Aansprakelijkheid wegbeheerder voor scheur in wegdek

Samenvatting ECLI:GHDHA:2016:1350

Gerechtshof Den Haag 17 mei 2016

  • Scheur in wegdek
  • Gemeente als wegbeheerder aansprakelijk ex.art  6:174 BW
  • Geen sprake van eigen schuld fietser

Partijen

  1. Appelante
  2. Gemeente Wassenaar, Achmea Schadeverzekering N.V., geïntimeerden

Rechtsvraag: wie is aansprakelijk voor het letsel dat is ontstaan door een scheur in het wegdek?

Feiten

Appelante is de moeder van de minderjarige dochter. Op vrijdag 2 september 2011 rond 21.34 uur reed de toen tienjarige dochter met haar fiets over het geasfalteerde fietspad van de Wassenaarseslag te Wassenaar. Het schemerde en was droog weer. De eigenaar van de fiets zat achterop. De dochter kwam samen met de eigenaar van de fiets ten val, waarbij de dochter van appelante een hersenschudding heeft opgelopen. De gemeente is de verantwoordelijke wegbeheerder. Ten tijde van het ongeval bevond zich een scheur in het asfalt in de langsrichting van ongeveer vijf meter lang en aan het eind daarvan een haaks aansluitende scheur in de dwarsrichting. De gemeente heeft de scheuren tussen 19 september 2011 en 13 november 2011 hersteld (na het ongeval).

In het verkeersongevallen rapport, op 2 april 2013 opgesteld door een verkeersongevallendeskundige, wordt geconcludeerd dat de scheurvorming in het fietspad juist voor eensporige voertuigen (zoals fietsen) als bijzonder gevaarscheppend dient te worden beschouwd. Het fietspad voldeed wat betreft de scheurvorming niet aan de relevante publicaties van het Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek (hierna: CROW). Volgens het verkeersongevallenrapport is dan ook voldoende reden om te stellen dat het fietspad ter plaatse ten tijde van het ongeval niet voldeed aan de in redelijkheid daaraan te stellen eisen. De kans is dan ook zeer groot dat de dochter over deze scheurvorming (in langsrichting) van het fietspad heeft gereden. De aard en de vorm van deze scheurvorming kan ertoe hebben geleid tot het de dochter en andere opzittende, hun balans verloren en ten val kwamen.

In deze zaak zijn twee getuigenverklaringen opgesteld die als volgt luiden:

  1. “Aangezien de afdaling gecontroleerd verliep en het stuur plotseling verdraaide lijkt het mij aannemelijk dat [dochter] uit balans raakte door de scheur in het asfalt en daardoor schrok en teveel corrigeerde. Doordat het schemerig werd is de scheur me niet opgevallen tijdens het ongeval en heb ik hem pas gezien toen ik later ging kijken.”
  2. “We zijn op normaal tempo achter onze vriendinnen naar beneden gefietst.” En over de wijze van fietsen vermeldt zij: “Goed, normaal remmend en gecontroleerd rechtdoor.” Op de vraag aan welke oorzaak het ongeval moet worden toegeschreven antwoordt zij:“Een gleuf in het asfalt van 5 meter aan het einde een opstaande rand met kuiltje waar de zijkant van het wiel tegen aan kwam.”

Het geschil

Bij exploot van 15 augustus 2014 is appellante in hoger beroep gegaan tegen het vonnis van 4 juni 2014, dat gegeven is door de rechtbank Den Haag. Appelante heeft het volgende gevorderd:

  • voor recht te verklaren dat de gemeente aansprakelijk is voor de door [dochter] als gevolg van het ongeval geleden en nog te lijden schade
  • de gemeente te veroordelen om aan [dochter] de door haar geleden en nog te lijden schade te vergoeden
  • Achmea te veroordelen om alle uitkeringen die zij ter zake van dit ongeval onder de aansprakelijkheidsverzekering verricht rechtstreeks aan [dochter] , althans [appellante], over te maken;
  • met hoofdelijk veroordeling van de gemeente en Achmea in de proceskosten, waaronder begrepen de nakosten met wettelijke rente
  • en met hoofdelijke veroordeling van de gemeente en Achmea, tot terugbetaling van hetgeen [appellante] uit hoofde van het eindvonnis in eerste aanleg heeft voldaan.

