LetselschadeSlachtoffer.nl

Hof ’s-Hertogenbosch, 27 september 2016, ECLI:NL:RBZWB:2013:10208

  • Verknochtheid letselschade uitkering
  • Artikel 1:94 lid 3 BW

Rechtsvraag

Verknochte goederen vallen slechts in de huwelijksgemeenschap voor zover die verknochtheid zich hiertegen niet verzet. Is een letselschade uitkering op grond van artikel 1:94 lid 3 BW verknocht?

De feiten en omstandigheden

Een letselschadeslachtoffer en haar ex-man waren met elkaar gehuwd in gemeenschap van goederen. Mevrouw heeft tijdens het huwelijk een ongeval gehad waarvoor zij een voorschot op de uiteindelijk uit te keren schadevergoeding heeft ontvangen in zowel de voorhuwelijkse periode alsmede in de huwelijkse periode. Ook zal zij in de toekomst (na haar scheiding) een nog resterend deel van de letselschadevergoeding ontvangen, welke bestemd is voor vergoeding van toekomstige schade.

Mevrouw en haar ex-man zijn het niet eens met de beslissing van de rechtbank over de verdeling van de huwelijksgemeenschap. De rechtbank heeft bepaald dat mevrouw, omdat zij na de verdeling van de huwelijksgemeenschap over een groter deel beschikt dan is afgesproken, de helft van het bedrag van de  schadevergoeding én de nog aan haar toe te kennen (toekomstige) vergoeding wegens het haar overkomen ongeval zal moeten betalen aan haar ex man.[1]

Reikwijdte artikel 1:94 lid 3 BW

In artikel 1:94 lid 3 BW is bepaald dat goederen en schulden die aan een van de echtgenoten op enigerlei bijzondere wijze verknocht zijn, slechts in de gemeenschap vallen voor zover die verknochtheid zich hiertegen niet verzet. Of de verknochtheid van een goed zich verzet tegen de huwelijkse gemeenschap hangt af van de maatschappelijke opvattingen die er zijn over dat goed. Zo kan het wenselijk zijn dat alleen het letselschadeslachtoffer zelf de vergoeding voor de geleden schade ontvangen en niet haar partner. Dat er sprake is van een letselschade uitkering is op zich niet voldoende om te stellen dat er sprake is van verknochtheid.

Wanneer is een letselschadevergoeding verknocht?

De Hoge Raad heeft herhaaldelijk overwogen dat een letselschade uitkering (uitgekeerd in de vorm van een bedrag ineens) die een echtgenoot ontvangt als gevolg van een ongeval niet buiten de huwelijksgemeenschap valt omdat de letselschade uitkering naar haar aard niet uitsluitend is bedoeld aan de persoon verbonden nadelige gevolgen van het ongeval. De omstandigheden van het geval moeten altijd in aanmerking genomen worden. De Hoge Raad achtte met name van belang of de vergoeding betrekking heeft op de schade die de betrokkene na de ontbinding van de gemeenschap zal lijden als gevolg van het ongeval, zoals toekomstige inkomensschade wegens door het ongeval blijvend verloren arbeidsvermogen.[2],[3]

Het Hof

Het Hof oordeelt als volgt. Het letselschadeslachtoffer heeft aangevoerd dat de door haar reeds ontvangen voorschotbedragen waren bestemd voor vergoeding van medische kosten die vóór de ontbinding van de huwelijksgemeenschap al gemaakt waren. Ten aanzien van de reeds ontvangen voorschotbedragen oordeelde het hof, anders dan de rechtbank in eerste aanleg, dat deze bedragen op het moment van de peildatum niet meer in de gemeenschap aanwezig waren en dus ook niet verdeeld konden worden. Daarmee zijn deze voorschotbedragen géén vergoedingen die betrekking hebben op schade die het letselschadeslachtoffer in de periode na de ontbinding van de huwelijksgemeenschap lijdt. De medische kosten zijn daadwerkelijk betaald van deze vergoedingen, waardoor de vergoedingen ook niet meer verdeeld zouden kunnen worden tussen de partijen.

Toekomstige uitkering letselschade

Wat betreft het resterende deel van de letselschade uitkering die mevrouw nog zal ontvangen, zal zij moeten onderbouwen dat vergoeding uitsluitend betrekking heeft op schade die zij als gevolg van het ongeval zal lijden in de periode na de ontbinding van de gemeenschap. Zij onderbouwt dit onvoldoende waardoor het Hof van oordeel is dat zij de helft van de toekomstige letselschade uitkering moet betalen aan haar ex partner.

Conclusie

Het Hof oordeelt dat:

  • Het van de omstandigheden van het geval afhangt of er sprake is van verknochtheid bij een letselschade uitkering als bedoeld in artikel 1:94 lid 3 BW.
  • Het letselschadeslachtoffer het resterende deel van de letselschade uitkering nog zal ontvangen, maar dat een bedrag ter grootte van de helft van de letselschade uitkering betaald moet worden aan haar ex man.

Bronnen

[1] Rechtbank Zeeland-West-Brabant. 30 december 2013

[2] HR 3 november 2006, ECLI:NL:HR:2008:AX7805

[3] HR 7 december 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY0957

Diensten

Wat doen wij en voor wie doen wij dat? Voor slachtoffers van letselschade en voor letselschadeprofessionals die behoefte hebben aan objectieve informatie over letselschade.

Kennis

LetselschadeSlachtoffer.nl biedt met haar website de laatste stand van zaken op het gebied van Jurisprudentie en legt via Wikipedia de termen uit die bij letselschade worden gebruikt.

Hulp

Heeft u zelf een ongeval met letsel meegemaakt en wenst u professionele en kosteloze hulp van ervaren letselschadejuristen? Neem dan contact met ons op via het contactformulier op deze site.