ECLI:NL:RBOBR:2016:912

  • Man valt van rijdende aanhanger tijdens wegwerkzaamheden
  • WAM-verzekeraar is aansprakelijk/vergoedingsplichtig
  • Geen mindering BGK door percentage eigen schuld

Situatie ongeval

Verzoeker is op 15 april 2013 werkzaam als uitzendkracht. Verzoeker bevond zich tijdens het uitoefenen van diens werkzaamheden samen met een collega X op een open aanhangwagen. De aanhangwagen hing achter de bestelbus van de heer Z, die bestuurder was van het voertuig en ook eigenaar. De te verrichten werkzaamheden van verzoeker bestonden uit afzetschilden vanaf de aanhangwagen in de berm gooien. Voorgaande werd uitgevoerd, terwijl de bestelbus met aanhangwagen al stapvoets doorreed.

Evenwicht verloren

Verzoeker had in beginsel een zittende positie bij zijn werkzaamheden, maar is later gaan staan omdat hij de afzetschilden niet meer kon pakken. Verzoeker is op een gegeven moment diens evenwicht verloren, waardoor hij ten val is gekomen tussen de aanhangwagen en de auto. Bij deze val heeft verzoeker zich even aan de aanhangwagen vast kunnen houden, maar is hij later alsnog gevallen en onder de wielen van de aanhangwagen terecht gekomen. Verzoeker heeft hierbij letsel opgelopen dat deels blijvend van aard is.

Klaverblad is de WAM-verzekeraar van de bestelbus van de heer Z. De heer Z is bij een vonnis voor de kantonrechter bij de rechtbank Limburg betreffende het ongeval veroordeeld tot een geldboete van €500,- subsidiair 10 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren wegens overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.

Verzoeker verzoekt

  1. Klaverblad aansprakelijk dan wel vergoedingsplichtig te houden voor de materiële en immateriële schade, die verzoeker als gevolg van het ongeval heeft geleden en zal lijden.
  2. De kosten van verzoeker overeenkomstig diens opgave te begroten en te beslissen dat Klaverblad in de begrote kosten van dit deelgeschil wordt veroordeeld.

De grondslag die verzoeker hiervoor aanvoert is dat het volgens artikel 61b RVV verboden is om personen te vervoeren in of op een aanhangwagen achter een motorvoertuig. Deze wettelijke norm is door de heer Z overtreden, doordat hij toestond dat verzoeker op een open aanhangwagen werd vervoerd. Volgens verzoeker heeft de heer Z dan ook onzorgvuldig jegens hem gehandeld en zonder enige veiligheidsinstructies het vervoer van verzoeker op de open aanhangwagen toegestaan.

Geen valbescherming aanwezig

Er waren geen valbeschermingen aanwezig, waardoor de val zou worden voorkomen. Verder is verzoeker niet gewaarschuwd door de heer Z dat hij niet op de aanhangwagen mocht gaan staan. Ook bij langzaam rijden is de kans op het verliezen van evenwicht aanwezig en daarbij komt kijken dat verzoeker zich nergens aan kon vastgrijpen.

Verweer Klaverblad

Volgens Klaverblad heeft diens verzekerde geen toerekenbare onrechtmatige daad jegens verzoeker gepleegd. Klaverblad voert aan dat verzekerde geen verwijt kan worden gemaakt. Bovendien is er ook geen sprake van een toerekening krachtens verkeersopvatting. Verder is er geen causaal verband tussen de normschending en de schade. Klaverblad is van mening dat er sprake is van 100% eigen schuld aan de zijde van verzoeker.

Beoordeling rechtbank

Heeft de heer Z (verzekerde van Klaverblad) onrechtmatig gehandeld jegens verzoeker? Deze vraag wordt door de rechtbank bevestigend beantwoord en overweegt als volgt:

Volgens Klaverblad heeft verzekerde het voorschrift van artikel 61b RVV overtreden. Echter, de rechtbank is van oordeel dat de overtreding op zichzelf onvoldoende is om een normschending van verzekerde ten aanzien van verzoeker aan te nemen. Klaverblad verweert terecht dat er uitzonderingen worden gemaakt op dit voorschrift. Hierbij valt te denken als het vervoer plaatsvindt wegens een evenement of optocht en daarvoor een vergunning is verleend. De rechtbank oordeelt dat de verzekerde op geen enkele wijze zicht had op de verzoeker en op wat zich op/rond de aanhangwagen afspeelde. De rechtbank acht het open hebben staan van het raam aan bestuurderszijde onvoldoende.

Toezicht op de werkzaamheden niet mogelijk

Gezien voorgaande is het voor de heer Z onhaalbaar om toezicht te houden op de werkzaamheden en onuitvoerbaar om in te grijpen mocht er iets gebeuren. Gezien de werkzaamheden die verzoeker aan het verrichten was, had de heer Z er rekening mee moeten houden dat verzoeker zijn evenwicht kon verliezen en dat daar ernstig letsel uit kan voortvloeien. Het niet hebben van zicht op de aanhangwagen door de heer Z klemt te meer gezien er geen valbescherming was aangebracht. De werkzaamheden konden door verzoeker niet anders uitgevoerd worden, het naast de aanhanger lopen kon niet. Volgens de rechtbank heeft de heer Z verwijtbaar onrechtmatig gehandeld jegens verzoeker. De rechtbank is ook van oordeel dat er een causaal verband aanwezig is tussen de onrechtmatige gedraging en de door verzoeker geleden schade.

