Rb Rotterdam, 11 april

  • Voorlopig deskundigenbericht
  • Benoeming neuroloog
  • Geen verplichting tot overleggen stukken uit het medisch dossier

Partijen

  • HDI-Gerling Verzekeringen N.V., verzoeker
  • Het slachtoffer, verweerder 

Feiten

Het slachtoffer is op 12 juni 2006 betrokken bij een verkeersongeval. Zij zat als bijrijder in een auto die werd aangereden door een vrachtwagen met oplegger. De vrachtwagen was ingevolge de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen verzekerd bij HDI-Gerling. Het slachtoffer ondervindt, naar eigen zeggen, als het gevolg van het ongeval nek- en rugklachten. Deze klachten leiden volgens haar tot beperkingen die onder meer bestaan in een verlies aan verdienvermogen. HDI-Gerling heeft de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend.

Partijen zijn met elkaar in onderhandeling getreden over de afwikkeling van de schade, beiden vertegenwoordigd door een expertisebureau. HDI-Gerling betwist dat alle door het slachtoffer ervaren klachten en beperkingen het gevolg zijn van het ongeval en is van mening dat een deskundigenonderzoek door een neuroloog zal moeten plaatsvinden. Nadat de onderhandelingen op dit punt vastgelopen waren, is namens het slachtoffer op 18 juli 2014 mediation voorgesteld. Bij brief van 21 maart 2015 heeft de vertegenwoordiger van HDI-Gerling te kennen gegeven daar niet mee in te stemmen, waarna op 14 maart 2016 een deelgeschil aanhangig is gemaakt bij de Rechtbank.

Het geschil

HDI-Gerling verzoekt een door haar aangedragen deskundige te benoemen en deze deskundige de IWMD-vraagstelling[1] voor te leggen, alsmede te bepalen dat het slachtoffer de ontbrekende medische stukken dient te overleggen. Een onafhankelijk neurologisch onderzoek is volgens HDI-Gerling noodzakelijk om de aan het ongeval te relateren schade vast te kunnen stellen en verweer te kunnen voeren.

Het slachtoffer verzoekt op haar beurt tot afwijzing van voornoemde verzoeken. Een neurologische expertise voegt wat haar betreft niets toe aan de schadeafwikkeling, omdat sprake is van niet-objectiveerbaar letsel. De neuroloog kan volgens haar, ingevolge de huidige richtlijnen, niet anders concluderen dat tot een percentage van 0% blijvende invaliditeit, wat maakt dat een onderzoek achterwege kan blijven. Subsidiair verzoekt zij door haar aangegeven personen als deskundige te benoemen en op hen een aangepaste IWMD-vraagstelling toe te passen.

Beoordeling

Noodzaak voorlopig deskundigenbericht

De rechtbank oordeelt dat indien inderdaad geen medisch substraat wordt gevonden, de neuroloog op basis van de huidige richtlijn van de Nederlandse Vereniging voor Neurologie geen percentage van blijvende invaliditeit kan noemen. Een neurologische expertise helpt partijen wat dat betreft dan ook niet veel verder. Een neurologische expertise is echter, ondanks dat hierbij mogelijk geen percentage aan blijvende invaliditeit vastgesteld kan worden, een logische en relevante stap in de schadeafwikkeling, als daaruit bijvoorbeeld het volgende kan worden afgeleid:

  • uitsluitsel over de vraag of sprake is van niet-objectiveerbare nekklachten;
  • informatie over de vraag in hoeverre sprake is (geweest) van beperkingen als gevolg van het bij het slachtoffer vastgestelde, maar niet-ongevalgerelateerde carpaal tunnelsyndroom;
  • een oordeel over de vraag of de klachten van het slachtoffer aanwezig, reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend, en niet overdreven zijn;
  • een vergelijking van de nekklachten vóór en na het ongeval en de mate en duur van verergering hiervan na het ongeval;
  • nadere informatie over de vraag in hoeverre de rugklachten het gevolg zijn van het ongeval (en niet van bijvoorbeeld slijtage)

Nu het meer duidelijkheid zal bieden over het bestaan van de medische causaliteit en, als deze (ook na eventueel nader onderzoek) niet aangenomen kan worden, aanknopingspunten kan geven voor de beoordeling van de juridische causaliteit, zal, mede doordat het onderzoek meer inzicht geeft in de situatie vóór en na het ongeval en de rol van externe factoren, het verzoek tot het bepalen van een deskundigenbericht worden toegewezen.

De vragen aan de deskundige

De vragen die aan de deskundige gesteld worden hebben betrekking op:

  • de situatie met ongeval (vragen betreffende de anamnese, de medische gegevens, het medische onderzoek, de consistentie, de diagnose, eventuele bijwerkingen en de medische eindsituatie);
  • de situatie zonder ongeval (vragen betreffende klachten, afwijkingen en beperkingen voor het geval, dan wel klachten, afwijkingen en beperkingen zonder het ongeval);
  • overige vragen (vragen die onder andere betrekking hebben op de vraag of een expertise op een ander vakgebied nog wenselijk is en of er nog andere relevante, noemenswaardige bevindingen zijn voor het verdere verloop van de zaak).

 Aanvullende vragen aan de deskundige

Wat betreft de door het slachtoffer verzochte aanvullende vragen aan de deskundige, die betrekking hebben op het beschrijven van de klachten en afwijkingen na de datum van het ongeval (ongeacht of deze een gevolg zijn van het ongeval) oordeelt de rechter dat, ondanks dat die informatie nuttig kan zijn, de uit die vragen voortkomende informatie ook al zal voortvloeien uit de antwoorden op de overige vragen. Voornoemde maakt dat de door het slachtoffer verzochte aanvullende vragen, naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende toegevoegde waarde omvatten om een wijziging van de door de Interdisciplinaire Werkgroep Medische Deskundigen geformuleerde vraagstelling te rechtvaardigen.

Overleggen medische gegevens

De rechtbank oordeelt over het verzoek van HDI-Gerling tot overlegging van de overige medische gegevens, dat, hoewel het voor een adequate schadeafwikkeling van belang is dat de ingeschakelde deskundige over een compleet medisch dossier beschikt, het slachtoffer niet verplicht kan worden om over te gaan tot overlegging van die gegevens. De rechtbank gaat er daarbij vanuit dat de deskundige in het kader van de beantwoording van de vragen, zelf ontbrekende relevante informatie opvraagt bij partijen.

Voorschot

De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt van de wet, dat het voorschot op de kosten van de deskundige in beginsel door de verzoekende partij moet worden gedeponeerd, temeer nu HDI-Gerling de aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval heeft erkend. Dit voorschot zal daarom door HDI-Gerling moeten worden betaald.

[1] De vraagstelling van de Interdisciplinaire Werkgroep Medische Deskundigen.

Diensten

Diensten

Wat doen wij en voor wie doen wij dat? Voor slachtoffers van letselschade en voor letselschadeprofessionals die behoefte hebben aan objectieve informatie over letselschade.

Kennis

Kennis

LetselschadeSlachtoffer.nl biedt met haar website de laatste stand van zaken op het gebied van Jurisprudentie en legt via Wikipedia de termen uit die bij letselschade worden gebruikt.

Hulp

Hulp

Heeft u zelf een ongeval met letsel meegemaakt en wenst u professionele en kosteloze hulp van ervaren letselschadejuristen? Neem dan contact met ons op via het contactformulier op deze site.