Onrechtmatige daad

De onrechtmatige daad is één van de vereisten voor het vaststellen van aansprakelijkheid. Zodra een partij aansprakelijk is, rust er een schadevergoedingsplicht op hem jegens de benadeelde.

De wet omschrijft in een onrechtmatige daad als volgt: “Als onrechtmatige daad worden aangemerkt een inbreuk op een recht en een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht of met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, een en ander behoudens de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond.” [1]

Er zijn dus 3 gronden waarop een bepaalde gedraging als onrechtmatig kan worden aangemerkt:

  • Inbreuk op een recht
  • Een doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht
  • Een doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt.

Inbreuk op het recht

In het kader van een onrechtmatige daad gaat het bij een inbreuk om de aantasting van een subjectief recht. De subjectieve rechten kunnen in twee categorieën verdeeld worden:[2]

  1. Absolute vermogensrechten. Hieronder vallen onder andere:
    1. het eigendomsrecht;
    2. de rechten van een huurder en/of pachter;
    3. de rechten op voortbrengselen van de geest.
  2. Hieronder vallen onder andere:
    1. het recht op lichamelijke integriteit;
    2. het recht op vrijheid;
    3. het recht op leven;
    4. het recht op privacy.

Er is sprake van een rechtsinbreuk in het geval van: [3]

  • de uitoefening van een recht dat in strijd is met een exclusieve bevoegdheid van een rechthebbende;
  • belemmering voor de rechthebbende in het genieten, beschikken, of gebruiken van zijn rechten.

Het doen of nalaten in strijd met een wettelijke plicht

Indien een persoon een handeling verricht of nalaat, dat vervolgens in strijd is met een ‘wettelijke plicht’, dan valt de handeling onder een onrechtmatige daad. Onder het begrip ‘wettelijke plicht’ valt elke plicht die omschreven is in een bindend algemene voorschrift. Dit voorschrift dient vastgesteld of bekrachtigd te zijn door een algemene Nederlandse wetgever of door een ander Nederlandse overheidsorgaan die daartoe bevoegd is. Ook plichten die voortvloeien uit de wetgeving in materiele zin, vallen onder de wettelijke plicht.[4]

Het doen of nalaten in strijd met hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt

Aangezien niet alle onrechtmatige handelingen in de wet (kunnen) worden genoemd, is er ruimte gemaakt voor een restcategorie. Het gaat hier om handelingen in strijd met de ongeschreven regels waarbij men dient terug te vallen op de normen die in de maatschappij worden
aanvaard betreffende zorgvuldig en behoorlijk gedrag. [5] De rechtspraak vult de desbetreffende (onrechtmatige) handelingen nader in en daarom is deze restcategorie belangrijk in de praktijk. [6]

Rechtvaardigingsgrond voor de onrechtmatige daad

De slotzin van het wetsartikel met de omschrijving van een onrechtmatige daad gaat over de aanwezigheid van een rechtvaardigingsgrond. Dit geldt als een voorbehoud. Indien een rechtvaardigingsgrond aanwezig is, dan verliest de in beginsel onrechtmatig verklaarde handeling zijn onrechtmatige karakter. Daarom is de rechtvaardigingsgrond een belangrijk aspect voor de aansprakelijkheid van de aansprakelijke persoon ex artikel 6: 162 BW.

De wetenschap en rechtspraak vullen de inhoud van de rechtvaardigingsgrond in en zorgen voor de nodige begrenzing.[7] Een rechtvaardigingsgrond kan uit de wet voortvloeien. Enkele voorbeelden hiervan zijn: [8]

  • overmacht;
  • noodweer;
  • het uitvoeren van een wettelijk voorschrift;
  • een bevoegd gegeven ambtelijk bevel;
  • zaakwaarneming.[9]

Verder is het van belang te weten dat rechtvaardigingsgronden ook buiten de wet kunnen voortkomen. Er kan namelijk ook sprake zijn van rechtvaardigingsgronden die rechtstreeks uit het ongeschreven recht voortvloeien. [10]

Voorbeelden van een onrechtmatige daad

Een onrechtmatige daad valt vaak onder meer categorieën. Wie bijvoorbeeld iemand mishandelt, maakt inbreuk op een recht, namelijk het recht op lichamelijk integriteit. Daarnaast handelt deze persoon ook in strijd met een wettelijk plicht, namelijk de plicht om zich te onthouden van mishandeling. Tot slot valt het ook onder de categorie hetgeen volgens ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, want je hoort anderen niet te mishandelen. Enkele andere voorbeelden van een onrechtmatige daad zijn het beschadigen van een andermans zaak, schending van het auteursrecht, vernieling, onrechtmatige publicaties, beroepsfouten, oneerlijke concurrentie en het creëren van een gevaarlijke situatie voor anderen.

