Rechtbank Zeeland-West-Brabant: ECLI:NL:RBZWB:2015:8614

  • Verkeersongeval
  • Motorfietser vs fietser
  • Reflexwerking artikel 185 WVW

Situatie ongeval

Op 4 augustus 2013 heeft op het kruispunt (Dorpsstraat/Koningin Julianastraat) te Schoondijke een verkeersongeval plaatsgevonden. Door de visserijfeesten in Breskens was het in Schoondijke druk. Een bestuurder van een motorfiets en diens passagier rijden over de Dorpstraat, hetgeen een voorrangsweg betreft, met een toegestane snelheid van 50 km per uur. Een fietser verleent geen voorrang aan de motorfietser, waardoor deze moest remmen, uitweek en in de middenberm ten val is gekomen.

De bestuurder van de motorfiets en diens passagier hebben hierdoor letsel opgelopen. De bestuurder heeft zijn linkerschouder uit de kom en pijn in de linkerbovenarm, een verwonding aan de knie, een brandwond op een brandwond op de linkerarm, linkerpink gebroken, ringvinger gekneusd, middelvinger van de rechterhand ingedeukt en overige vingers gekneusd, rechter hoektand afgebroken en een artroseaanval in rechterhand tussen duim en wijsvinger.

Arbeidsongeschiktheid door letsel

Het letsel heeft arbeidsongeschiktheid als gevolg over de periode 4 augustus 2013 tot en met 17 november 2013. Hierdoor zijn de werkzaamheden bij de verkeerspolitie niet mogelijk geweest. Ook de passagier heeft ten gevolge van het ongeval letsel opgelopen, namelijk twee gebroken ribben, een gescheurde milt welke is verwijderd, brandwonden op de linkerarm en brandwonden op beide hielen opgelopen. Er is sprake van een medische eindtoestand bij bestuurder en passagier.

Zowel bestuurder als passagier stellen fietser aansprakelijk voor de door hen geleden materiële al immateriële schade. De fietser heeft aansprakelijkheid afgewezen en beschikt tevens niet over een aansprakelijkheidsverzekering.

Vorderingen eiser

De vorderingen van eiser zijn gebaseerd op artikel 6:162 BW en de reflexwerking van artikel 185 WVW. Volgens eiser stak de fietser plotseling de weg over, waardoor hij een uitwijkmanoeuvre heeft moeten maken. Eiser stelt dat de fietser zich niet aan de geldende verkeersregels heeft gehouden en daarbij wettelijke plichten heeft geschonden. Voorts heeft de gedaagde een strafbeschikking gekregen, waaruit volgens eiser de aansprakelijkheid voor het ongeval blijkt.

Volgens eiser is sprake van overmacht, aangezien het gedrag van gedaagde zo onwaarschijnlijk was dat hij hierop niet had kunnen anticiperen. Als overmacht niet aanwezig wordt geacht dan dient te worden gekeken naar de causaliteitsverdeling, waardoor gedaagde 85% van de aansprakelijkheid draagt volgens eiser. Volgens eiser zal op grond van de billijkheidscorrectie de volledige schade door gedaagde vergoed moeten worden.

Verweer gedaagde

Gedaagde verweert zich door te stellen dat zij niet aansprakelijk is voor het ongeval. Ook is er volgens gedaagde geen sprake van overmacht aan de kant van eiser of opzet/roekeloosheid aan diens eigen kant. Volgens gedaagde is het ongeval te wijten aan de gedragingen van eiser, want deze heeft niet met een anticiperende snelheid gereden, zijn manier van stoppen indien een noodgeval is verkeerd uitgevoerd en bovendien is de afstand tot de voorganger onvoldoende geweest. Volgens gedaagde levert de strafbeschikking geen dwingend bewijs op wat betreft de aansprakelijkheid. Gedaagde stelt dat mocht er sprake zijn van aansprakelijkheid, de schuldverdeling dan ligt op 80% (eisers) en 20% aan eigen zijde.

Beoordeling

  • Rechtsmacht en toepasselijk recht; in casu zijn beide eisers woonachtig te België, waardoor de vordering een internationaal karakter draagt. Het schade toebrengende feit heeft zicht voorgedaan op Nederlandse bodem, waardoor de Nederlandse rechter op grond van artikel 5 lid 3 EEX-Verordening bevoegd is. Volgens artikel 3 van het Haagse Verdrag van 4 mei 1971 is de wet van de Staat op welk grondgebied het ongeval heeft plaatsgevonden van toepassing. Het toepasselijke recht in casu is dan ook Nederlands recht.
  • Aansprakelijkheid gedaagde jegens eiser (bestuurder);

Beroep op overmacht

De zaak dient te worden beoordeeld volgens de reflexwerking van artikel 185 WVW aangezien het een gemotoriseerde en niet-gemotoriseerde betreft. In vaste jurisprudentie (zie: NJ 1988/57 en NJ 2002/214) is door de Hoge Raad uitgemaakt dat de schade in beginsel voor een gedeelte voor rekening van de bestuurder van een motorrijtuig komt, mits er sprake is van overmacht zoals in artikel 185 WVW. Echter, eiser beroept zich op overmacht.

