LetselschadeSlachtoffer.nl

Het uitgangspunt

Het uitgangspunt van het Nederlandse schadevergoedingsrecht is dat een slachtoffer zoveel mogelijk in de financiële toestand moet worden geplaatst waarin hij zich zou hebben bevonden wanneer een ongeval zich niet had voorgedaan;[1] de voor het ongeval aansprakelijke partij is in beginsel verplicht de schade volledig te compenseren. Dit staat bekend als: het beginsel van volledige vergoeding.[2] Wat onder andere vergoed dient te worden, is het verlies aan verdienvermogen van het slachtoffer.

De berekening

Het vaststellen van de te vergoeden schade gebeurt via een vergelijking van de volgende twee situaties:

  • De denkbeeldige situatie waarin de schadeveroorzakende gebeurtenis zich niet heeft voorgedaan
  • De toestand waarin deze wel heeft plaatsgevonden

Zo kan worden bepaald wat het slachtoffer als gevolg van een ongeval heeft misgelopen. Het verschil tussen deze twee situaties is dus de door het slachtoffer geleden schade en daarmee hetgeen de aansprakelijke partij aan het slachtoffer dient te vergoeden.[3] Deze uitgangspunten gelden ook voor situaties waarin sprake is van letselschade:[4] de situatie waarin het slachtoffer zou zijn geweest zonder het intreden van het ongeval dient zoveel mogelijk te worden benaderd.[5]

Verlies verdienvermogen

Het kan zo zijn dat een ongeval leidt tot gederfde inkomsten; een letselschadeslachtoffer kan als gevolg van het ongeval beschikken over verminderde arbeidscapaciteit.[6] In dat geval worden normaliter de inkomsten die het slachtoffer zou hebben verkregen, maar als gevolg van het ongeval niet heeft kunnen verkrijgen, aan het slachtoffer vergoed als gederfd inkomen.[7]

Ontwikkeling van het verdienvermogen

De vergelijking die moet worden gemaakt om het verlies aan verdienvermogen te kunnen vaststellen is niet altijd even makkelijk. Als een slachtoffer enkele dagen of weken niet tot werken in staat is, is de vergelijking snel gemaakt: het misgelopen salaris zal dan vaak het enige verlies aan verdienvermogen zijn. Maar bij langere periodes van arbeidsongeschiktheid ligt het ingewikkelder en is vaak de vraag hoe onder meer het inkomen van het slachtoffer zich zou hebben ontwikkeld als er geen ongeval had plaatsgevonden. Heeft het slachtoffer door het ongeval bijvoorbeeld promotie misgelopen en daardoor meer schade geleden dan alleen het misgelopen salaris? Of was het slachtoffer juist van plan van fulltime over te stappen naar parttime werken, waardoor juist minder schade geleden is? Vooral als het om een zeer jong slachtoffer gaat, bestaat veel onduidelijkheid en kan veel gespeculeerd worden over de vraag hoe de toekomst van het kind eruit zou hebben gezien.

Richtlijnen bij de vaststelling van de toekomst

Door de Hoge Raad, de hoogste rechter in Nederland, zijn een aantal handvatten gegeven, waarmee de hypothetische toekomst en daarmee het verlies aan verdienvermogen wordt bepaald en berekend:

  • Het is weliswaar aan het slachtoffer om te bewijzen hoe diens toekomst eruit zou hebben gezien, maar er worden hieraan – juist omdat het een slachtoffer betreft – geen al te hoge eisen gesteld;[8]
  • Minder hoge eisen betekent niet dat altijd van het meest rooskleurige scenario mag worden uitgegaan. Het is niet zo dat er altijd vanuit kan worden gegaan dat het slachtoffer inderdaad promotie had gemaakt;[9]
  • Bij het vaststellen van de hypothetische toekomst wordt rekening gehouden met een eventuele predispositie van het slachtoffer;[10] als er reden is om aan te nemen dat het slachtoffer later in zijn leven iets anders ernstigs was overkomen, zoals een beroerte of een hartaanval, waardoor hij geen of minder betaald werk meer had kunnen verrichten, kan de uit te keren schadevergoeding worden verminderd;
  • Voor het aantonen van een predispositie ligt de drempel wel hoog; er moeten concrete aanknopingspunten zijn waaruit blijkt dat het slachtoffer op een later moment arbeidsongeschikt zou zijn geworden.

Afrondend

Een korte periode van verminderde arbeidsgeschiktheid leidt zelden tot grote problemen voor wat betreft het bepalen van het verlies verdienvermogen, doordat vaak duidelijk is wat het slachtoffer als gevolg van het ongeval heeft misgelopen. Is het letsel ernstiger, en daarmee de periode van arbeidsongeschiktheid langer, dan kan het vaststellen van het onder meer het toekomstige inkomen van het slachtoffer tot problemen leiden. Met name bij jongere slachtoffers, waarbij de toekomst vaak nog minder voorspelbaar is dan bij volwassenen, leidt het vaststellen van de schadevergoeding voor gemiste kansen op de arbeidsmarkt, en daarmee tevens de gemiste inkomsten, vaak tot discussie. Toch zullen de partijen in het letselschadeproces hier samen uit moeten komen. Lukt dat niet, dan is het aan de rechter om de hypothetische toekomst van het slachtoffer, en daarmee de hoogte van de schadevergoeding, te bepalen.

Bronnen:

[1] A.S. Hartkamp & C.H. Sieburgh, Mr. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht. 6. Verbintenissenrecht, Deel II. De verbintenis in het algemeen, tweede gedeelte. Deventer: Kluwer 2017, nr. 31.

[2] J. M. Barendrecht & H.M Storm, Berekening van schadevergoeding, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1995, p. 18.

[3] J. Spier, T. Hartlief, A.L.M. Keirse, S.D. Lindenbergh & R.D. Vriesendorp, ‘Verbintenissen uit de wet en schadevergoeding’, Deventer: Kluwer 2015, p. 246.

[4] Zie bv. J. M. Barendrecht & H.M Storm, Berekening van schadevergoeding, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1995., p. 177 en P.C. Knol, ‘Vergoeding van letselschade: volgens huidig en komend recht’, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1986, p. 38.

[5] A.R. Bloembergen, Schadevergoeding bij onrechtmatige daad, (diss. Utrecht), Deventer: Kluwer 1965, p. 104.

[6] P.C. Knol, ‘Vergoeding van letselschade: volgens huidig en komend recht’, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 1986, p. 41.

[7] A.R. Bloembergen, Schadevergoeding bij onrechtmatige daad, (diss. Utrecht), Deventer: Kluwer 1965, p. 104.

[8] HR 15 mei 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2654, NJ 1998/624, r.o. 3.5.2.

[9] HR 14 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4277, NJ 2000/437, r.o. 3.4.

[10] HR 27 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3397, NJ 2015/2182, r.o. 3.3.2.

Diensten

Wat doen wij en voor wie doen wij dat? Voor slachtoffers van letselschade en voor letselschadeprofessionals die behoefte hebben aan objectieve informatie over letselschade.

Kennis

LetselschadeSlachtoffer.nl biedt met haar website de laatste stand van zaken op het gebied van Jurisprudentie en legt via Wikipedia de termen uit die bij letselschade worden gebruikt.

Hulp

Heeft u zelf een ongeval met letsel meegemaakt en wenst u professionele en kosteloze hulp van ervaren letselschadejuristen? Neem dan contact met ons op via het contactformulier op deze site.