Het verweer van Klaverblad dat verzoeker niet op verzoek van de verzekerde is gaan staan om de werkzaamheden uit te voeren doet niet af aan voorgaande. Dat de wijze van rijden niet heeft bijgedragen aan de val doet evenmin af aan voorgaande.

Volgens Klaverblad is sprake van 100% eigen schuld (artikel 6:101 BW) aan de zijde van verzoeker. Klaverblad heeft geen zelfstandig tegenverzoek gedaan ten aanzien van de gesteld eigen schuld. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van 100% eigen schuld. Er kan worden toegegeven dat de schade van verzoeker in enige mate het gevolg is van omstandigheden die aan hem zijn toe te rekenen. Immers, verzoeker is zelf op de aanhanger gaan zitten en staan en heeft geaccepteerd dat hij zijn werkzaamheden uitvoerde op een onbeveiligde aanhangwagen waar door de heer Z geen zicht op was.

Eigen schuld artikel 6:101 BW

Echter, voorgaande is volgens de rechtbank onvoldoende om de volledige schade als gevolg van het ongeval bij verzoeker te laten. De rechtbank is gezien de stellingen van beide partijen vooralsnog van oordeel dat de schade in hogere mate te wijten is aan omstandigheden die aan de heer Z zijn toe te rekenen dan aan omstandigheden die in de risicosfeer van verzoeker liggen. De rechtbank kan wegens onvoldoende debat geen nadere beslissing geven omtrent voorgaande, ook aangezien het tegenverzoek ontbreekt. Het oordeel dat de verzoeker in enige maar mindere mate dan de heer Z eigen schuld als bedoeld in artikel 6:101 BW heeft, staat aan de toewijzing van het verzoek onder 1 niet in de weg.

De vergoedingsplicht van Klaverblad kan worden verminderd indien het beroep op eigen schuld slaagt. Echter, neemt het niet weg dat Klaverblad aansprakelijk en vergoedingsplichtig is.

De toewijzing van het verzoek van verzoeker ligt gezien voorgaande gereed.

Kosten van het deelgeschil

Klaverblad voert als verweer dat bij de afwikkeling van de kosten van dit deelgeschil rekening moet worden gehouden met de eigen schuld van verzoeker. De rechtbank begrijpt dit oordeel, omdat op basis van artikel 1019aa Rv de kosten van de deelgeschilprocedure gezien worden als kosten in de zin van artikel 6:96 lid 2 BW. De benadeelde kan dan ook in beginsel de kosten volledig vergoed krijgen door de wederpartij. “De rechtvaardiging daarvoor is blijkens de Memorie van Toelichting gelegen in het feit dat de deelgeschilprocedure een voorziening beoogt te bieden in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase, waardoor de procedure zozeer is verbonden met een afwikkeling buiten rechte dat deze kosten in beginsel volledig voor vergoeding in aanmerking komen.”

Gezien de verwijzing naar artikel 6:96 lid 2 BW kunnen ook de kosten van het deelgeschil worden onderworpen aan een mogelijk beroep op eigen schuld van de benadeelde. De rechtbank oordeelt in 4.7 als volgt: “Echter, niet moet uit het oog worden verloren wat het doel is van de deelgeschilprocedure: het verschaffen van een extra instrument aan de partijen die zich in een traject van personenschade bevinden om een impasse in de buitengerechtelijke onderhandelingen te doorbreken door het mogelijk te maken de rechter in de buitengerechtelijke onderhandelingsfase te adiëren.”

Verder overweegt de rechtbank het volgende:

  • De financiële drempel om een deelgeschilprocedure te starten wordt verlaagd door de verbinding met artikel 6:96 lid 2 ven het BW.
  • Als het deel eigen schuld onverkort zou worden doorgerekend bij het bepalen van de kosten van het deelgeschil, zou dit op gespannen voet staan met voorgaande.
  • Dan zou de financiële drempel immers verhoogd worden wanneer er mogelijk sprake is van eigen schuld.
  • Dit verenigt zich niet met het doel van de deelgeschilprocedure.
  • Daarom wordt Klaverblad veroordeeld in de volledige kosten van het deelgeschil.

De rechtbank is van oordeel dat dat zich niet verdraagt met het doel waarvoor de deelgeschilprocedure in het leven is geroepen. De rechtbank zal daarom Klaverblad veroordelen in de volledige kosten van het deelgeschil aan de zijde van verzoeker.

Conclusie eigen schuld en BGK

Uit deze uitspraak kan worden geconcludeerd dat bij eigen schuld geen percentage in mindering wordt gebracht op de buiten gerechtelijke kosten bij deelgeschillen.

Diensten

Diensten

Wat doen wij en voor wie doen wij dat? Voor slachtoffers van letselschade en voor letselschadeprofessionals die behoefte hebben aan objectieve informatie over letselschade.

Kennis

Kennis

LetselschadeSlachtoffer.nl biedt met haar website de laatste stand van zaken op het gebied van Jurisprudentie en legt via Wikipedia de termen uit die bij letselschade worden gebruikt.

Hulp

Hulp

Heeft u zelf een ongeval met letsel meegemaakt en wenst u professionele en kosteloze hulp van ervaren letselschadejuristen? Neem dan contact met ons op via het contactformulier op deze site.