De rechtbank overweegt in 4.5 dat een beroep op overmacht alleen slaagt: ‘indien de bestuurder van een motorrijtuig aannemelijk maakt dat hem rechtens geen enkel verwijt kan worden gemaakt omtrent de wijze waarop hij aan het verkeer heeft deelgenomen, omdat de aanrijding uitsluitend te wijten is aan fouten van een ander, welke fouten zo onwaarschijnlijk zijn dat de bestuurder bij het bepalen van zijn verkeersgedrag met deze mogelijkheid naar redelijkheid geen rekening behoefde te houden’.

In casu, heeft gedaagde geen voorrang verleent waar zij dat wel had behoren te doen. Echter, de fout van gedaagde is niet zo’n ongelofelijk fout dat eisers hiermee geen rekening diende te houden. De foto’s die door partijen zijn overhandigd geven aan dat de straat voor eiser goed zichtbaar was en hij ook kon verwachten dat hieruit verkeer zou kunnen komen. Wegens de drukte die dag wordt van eiser tevens een extra alertheid verwacht op de aanwezigheid van ander verkeer en de fouten die door andere verkeersdeelnemers gemaakt kunnen worden. De rechtbank oordeelt dat een beroep op overmacht niet slaagt.

Causaliteitsverdeling / billijkheidscorrectie

In 4.7 overweegt de rechtbank dat het ‘bij de causaliteitsverdeling gaat het om de vraag in welke mate, ongeacht de verwijtbaarheid van een ander, enerzijds het weggedrag van gedaagde op de fiets en anderzijds de wijze van rijden door eiser met zijn motorfiets aan het ontstaan van de aanrijding hebben bijgedragen’. Het niet verlenen van voorrang door gedaagde weegt zwaar. Bovendien is niet gebleken dat eiser harder heeft gereden dan de toegestane snelheid en dat de gereden snelheid door eiser in de gegeven omstandigheden niet naar behoren zou zijn geweest.

Tevens is de stelling van gedaagde dat door eiser een geringe afstand tot de voorganger werd gehouden niet aangenomen door de rechtbank. Het ten val komen tijdens het uitvoeren van de noodstop door eiser, houdt niet in dat gedaagde niet aansprakelijk kan worden gehouden voor het ontstaan van het ongeval. In casu, wordt het eiser enkel verweten dat hij onvoldoende voorzichtig is geweest. Gezien voorgaande wordt de causale bijdrage aan de schade bepaald op 80% aan de kant van gedaagde en 20% aan de kant van eiser.

Bij beantwoording van de vraag of de billijkheidscorrectie een andere verdeling eist overweegt de rechtbank in 4.8 als volgt dat  ‘rekening moet worden gehouden met de ernst en mate van verwijtbaarheid van de over en weer gemaakte fouten en met alle andere omstandigheden van het geval, waaronder de ernst van het letsel en het al dan niet verzekerd zijn van de eigenaar/bestuurder van het motorrijtuig en de aansprakelijk gestelde fietser/voetganger’. Gezien de financiële positie van gedaagde en het niet beschikken over een aansprakelijkheidsverzekering, komt de rechtbank niet tot een andere verdeling toe. De gedaagde is aansprakelijk voor het ontstaan van het ongeval en zal 80% van de schade dienen te vergoeden.

  • Aansprakelijkheid gedaagde jegens eiser (passagier);

De reflexwerking van artikel 185 WVW is niet van toepassing tussen gedaagde en eiser (passagier), aangezien het niet kan worden ingeroepen tegen andere opzittende van een motorrijtuig dan de bestuurder en/of eigenaar. Eiser kan als opzittende geen invloed uitoefenen op de klevende gevaren aan motorrijtuigen. Het niet verlenen van de voorrang door gedaagde is een toerekenbare onrechtmatige handeling jegens opzittende. Tussen gedaagde en eiser dient geen gebruik te worden gemaakt van de causale verdeling. De geleden schade van eiser dient door gedaagde volledig te worden vergoed.

De rechtbank verklaart dat de gedaagde aansprakelijk is voor de gevolgen van het ongeval op 4 augustus 2013. De gedaagde dient aan de bestuurder van het motorvoertuig gezien de causale verdeling 80% van de gevorderde schade te vergoeden. De gedaagde dient aan de passagier het volledige gevorderde schadebedrag te vergoeden.

Diensten

Diensten

Wat doen wij en voor wie doen wij dat? Voor slachtoffers van letselschade en voor letselschadeprofessionals die behoefte hebben aan objectieve informatie over letselschade.

Kennis

Kennis

LetselschadeSlachtoffer.nl biedt met haar website de laatste stand van zaken op het gebied van Jurisprudentie en legt via Wikipedia de termen uit die bij letselschade worden gebruikt.

Hulp

Hulp

Heeft u zelf een ongeval met letsel meegemaakt en wenst u professionele en kosteloze hulp van ervaren letselschadejuristen? Neem dan contact met ons op via het contactformulier op deze site.