Gevaarzetting en onrechtmatige daad 

In de meeste situaties waarbij er sprake is van een onrechtmatige daad, is er ook sprake van gevaarzetting. Indien iemand een gevaarlijke situatie in het leven roept voor een ander zonder dat hiervoor voorzorgsmaatregelen zijn getroffen, kan dit een onrechtmatige daad opleveren. In het Kelderluik-arrest bepaalde de Hoge Raad de maatstaven voor gevaarzetting in verband met onrechtmatige daad. Aan de hand van de maatstaven wordt beoordeeld of er een situatie in het leven geroepen wordt, welke voor anderen bij niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid gevaarlijk is.

In deze zaak gaat het om een meneer die op weg naar het toilet van een café in een geopende kelderluik valt en daarbij ernstige verwondingen oploopt. Een medewerker van een frisdrankfabrikant heeft in de doorgang naar het toilet van dat café het kelderluik geopend om hier flessen in te kunnen leggen.

Kelderluik-criteria

De Hoge Raad oordeelt aan de hand van criteria, de zogenoemde ‘Kelderluik-criteria’, of er sprake is van een gevaarzetting:

  1. Hoe waarschijnlijk kan de niet-inachtneming van de vereiste onoplettendheid en voorzichtigheid worden geacht?
  2. Hoe groot is de kans dat uit deze niet-inachtneming ongevallen ontstaan?
  3. Hoe ernstig kunnen de gevolgen zijn?
  4. Hoe bezwaarlijk zijn de te nemen veiligheidsmaatregelen?

Volgens de Hoge Raad is er sprake van een onrechtmatige daad door de medewerker van de frisdrankfabrikant jegens meneer, omdat de medewerker een gevaarlijke situatie heeft gecreëerd door het kelderluik open te laten. De medewerker heeft hierdoor onvoldoende zorg betracht voor de cafébezoekers. Hij had een stoel voor het luik moeten zetten om het ongeval te voorkomen.

Onrechtmatige daad en schadevergoeding

Voor het claimen van schadevergoeding wegens onrechtmatige daad, moet er eerst aan een aantal vereisten worden voldaan. Het is niet voldoende om schadevergoeding te claimen indien er alleen sprake is van een onrechtmatige daad. De onrechtmatige daad moet aan een dader toe te rekenen zijn en moet er een causale verband zijn tussen de onrechtmatige daad en de schade. Dit betekent dat de schade het gevolg moet zijn van de onrechtmatige daad. Ten slotte moet de geschonden norm beschermen tegen de veroorzaakte schade. Dit wordt het relativiteitsbeginsel genoemd. Voor aansprakelijkheid voor onrechtmatige daad moet er dus sprake zijn van een onrechtmatige daad, toerekenbaarheid, schade, causaliteit en relativiteit.

Als aan alle vereisten is voldaan en er geen sprake is van een rechtvaardigingsgrond, staat de aansprakelijkheid voor een onrechtmatige daad vast en kunt u schadevergoeding claimen.

Bronnen:

[1] 6:162 lid 2 BW.

[2] K.J.O. Jansen, ‘art. 6:162 BW, aant. 7’, in: C.J.J.M. Stolker (red.), Groene Serie Onrechtmatige daad, Deventer: Kluwer (online).

[3] S.D. Lindenbergh, in: Tekst & Commentaar Burgerlijk Wetboek, Deventer: Kluwer 2005, blz. 2640.

[4] S.D. Lindenbergh, in: Tekst & Commentaar Burgerlijk Wetboek, Deventer: Kluwer 2005, blz. 2641.

[5] J. Spier, T. Hartlief, G.E. van Maanen en R.D. Vriesendorp, Verbintenissen uit de wet en schadevergoeding, Studiereeks Burgerlijk Recht (SBR 5), 5e druk, Deventer: Kluwer 2009, blz. 44.

[6] S.D. Lindenbergh, in: Tekst & Commentaar Burgerlijk Wetboek, Deventer: Kluwer 2005, blz. 2641.

[7] S.D. Lindenbergh, in: Tekst & Commentaar Burgerlijk Wetboek, Deventer: Kluwer 2005, blz. 2641.

[8] Artikelen  40-43 Wetboek van Strafrecht.

[9] J. Spier, T. Hartlief, G.E. van Maanen en R.D. Vriesendorp, Verbintenissen uit de wet en

schadevergoeding, Studiereeks Burgerlijk Recht (SBR 5), 5e druk, Deventer: Kluwer 2009, blz. 24.

[10] J. Spier, T. Hartlief, G.E. van Maanen en R.D. Vriesendorp, Verbintenissen uit de wet en schadevergoeding, Studiereeks Burgerlijk Recht (SBR 5), 5e druk, Deventer: Kluwer 2009, blz. 24.

Diensten

Diensten

Wat doen wij en voor wie doen wij dat? Voor slachtoffers van letselschade en voor letselschadeprofessionals die behoefte hebben aan objectieve informatie over letselschade.

Kennis

Kennis

LetselschadeSlachtoffer.nl biedt met haar website de laatste stand van zaken op het gebied van Jurisprudentie en legt via Wikipedia de termen uit die bij letselschade worden gebruikt.

Hulp

Hulp

Heeft u zelf een ongeval met letsel meegemaakt en wenst u professionele en kosteloze hulp van ervaren letselschadejuristen? Neem dan contact met ons op via het contactformulier op deze site.