkzaamheden te vergoeden. [6]

Gronden voor verzekeringsplicht werkgever

In een aantal arresten van de Hoge Raad zijn de gronden voor de verzekeringsplicht gegeven. Het gaat om de volgende drie gronden:

  1. De eerste grond is dat aan het deelnemen aan het verkeer een gevaar is verbonden.
  2. De tweede grond voor de verzekeringsplicht heeft te maken met het feit dat de werkgever slechts beperkte mogelijkheden en een beperkte zorgplicht heeft om zo de gevaren te verminderen.
  3. Ten slotte is er nog een laatste grond en deze heeft te maken met de goede verzekerbaarheid van de risico’s die zijn verbonden aan het gemotoriseerde verkeer. [7]

Conclusie

Wanneer artikel 7:658 BW van toepassing is en de werkgever op grond daarvan niet aansprakelijk kan worden geacht, dan kan vervolgens artikel 7:611 BW niet als een soort vangnet dienen. Wanneer echter de invloed en de zeggenschap over de werknemer door de werkgever zo klein is dat er geen sprake meer is van ‘in de uitoefening van werkzaamheden’, dan kan artikel 7:611 BW toegepast worden. Dit zal met name het geval zijn voor ongevallen in het verkeer, in sommige gevallen bij  bedrijfsuitjes en voor in de privé sfeer geleden letselschade.

Bronnen:

[1] m.r. E.L.P. Werner, Goed werknemerschap en employability, 2008 p. 85.

[2] G.J.J. Heerma van Voss, Schadevergoeding en goed werkgeverschap: over het gat in de aansprakelijkheidsregeling van het arbeidsrecht, p. 15.

[3] Het leerstuk van het goed werkgeverschap, p. 3.

[4] G.J.J. Heerma van Voss, Schadevergoeding en goed werkgeverschap: over het gat in de aansprakelijkheidsregeling van het arbeidsrecht, p. 17.

[5] G.J.J. Heerma van Voss, Schadevergoeding en goed werkgeverschap: over het gat in de aansprakelijkheidsregeling van het arbeidsrecht, p. 21.

[6] Mr. M. A. Mouris, De aansprakelijkheid van de werkgever voor de gevolgen van een overval, TVP 2011, NR. 2,  p. 52.

[7] Mr. M. A. Mouris, De aansprakelijkheid van de werkgever voor de gevolgen van een overval, TVP 2011, NR. 2,  p. 52.

Diensten

Diensten

Wat doen wij en voor wie doen wij dat? Voor slachtoffers van letselschade en voor letselschadeprofessionals die behoefte hebben aan objectieve informatie over letselschade.

Kennis

Kennis

LetselschadeSlachtoffer.nl biedt met haar website de laatste stand van zaken op het gebied van Jurisprudentie en legt via Wikipedia de termen uit die bij letselschade worden gebruikt.

Hulp

Hulp

Heeft u zelf een ongeval met letsel meegemaakt en wenst u professionele en kosteloze hulp van ervaren letselschadejuristen? Neem dan contact met ons op via het contactformulier op deze site.