LetselschadeSlachtoffer.nl

Hoge Raad, 18 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR5213

  • Wrongful life
  • Wanprestatie
  • Artikel 6:162 lid 2 BW 

Onderwerp

Het centrale onderwerp in het Wrongful life arrest:

Ontstaat er een schadevergoedingsplicht als gevolg van een fout jegens een ernstig geestelijk en lichamelijk gehandicapt kind en haar ouders, welk kind zonder die  fout niet ter wereld zou zijn gekomen?

De feiten 

Een moeder heeft na een miskraam en een hierop volgende curettage een gezonde dochter gekregen. Toen de vrouw opnieuw zwanger raakte, vertelde zij aan de verloskundige dat in de familie van haar echtgenoot een chromosale afwijking voorkwam. Zij wilde een prenataal onderzoek, omdat zij geen gehandicapt kind wilde.  De verloskundige heeft besloten dat een onderzoek niet nodig was. De moeder is uiteindelijk bevallen van een dochter, Kelly, die fysiek en geestelijk ernstig gehandicapt blijkt, als gevolg van een chromosomale afwijking. De moeder zou tot abortus zijn overgegaan indien uit het onderzoek tijdens de zwangerschap gevolgd zou hebben dat de vrucht waarvan zij zwanger was, deze chromosomale afwijking had.[1]

De ouders van baby Kelly hebben het ziekenhuis en de verloskundige aansprakelijk gesteld en hebben schadevergoeding voor zichzelf en voor hun dochter Kelly gevorderd. Het ziekenhuis en de verloskundige betwisten deze vordering. 

Rechtbank

Volgens de Rechtbank heeft de verloskundige, door na te laten een prenataal onderzoek te verrichten, een beroepsfout gemaakt. Hierdoor is zij toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de behandelingsovereenkomst met de moeder en heeft zij jegens baby Kelly onrechtmatig gehandeld door inbreuk te maken op het recht van de moeder om voor abortus te kiezen. Het ziekenhuis is krachtens artikel 6:170 BW mede aansprakelijk voor de beroepsfout en de daaruit voortgevloeide schade.

Beroepsfout verloskundige is onrechtmatig

De beroepsfout van de verloskundige is onrechtmatig tegenover Kelly omdat zij ook jegens baby Kelly zorgvuldig had moeten handelen. De verloskundige heeft ook onrechtmatig gehandeld tegenover de vader. De door de ouders te maken kosten voor opvoeding en verzorging van baby Kelly kunnen de verloskundige en het LUMC als gevolg van de gemaakte fout worden toegerekend. Ook de extra kosten voor medische en andere behandelingen, alsmede kosten ter verzachting van het leed van baby Kelly en de met haar handicap samenhangende extra kosten voor de rest van het gezin, zijn volgens de Rechtbank als vermogensschade aan te merken en komen voor vergoeding in aanmerking. De gevorderde immateriële schade wordt alleen aan de moeder toegekend.[2]

Hof 

Het hof voert aan dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de kosten van verzorging en opvoeding van baby Kelly vermogensschade vormen die voor vergoeding in aanmerking komt. Zonder de medische beroepsfout zou baby Kelly niet hebben bestaan, zodat geen kosten voor haar opvoeding en verzorging zouden zijn gemaakt. De ouders van baby Kelly lijden in die zin vermogensschade. Volgens het hof heeft de rechtbank de gevorderde immateriële schade terecht aan de moeder toegekend en niet aan de vader.

Hof: Vader geen recht op smartengeld

De vader van baby Kelly is weliswaar als belanghebbende aan te merken als het gaat om een beslissing over abortus en is hij in zijn leven in aanmerkelijke mate en langdurig overschaduwd door de problematiek die een ernstig gehandicapt kind meebrengt, maar hieruit volgt niet dat hij in de zin van artikel 6:106 BW in zijn  persoon is aangetast, wat wel het geval is ten aanzien van de moeder van baby Kelly. Het Hof oordeelt daarnaast, anders dan de rechtbank, dat Baby Kelly zelf ook partij was bij de behandelingsovereenkomst met het ziekenhuis. Het ziekenhuis en de verloskundige zijn daardoor ook jegens baby Kelly toerekenbaar tekortgeschoten in hun verplichtingen uit de behandelingsovereenkomst. Los van de overeenkomst hebben het ziekenhuis en de verloskundige een op hen rustende zorgplicht geschonden jegens baby Kelly.[3]

