Een narcoticum is een middel dat veelal bij medische ingrepen wordt gebruikt om een patiënt kunstmatig in een diepe slaap te brengen, te verdoven of te bedwelmen. Men kent dit begrip ook als verdoving, narcose of anesthesie.
Welke soorten narcotica zijn er?
Er zijn drie soorten narcotica:
- Sedatie.
- Plaatselijk narcoticum.
- Algehele narcoticum.
Sedatie
De letterlijke betekenis van het woord sedatie is het verlagen van het bewustzijn van een patiënt. Sedatie wordt meestal toegediend bij onaangename onderzoeken, zoals een maagonderzoek. De sedatie vermindert de pijn en angst van de patiënt. Op deze manier wordt het onderzoek voor zowel de patiënt als de behandelend arts plezieriger gemaakt.[1]
Plaatselijk narcoticum
Een plaatselijk narcoticum kan worden onderverdeeld in twee categorieën:
- Lokaal.
- Regionaal.
De eerste categorie wordt veelal toegediend bij kleine ingrepen, zoals het verwijderen van wratten. De injectie vindt plaats in de buurt van de plek die behandeld zal worden. Het narcoticum hoeft in dit geval niet toegediend te worden door de anesthesioloog. Ook de behandelend arts is hiertoe bevoegd.
Bij de tweede categorie wordt een gedeelte van het lichaam verdoofd door een verdovingsmiddel in de zenuwen te spuiten om deze uit te schakelen. Tijdens de ingreep blijft u wakker. Het gedeelte waar de ingreep plaatsvindt, wordt afgeschermd zodat u niks ziet. Een bekend voorbeeld van een regionaal narcoticum is de ruggenprik. Hierbij worden de zenuwen vanaf het middel naar beneden uitgeschakeld, zodat er geen pijn wordt ervaren. Het regionale narcoticum moet worden toegediend door de anesthesioloog.
Algehele narcoticum
Bij het algehele narcoticum, de narcose, wordt het gehele lichaam verdoofd en bent u in een diepe kunstmatige slaap. Dit wordt bijvoorbeeld toegediend bij het verwijderen van een tumor. Het verdovingsmiddel wordt via een infuus toegediend gedurende de ingreep. Tijdens de ingreep bent u zich van niets bewust. De anesthesioloog houdt de vitale functies zoals de ademhaling en de bloedcirculatie in de gaten.
Wie mag een narcoticum toedienen?
Narcotica mogen worden toegediend door:
- De anesthesist
- De behandelend arts (alleen bij bepaalde narcotica)
Regionale en algehele narcotica mogen enkel worden toegediend door een medisch specialist, de anesthesist. Dit is een medisch specialist die de vitale functies van een patiënt in de gaten houdt, zoals de ademhaling, het bewustzijn en de bloedsomloop. De anesthesist bewaakt deze functies tijdens de operatie en neemt deze over indien nodig. Een behandeld arts is enkel bevoegd om sedatie of een lokaal verdovingsmiddel toe te dienen.
Aansprakelijkheid
Voordat er een narcoticum wordt toegediend, dient de behandelend arts of de anesthesioloog de patiënt te informeren over de werking van het verdovingsmiddel. Ook dient er toestemming gevraagd te worden aan de patiënt of diens wettelijk vertegenwoordiger alvorens het narcoticum wordt toegediend. Het recht op informatie en het toestemmingsvereiste noemt men in de medische wereld het ‘informed consent’. Indien een medisch behandelaar zich niet houdt aan het informed consent, kan hij of zij aansprakelijk worden gesteld als de patiënt letselschade oploopt door het narcoticum. Toediening van het verkeerde verdovingsmiddel kan tevens leiden tot de aansprakelijkstelling van de behandelend arts of de anesthesioloog.[2] In beide gevallen is het belangrijk om daar een jurist voor in te schakelen.

Bronnen:
[1] UMC, Anesthesie (verdoving of narcose).
[2] Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Den Haag d.d. 13 juni 2017.