De gemeente is voor aansprakelijkheid verzekerd bij Achmea. Achmea heeft namens de gemeente laten weten geen aansprakelijkheid te erkennen, waarna appellante tot dagvaarding is overgegaan.

Appellante heeft in dat kader aangevoerd dat: “op de ongevalslocatie sprake was van een dermate ernstige scheurvorming in het asfalt dat het fietspad als een gebrekkige opstal heeft te gelden. Nu het gebrekkige fietspad de oorzaak van het ongeval is geweest, is de gemeente als wegbeheerder aansprakelijk voor de nadelige gevolgen op grond van artikel 6;174 BW dan wel 6:162 BW. Achmea is op grond van artikel 7:954 lid 1 BW gehouden de verzekeringspenningen ter zake hiervan rechtstreeks aan [appellante] uit te keren, aldus [appellante].”

De gemeente heeft verweer gevoerd, waarop in de hierna volgende alinea’s wordt ingegaan.

Beoordeling in eerste aanleg

De rechtbank heeft de vordering van [appellante] afgewezen. Zij heeft daartoe – samengevat – het volgende overwogen.

“De toedracht van het onderhavige ongeluk is niet vast komen te staan. Er is geen sprake is geweest van onvoldoende onderhoud en er heeft zich hier niet een situatie voor gedaan die alsnog noopte tot het nemen van tussentijdse maatregelen (waarbij te denken valt aan ad hoc herstel of waarschuwing van weggebruikers). Aan de conclusie van (het op initiatief van [appellante] opgestelde deskundigenrapport) dat het fietspad zonder meer als gebrekkig moet worden aangemerkt vanwege het potentiële gevaar van vallen als gevolg van de “boogvorm “ van de scheur, wordt door de rechtbank voorbij gegaan. Er is geen sprake van een gebrekkige opstal en de gemeente kan evenmin in voorkomend geval op grond van onrechtmatige daad aansprakelijk worden gehouden, zodat bewijslevering met betrekking tot de gestelde toedracht achterwege kan blijven.”

De beoordeling in hoger beroep (Gerechtshof Den Haag)

Gebrekkig fietspad

Het Hof komt in deze zaak tot de slotsom, dat het fietspad ten tijde van het ongeval niet voldeed aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen in de zin van artikel 6:174 BW. Het Hof baseert haar oordeel onder andere op de volgende punten:

  • Teneinde de gemeente als beheerder van het fietspad aansprakelijk te stellen, dient uit te worden gegaan van de maatstaven die zijn ontwikkeld in het arrest van de Hoge Raad van 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BN6236 (dijkdoorbraak Wilnis); zie ook HR 4 april 2014, ECLI:NL:HR:2014:831 (gemeente Deventer/Reaal)). In die uitspraken is bepaald dat bij het beoordelen van de vraag of een opstal voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, de vraag beantwoord dient te worden of het betreffende fietspad (gelet op het te verwachten gebruik of de bestemming daarvan) deugdelijk is. Dit, met het oog op voorkoming van gevaar voor personen en zaken. Hierbij is het ook de hoe groot de kans is op verwezenlijking van het gevaar en welke onderhouds- en veiligheidsmaatregelen mogelijk en redelijkerwijs te vergen zijn.
  • Het fietspad is een druk bereden fietspad, waar gedurende het hele jaar door zeer frequent gebruik van wordt gemaakt door zowel inwoners van Wassenaar, maar ook andere omstanders, waaronder toeristen die naar het strand gaan. Volgens het Hof is het voorts een feit van algemene bekendheid dat fietsers die naar het strand rijden meestal veel bagage bij zich hebben. Het kan ook wel eens voorkomen dat er iemand anders meerijdt. Het meenemen van bagage en/of een opzittende, kan ervoor zorgen dat de stabiliteit van fietsers negatief wordt beïnvloed. Naar het oordeel van het Hof mogen er dan ook hoge eisen worden gesteld aan de staat van het betrokken wegdek om valgevaar, veroorzaakt door oneffenheden in het wegdek, te voorkomen. Ten tijde van het ongeval zat er een scheur in het asfalt. Aan de foto’s die zijn overgelegd door appellante is de scheur goed te zien. De aard en de vorm van deze scheurvorming kan leiden tot het in onbalans raken van een fiets.
  • In het deskundigenrapport is vastgelegd dat het om een druk bereden fietspad gaat dat zeer frequent wordt gebruikt, niet alleen in de zomermaanden (door de inwoners van Wassenaar en toeristen die naar het strand gaan), maar gedurende het gehele jaar (door fietsers en wielrenners die langs de kust fietsen). Onder de gebruikers van het fietspad bevinden zich niet alleen inwoners van de gemeente Wassenaar, die mogelijk ter plaatse bekend zijn, maar ook mensen uit de (zeer) wijde omgeving.
  • Daarnaast is het Hof van oordeel dat het een feit van algemene bekendheid is dat fietsers die van en naar het strand rijden in de regel bagage bij zich hebben (strandspullen) en dat het ook regelmatig voor komt dat zij iemand anders achterop de fiets meenemen (zoals kinderen). Het meenemen van bagage en/of een opzittende is een omstandigheid die naar ervaringsregels de stabiliteit van fietsers negatief kan beïnvloeden. Volgens het hof mogen hier dan ook vrij hoge eisen aan gesteld worden aan de staat van het betrokken wegdek, teneinde valgevaar op dit drukke fietspad naar het strand te voorkomen.
  • In dit geval staat vast dat het wegdek was beschadigd. Ten tijde van het ongeval bevond zich namelijk een scheur in het asfalt. Volgens Meuwissen had deze scheur er niet mogen zijn: De aard en omvang van de scheurvorming in het fietspad is juist voor eensporige voertuigen (zoals fietsen) als bijzonder gevaarscheppend te beschouwen, omdat een fietser hierdoor ernstig in onbalans kan raken en vervolgens ten val kan komen. De aard en de vorm van deze scheurvorming kan wel degelijk leiden tot het in onbalans raken van een fiets, zeker met opzittenden, (wanneer over deze scheurvorming in de langsrichting wordt gereden, en tot een uiteindelijke val.
  • Anders dan de gemeente, ziet het Hof geen reden te twijfelen aan de hiervoor genoemde bevindingen van Meuwissen, die hij bovendien ter zitting aan het Hof en aan partijen mondeling heeft toegelicht aan de hand van gestelde vragen. Tijdens de toelichting heeft hij nog op het volgende gewezen. Bij een eensporig voertuig zoals een fiets gaat de achterband van de fiets de boog (van de scheur) volgen. Het wiel gaat daardoor het spoor van de scheur zoeken. Het instabiele gedrag begint aan de start van de oneffenheid, waardoor de fiets in onbalans raakt. Het achterwiel gaat zoeken, waardoor het stuur scheef komt te staan. Dit hoeft niet perse bij een hoge snelheid te zijn. Een verkeerde stuurbeweging kun je eigenlijk een fietser onder die omstandigheden niet kwalijk nemen, het is een natuurlijke reactie. In principe heeft de hellingshoek geen invloed op het meanderen, snelheid kan wel een factor zijn. Wanneer je een lage snelheid hebt, is er meer kans aanwezig dat het wiel gaat zoeken naar de oneffenheden van de scheur. Als er iemand achterop de fiets zit, ligt er meer gewicht op het achterwiel en minder op het voorwiel.

Het Hof is van oordeel dat de conclusies van de deskundige Meuwissen ten aanzien van de (gebrekkige) staat van het wegdek duidelijk en goed onderbouwd zijn en volgt de bevindingen in het rapport daarom. Door de gemeente zijn de bevindingen onvoldoende gemotiveerd weersproken.

