De scootmobiel en aansprakelijkheid bij ongelukken
Een scootmobiel is een scooter met een elektrische aandrijving met drie, vier of vijf wielen die wordt gebruikt door mensen die minder mobiel zijn. Door de vergrijzing is het aantal scootmobielen de laatste jaren toegenomen.[1] Het aantal scootmobielongevallen is de laatste jaren ook gestegen. Zo zijn in 2015 2700 mensen opgenomen op de afdeling spoedeisende hulp van het ziekenhuis na een ongeval waarbij een scootmobiel betrokken is geweest.[2] Dit leidt tot de vraag hoe het met de aansprakelijkheid zit bij een ongeval waarbij een scootmobiel betrokken is geweest.
Een scootmobiel ongeval en art. 185 WVW
Volgens art. 1 lid 1 sub c WVW valt onder een motorrijtuig: “Alle voertuigen, bestemd om anders dan langs spoorstaven te worden voortbewogen uitsluitend of mede door een mechanische kracht, op of aan het voertuig zelf aanwezig dan wel door elektrische tractie met stroomtoevoer van elders, met uitzondering van fietsen met trapondersteuning.’’ Hieronder valt dus ook een scootmobiel. Wanneer er een ongeval ontstaat tussen een scootmobiel en een voetganger of fietser moet de bestuurder van de scootmobiel minstens 50% van de schade vergoeden.
Art. 185 WVW geldt slechts voor een ongeval tussen een gemotoriseerd voertuig en een fietser of voetganger en is dus niet van toepassing op een ongeval tussen een scootmobiel en een ander motorrijtuig. Hier zijn echter wel vragen over geweest. Een scootmobilist is erg kwetsbaar in botsing met een ander motorrijtuig. Het Hof heeft echter geoordeeld dat deze kwetsbaarheid niet betekent dat de scootmobilist onder artikel 185 WVW valt. Een scootmobilist geniet derhalve geen speciale bescherming door de wet bij letselschade en heeft dezelfde zware bewijslast bij de aansprakelijkstelling als iedere andere bestuurder van een motorvoertuig.[3]
Wegbeheerdersaansprakelijkheid bij een scootmobiel ongeval
De wegbeheerder kan aansprakelijk zijn voor een scootmobiel ongeval op grond van art. 6:174 BW of art. 6:162 BW. De beheerder van een weg is aansprakelijk voor de schade, wanneer de weg niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen.[4] Of sprake is van een weggebrek hangt af van de vier Kelderluikcriteria en de concrete omstandigheden van het geval. De vier Kelderluikcriteria zijn:[5]
- De mate van waarschijnlijkheid waarmee verwacht kan worden dat de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid niet in acht worden genomen.
- De kans op een ongeval.
- De ernst van de schade.
- Bezwaarlijkheid van de te nemen veiligheidsmaatregelen.
Tegenover de zorgplicht van de wegbeheerder staat de verplichting van de weggebruiker om de nodige voorzichtigheid in acht te nemen.[6] In een vonnis oordeelt de rechtbank dat een hoogteverschil geen weggebrek is, omdat het hoogteverschil voor de bestuurder van de scootmobiel waarneembaar is. De gebruiker van de scootmobiel had zijn verkeersgedrag hier dan ook op kunnen aanpassen. De rechtbank vindt ook dat van een bestuurder van een scootmobiel een hoge mate van voorzichtigheid verwacht mag worden door de eigenschappen van zijn vervoermiddel.[7]
De wegbeheerder is aansprakelijk op grond van art. 6:162 BW wanneer:
- De weginrichting gevaar oplevert voor de weggebruiker
- De wegbeheerder niet voldaan heeft aan zijn zorgplicht
De zorgplicht van de wegbeheerder wordt, net als bij art. 6:174 BW, bekeken aan de hand van de Kelderluikcriteria.[8]

Bronnen:
[1] https://nl.wikipedia.org/wiki/Scootmobiel.
[2] https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2016/10/21/beantwoording-kamervragen-over-problematiek-rondom-onveilige-scootmobiels.
[3] Hof ’s-Hertogenbosch 26 september 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:4154, NJ 2017/160, r.o. 3.7.1.
[4] Art. 6:174 lid 1 BW.
[5] HR 5 november 1965, ECLI:NL:PHR:1965:AB7079 (concl. A-G Van Oosten), NJ 1966/136, m.nt. G.J. Scholten, r.o. 13 (Coca Cola/Duchateau (Kelderluik)).
[6] Rb. Haarlem 22 september 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BO4555, VR 2011/74, r.o. 4.5.
[7] Rb. Haarlem 22 september 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BO4555, VR 2011/74, r.o. 4.7.
[8] Rb. Haarlem 22 september 2010, ECLI:NL:RBHAA:2010:BO4555, VR 2011/74, r.o. 4.10 en 4.12.