Hoge Raad

In cassatie overweegt de Hoge Raad ten aanzien van de vordering van de vader dat ook de vader op grond van artikel 6:106 lid 1 onder b BW immateriële schadevergoeding kan vorderen. Er is sprake van een onrechtmatige daad jegens de vader omdat het zelfbeschikkingsrecht van de vader om samen met de moeder te beslissen over de geboorte van het kind, hem wordt ontnomen. Dit betekent dat toekenning van smartengeld aan de vader van Baby Kelly mogelijk is.[4]

Kosten ouders

Wat betreft de vordering van de ouders ter zake van de kosten van opvoeding en verzorging van baby Kelly overweegt de Hoge Raad dat alle kosten moeten worden vergoed en niet slechts de kosten die samenhangen met het handicap van baby Kelly. De Hoge Raad oordeelt dat door de geboorte van baby Kelly het recht van de ouders om hun leven naar eigen inzicht in te richten is doorkruist.[5]

Kosten verzorging en opvoeding baby Kelly

De Hoge Raad oordeelt vervolgens dat artikel 7:453 BW niet alleen jegens de moeder geldt, maar ook voor baby Kelly. De verloskundige is tekortgeschoten in de nakoming van de behandelingsovereenkomst, waarmee zij in strijd handelt met een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm jegens baby Kelly.[6] In dit verband heeft baby Kelly recht op volledige vergoeding van de kosten van haar verzorging en opvoeding.[7]

De Hoge Raad voegt aan zijn beslissing toe dat baby Kelly geen recht heeft op haar eigen niet-bestaan, dan wel op afbreking van de zwangerschap van haar moeder. Dit betekent dat baby Kelly haar ouders niet aansprakelijk kan stellen hiervoor.[8]

Ook baby Kelly heeft recht op smartengeld

Ten slotte beslist de Hoge Raad dat ook baby Kelly recht heeft op smartengeld, omdat zij moet leven met vreselijke afwijkingen. Het gaat in dit geval om aantasting in persoon in de zin van artikel 6:106 lid 1 sub b BW.[9]

Rechtbank Midden-Nederland 28 september 2016

Vervangende woonruimte, wel of geen schadecomponent die in aanmerking komt voor vergoeding?

Op 28 september 2016 heeft de Rechtbank Midden-Nederland geoordeeld over een zaak die sterk overeenkwam met het Wrongful life arrest. In deze zaak gaat het om een stel met een zoon die een speciale spierziekte heeft. Het stel wilde weer een kind krijgen en besloot daarvoor eerst een zwangerschaps DNA-onderzoek uit te laten voeren door middel van een vlokkentest, en de zwangerschap af te breken als daaruit zou blijken dat de vrucht zou lijden aan dezelfde spierziekte als hun zoontje. Het onderzoek is verricht door een laboratorium in Duitsland, dat de ouders per brief heeft laten weten dat de vrucht niet lijdt aan een spierziekte. Echter, niet lang na de geboorte begon het kind dezelfde symptomen te vertonen als zijn broer. Het laboratorium heeft het nog beschikbare DNA-materiaal uit de vlokkentest opnieuw onderzocht, waaruit bleek dat het kind wel een spierziekte heeft. Het laboratorium heeft aansprakelijkheid erkend.

Aanpassingen woonruimte noodzakelijk

Het stel heeft bij kort geding een passende vervangende woonruimte gevorderd, omdat in de huidige bovenwoning de door de kinderarts aanbevolen aanpassingen (vanwege de spierziekte van het kind), niet verwezenlijkt kunnen worden. Het stel heeft een geschikte woning voor hun gezin gevonden, in die zin dat zij daar goede zorg aan hun zoon kunnen verlenen, die evenals hun oudere zoon, beademings- en rolstoelgebonden zal worden. Noodzakelijke aanpassingen kunnen in de huidige woning niet worden gerealiseerd en bij gebrek aan een tuin en voldoende vloeroppervlak kan het kind zich in de huidige woning niet voldoende bewegen, hetgeen zijn conditie niet ten goede komt. De ouders begroten de totale kosten van de nieuwe woning op € 1.815.000,00. Zij komen niet in aanmerking voor een hypothecaire lening, omdat zij leven van een persoonsgebonden budget en geen andere inkomsten hebben.