Bij de gemeente is voorts geen sprake van onvoldoende financiële middelen om de vereiste maatregelen te treffen. Het fietspad opnieuw te laten asfalteren, is derhalve een voorzorgmaatregel die de gemeente had kunnen en had moeten treffen. 

Causaal verband

Naar het oordeel van het Hof is, gelet op de bijgevoegde foto’s en het verkeersongevallenrapport, vast komen te staan dat de scheur de oorzaak is van het ongeval. Het Hof ziet geen reden om te twijfelen aan de bevindingen die voortkomen uit voornoemd rapport, vooral omdat geen sprake is van een andere aannemelijke oorzaak voor het ongeval. De dochter reed immers, gelet op meerdere getuigenverklaringen, niet te hard en er was ook geen sprake van een ander betrokken voertuig waardoor sprake zou kunnen zijn van een schrikreactie bij de dochter.

“Anders dan de gemeente c.s. kennelijk meent, kan aan een getuigenverklaring immers ook betekenis toekomen voor zover het daarbij gaat om verklaringen omtrent de indrukken bij de getuige ontstaan naar aanleiding van de gebeurtenissen die in zijn verklaring aan de orde komen (zie HR 21 december 2001, NJ 2002/60 en HR 23 maart 1984, NJ 1984, 568).” De plotselinge scheefstand van het stuur van de fiets kan bovendien goed worden verklaard door de instabiliteit van de fiets als gevolg van rijden over de scheur, zoals door in het deskundigenrapport is geformuleerd. “Dat het (volgens de verklaring van de getuige schemerig werd, waardoor de [dochter] de scheur mogelijk niet of slecht zag, doet aan al het voorgaande niet af, nu dit in de risicosfeer van de gemeente ligt (die immers moet zorgen voor een deugdelijk wegdek).”

Eigen schuld

Door de gemeente is op grond van artikel 6:101 BW een beroep gedaan op de eigen schuld van de dochter, hetgeen naar het oordeel van het Hof onvoldoende onderbouwd is door de gemeente. Het beroep op eigen schuld wordt derhalve verworpen: “Uit de verklaringen van de direct bij het ongeval betrokken getuigen valt geenszins op te maken dat zij onoplettend of onvoorzichtig heeft gehandeld. Dat zij is geschrokken van een (beweerdelijk) van links komende auto, is bovendien niet vast komen te staan, zoals hiervoor reeds is overwogen.” Volgens het hof hoefde de dochter redelijkerwijs niet bedacht te zijn op de scheur in het wegdek en het daardoor in onbalans raken.

Mogelijkheid schade

Gelet op het gegeven dat de dochter als gevolg van het ongeval, per ambulance naar de eerste hulp is gebracht, alwaar een hersenschudding werd geconstateerd en zij vervolgens een revalidatietraject is gestart, acht het Hof het aannemelijk dat de dochter schade heeft opgelopen door het fietsongeval. Door onder andere haar jonge leeftijd en de omstandigheid dat nog geen medische eindtoestand kan worden vastgesteld, ziet het hof geen aanleiding de schade als gevolg van het ongeval nu al te begroten. De gevorderde verklaring voor recht en de verwijzing naar de schadestaatprocedure zullen dus worden toegewezen.

 De gemeente is aansprakelijk op grond van artikel 6:174 BW.

Diensten

Diensten

Wat doen wij en voor wie doen wij dat? Voor slachtoffers van letselschade en voor letselschadeprofessionals die behoefte hebben aan objectieve informatie over letselschade.

Kennis

Kennis

LetselschadeSlachtoffer.nl biedt met haar website de laatste stand van zaken op het gebied van Jurisprudentie en legt via Wikipedia de termen uit die bij letselschade worden gebruikt.

Hulp

Hulp

Heeft u zelf een ongeval met letsel meegemaakt en wenst u professionele en kosteloze hulp van ervaren letselschadejuristen? Neem dan contact met ons op via het contactformulier op deze site.