Hoge Raad, 23 maart 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV0616 (Davelaar/Allspan)

  • Aansprakelijkheid werkgever voor zzp’er
  • Bedrijfsongeval
  • Artikel 7:658 lid 4

Onderwerp

Het centrale onderwerp in Davelaar/Allspan:

Is de werkgever op grond van artikel 7:658 lid 4 BW aansprakelijk voor de schade welke een persoon die – buiten dienstbetrekking voor de opdrachtgever – werkzaamheden verricht, heeft opgelopen tijdens deze werkzaamheden? Hoe ver reikt de aansprakelijkheid van een werkgever voor een zzp’er?

De feiten in Davelaar/Allspan

Het slachtoffer (eiser) heeft een eenmanszaak. Zijn werkzaamheden bestaan onder andere uit het verrichten van reparaties aan machines. Hij heeft werkzaamheden aan een vezelverwerkingsmachine van [gedaagde] (hierna Allspan) verricht. Tijdens deze werkzaamheden is er een ongeluk gebeurd waarna het rechterbeen van het slachtoffer tot boven zijn knie moest worden geamputeerd. Hij had zelf geen arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten.

Het slachtoffer stelt Allspan aansprakelijk voor zijn schade op grond van artikel 7:658 lid 4 en Allspan betwist deze vordering.

Rechtbank

De rechtbank heeft de vordering afgewezen. Zij stelt dat de werkzaamheden van het slachtoffer niet zijn verricht in de uitoefening van het bedrijf van Allspan als bedoeld in artikel 7:658 lid 4. Aan dit oordeel ligt ten grondslag dat niet kan worden aangenomen dat het laten uitvoeren van reparatiewerkzaamheden bij derden tot de normale bedrijfsuitoefening van Allspan behoort.

Hof

Het hof sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank. Zij voegt aan de beoordeling toe dat uit de wetsgeschiedenis niet blijkt dat de bescherming van artikel 7:658 ook bedoeld is voor zzp’ers. Eveneens stelt het hof dat onderhoudswerkzaamheden gezien kunnen worden als onderdeel van de normale bedrijfsuitoefening, maar reparatiewerkzaamheden niet. Dat de reparatiewerkzaamheden zijn uitbesteed, is hier volgens het hof een aanwijzing voor.

Hoge Raad

Artikel 7:658 lid 4 strekt ertoe bescherming te bieden aan personen die zich, wat betreft de zorgplicht van de werkgever, in een vergelijkbare positie bevinden met een werknemer. Dit betekent dat een persoon die voor zijn veiligheid (mede) afhankelijk is van degene voor wie hij werkzaamheden verricht ook onder lid 4 valt als hij zijn werkzaamheden buiten dienstverband verricht. De Hoge Raad noemt verschillende omstandigheden die van belang zijn bij de beoordeling of een persoon voor zijn veiligheid afhankelijk is voor de persoon voor wie hij de werkzaamheden verricht. Belangrijke aanwijzingen zijn:

  • de aard van de verrichte werkzaamheden
  • de feitelijke verhouding tussen betrokkenen
  • de mate waarin ‘de werkgever’ invloed heeft op de werkomstandigheden
  • en de veiligheidsrisico’s die daarmee verband houden

Reikwijdte artikel 7:658 lid 4 BW volgens de Hoge Raad

Wat betreft de reikwijdte van artikel 7:658 lid 4 oordeelt de Hoge Raad in rechtsoverweging 3.8.2 van Davelaar/Allspan het volgende: “Aangenomen moet worden dat de reikwijdte van de bepaling niet beperkt is tot de werkzaamheden die tot het wezen van de beroep of bedrijfsuitoefening van de desbetreffende opdrachtgever kunnen worden gerekend of normaal gesproken in het verlengde daarvan liggen. Mede gelet op het beschermingskarakter van art. 7:658 lid 4 kunnen daaronder ook andere werkzaamheden vallen. Waarbij bepalend is of de verrichte werkzaamheden, gelet op de wijze waarop de desbetreffende opdrachtgever aan zijn beroep of bedrijf invulling pleegt te geven, feitelijk tot zijn beroeps- of bedrijfsuitoefening behoren. Dit zal aan de hand van de omstandigheden van het geval beoordeeld moeten worden”.

Reparatiewerkzaamheden vallen in dit geval onder artikel 7:658 BW

Dat de reparatiewerkzaamheden niet beschouwd kunnen worden als werkzaamheden die in het verlengde liggen van de verwerking van resthout tot houtkrullen, sluit niet uit dat de werkzaamheden gezien kunnen worden als ‘uitgevoerd in de uitoefening van zijn beroep op bedrijf’ als bedoeld in art. 7:658 lid 4 BW. De reparatiewerkzaamheden vallen onder het bereik van artikel 7:658 lid 4 BW indien deze werkzaamheden feitelijk tot de bedrijfsuitoefening van Allspan behoren.Davelaar/Allspan

  • Het slachtoffer heeft meerdere opdrachten voor Allspan uitgevoerd.
  • Ook was er een werknemer van Allspan intensief betrokken bij de reparatiewerkzaamheden.
  • De Hoge Raad komt tot de conclusie dat het hof is uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting en vernietigt het arrest.

Conclusie?

Op grond van het arrest Davelaar/Allspan lijkt het erop dat zelfstandigen (ZZP’ers) bescherming zouden kunnen vinden in artikel 7:658  lid 4 BW. Helaas zijn er niet echt heel duidelijke criteria door de Hoge Raad gegeven wanneer dit nou exact het geval is.

Wat wél duidelijk is na dit arrest is dat een zelfstandige in ieder geval onder de reikwijdte van voornoemd artikel kan vallen.

Diensten

Diensten

Wat doen wij en voor wie doen wij dat? Voor slachtoffers van letselschade en voor letselschadeprofessionals die behoefte hebben aan objectieve informatie over letselschade.

Kennis

Kennis

LetselschadeSlachtoffer.nl biedt met haar website de laatste stand van zaken op het gebied van Jurisprudentie en legt via Wikipedia de termen uit die bij letselschade worden gebruikt.

Hulp

Hulp

Heeft u zelf een ongeval met letsel meegemaakt en wenst u professionele en kosteloze hulp van ervaren letselschadejuristen? Neem dan contact met ons op via het contactformulier op deze site.