Ouders dienen de schade te beperken

De rechtbank oordeelt dat de toewijzing van de gevorderde voorziening pas in beeld komt als de woning als zodanig als schadecomponent gezien moet worden. In dat verband is het relevant dat, zoals de Hoge Raad in het Wrongful life arrest heeft geoordeeld, als uitgangspunt geldt dat de volledige kosten van verzorging en opvoeding van hun zoon en de volledige kosten ter bestrijding van de gevolgen van zijn handicap voor vergoeding in aanmerking komen, om hun zoon in staat te stellen zoveel mogelijk een menswaardig bestaan te leiden. Volgens de rechtbank staat het echter onvoldoende vast dat de woning als zodanig als schadecomponent gezien moet worden. Het laboratorium is weliswaar verplicht de schade te dragen, maar van de ouders mag gevergd worden dat zij de schade waar mogelijk beperken.

Alternatieven

Dat vraagt erom dat alternatieven overwogen moeten worden en dat dient te worden stilgestaan bij de mogelijkheid een andere woning met behulp van andersoortige voorzieningen passend te maken. De rechtbank maakt hierbij wel duidelijk dat het vorenstaande er niet aan af doet dat de keuze van de ouders om de verzorging van hun zoon op zich te nemen ten volle gerespecteerd moet worden. Het uitgangspunt is dat de zoon onderdeel van zijn gezin moet kunnen blijven. Het kind moet in staat worden gesteld zoveel als mogelijk een menswaardig bestaan te leiden en daarbij hoort dat hij thuis door zijn ouders verzorgd kan worden. Echter, zoals hiervoor door de rechtbank is overwogen, kan er thans niet van uitgegaan worden dat er geen andere mogelijkheden zijn dan de woning die het stel heeft gevonden.[10] 

Conclusie

Op grond van het Wrongful life arrest kunnen we ervan uitgaan dat er een schadevergoedingsplicht ontstaat als gevolg van een fout jegens een ernstig geestelijk en lichamelijk gehandicapt kind en haar ouders, welk kind zonder die fout niet ter wereld zou zijn gekomen. De fout wordt onder meer gekwalificeerd als een ernstige inbreuk op het zelfbeschikkingsrecht van de ouders, die moet worden aangemerkt als een ‘aantasting in de persoon’ in de zin van artikel 6:106 lid 1 onder b, zonder dat hiervoor nodig is dat geestelijk letsel kan worden vastgesteld.

Bronnen

[1] HR 18 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR5213, r.o.3.1.

[2] HR 18 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR5213, r.o.3.3.

[3] HR 18 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR5213, r.o.3.4.

[4] HR 18 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR5213, r.o.4.9.

[5] HR 18 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR5213, r.o.4.6.

[6] HR 18 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR5213, r.o.4.13.

[7] HR 18 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR5213, r.o.4.14 en r.o.4.20.

[8] HR 18 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR5213, r.o.4.13.

[9] HR 18 maart 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR5213, r.o.4.19.

[10] Rechtbank Midden-Nederland 28 september 2016, ECLI:NL:RBMNE:2016:5438.

Diensten

Wat doen wij en voor wie doen wij dat? Voor slachtoffers van letselschade en voor letselschadeprofessionals die behoefte hebben aan objectieve informatie over letselschade.

Kennis

LetselschadeSlachtoffer.nl biedt met haar website de laatste stand van zaken op het gebied van Jurisprudentie en legt via Wikipedia de termen uit die bij letselschade worden gebruikt.

Hulp

Heeft u zelf een ongeval met letsel meegemaakt en wenst u professionele en kosteloze hulp van ervaren letselschadejuristen? Neem dan contact met ons op via het contactformulier op deze site.