Geschiedenis omkeringsregel
De omkeringsregel werd door de Hoge Raad voor het eerst in 1957 toegepast. In die zaak ging het om een schending van een verkeersnorm. Later werd de omkeringsregel ook uitgebreid tot gevallen van schending van veiligheidsnormen.[1] De aard van beide normen strekt tot bescherming tegen het gevaar van ongelukken.
Uitzondering op artikel 150 Rv
De omkeringsregel vormt een uitzondering op artikel 150 RV (Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering) waarin namelijk wordt bepaald dat de partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten of rechten, de bewijslast draagt van die feiten of rechten.
- Het komt er op neer dat wie stelt, ook moet bewijzen.
- Dit is het geval, tenzij uit enige bijzondere regel of uit de eisen van redelijkheid en billijkheid een andere verdeling van de bewijslast voortvloeit.
- De omkeringsregel is hiervan een voorbeeld.
Omkeringsregel bij wanprestatie of onrechtmatige daad
Later werd de omkeringsregel ook regelmatig toegepast in gevallen waarbij het ging om een wanprestatie of onrechtmatige daad, die een specifiek gevaar opleverde voor het ontstaan van schade en dit gevaar zich vervolgens ook heeft verwezenlijkt. [2]
Een voorbeeld van de omkeringsregel
In het St. Willibrord arrest ging het om een man die op vrijwillige basis was opgenomen in een psychiatrisch centrum (St. Willibrord). Hij verbleef de nacht, voordat hij zou worden ontslagen, buiten de inrichting. Hij was die nacht echter naar de inrichting gekomen en heeft hier met verpleegkundigen gesproken. Op dat moment was hij onder invloed van alcohol en de verpleegkundigen hebben hem met een taxi weer laten gaan. Later die avond is hij bij een woonhuis naar binnen gegaan, waar hij brand heeft gesticht. De eigenaar van deze woning stelt St. Willibrord aansprakelijk voor de schade.
- St. Willibrord beroept zich op het feit dat geen causaal verband aanwezig is tussen de beslissing om de man en laten vertrekken en de latere brandstichting.
- De Hoge Raad oordeelt echter anders.
- De verpleegkundigen hebben door de man te laten gaan een verhoogd gevaar voor een of andere schade aan derden in het leven geroepen.
- Nu dit risico zich ook daadwerkelijk heeft verwezenlijkt (de man sticht brand), is het causale verband tussen de gedraging en de ontstane schade, behoudens tegenbewijs, gegeven.[3]
Omkering bewijslast
In dit arrest hoeft de eigenaar van de woning dus niet te bewijzen dat het gevolg, van de man met de taxi mee laten gaan, brandstichting is. Omdat het om een gevaar gaat en dit gevaar zich ook daadwerkelijk heeft verwezenlijkt, keert de Hoge Raad de bewijslast om, waardoor St. Willibrord moet bewijzen waarom dit niet het geval zou zijn.
Letselschade en de omkeringsregel
Ook binnen de letselschade kan de omkeringsregel worden toegepast. In een bepaalde zaak ging het om een man die tijdens zijn dienst bij de Koninklijke Marechaussee een stalen slagboom op zijn hoofd heeft gekregen. Een bedieningsambtenaar liet de bedieningsknop van de slagboom namelijk los, waardoor de slagboom naar beneden viel, op het hoofd van de man.
- De rechtbank beslist dat de omkeringsregel mag worden toegepast.[4] De norm is in dit geval het voorkomen dat verkeersdeelnemers bij het passeren van de opgehaalde slagboom letsel oplopen.
- Volgens de rechtbank is door het loslaten van de bedieningsknop een risico ontstaan op het oplopen van (letsel)schade.
- Dit risico heeft zich ook verwezenlijkt, aangezien de man de slagboom op zijn hoofd heeft gekregen.
- Hierdoor werd de omkeringsregel van toepassing verklaard.
Toekomst van de omkeringsregel
De omkeringsregel wordt tegenwoordig bijna altijd ingebracht in de rechtspraktijk, wanneer het over vragen van causaliteit en schade gaat. Aangezien de omkeringsregel zeker niet altijd van toepassing is, maar van echte concrete regels ook nog geen sprake is, is het motto vaak: niet geschoten is altijd mis. Doordat de omkeringsregel in de praktijk vaak te pas en te onpas wordt aangevoerd, rijst steeds meer de vraag wat de reikwijdte en betekenis van de omkeringsregel precies is. Pas wanneer hier antwoord op wordt gegeven, zal ook meer duidelijk worden over de toepassing van de omkeringsregel.[5]
Toepassing omkeringsregel bij een whiplash
Een letselschadeslachtoffer kan een whiplash oplopen bij een auto-ongeluk wanneer het hoofd eerst naar voren zwaait en daarna naar achter. Een whiplash kan veel klachten opleveren die nog lange tijd kunnen blijven bestaan.
Ook te gebruiken in whiplashzaken
De omkeringsregel kan ook in whiplashzaken worden gebruikt. Wel dient dan bij het ongeval sprake te zijn geweest van een mechanisch te begrijpen geweldsinwerking op de tot de hals of de nek behorende wervels. Verder moeten de klachten of beperkingen na het ongeluk zijn ontstaan en ze moeten ook passen bij het post whiplashsyndroom.[6] De Rechtbank heeft verder op 27 juni 2012 (LJN 5657) bepaald dat aan het bewijs van het bestaan van deze klachten niet al te hoge eisen kunnen worden gesteld. Whiplashklachten zijn namelijk moeilijk objectiveerbaar en dus ook moeilijk te bewijzen. De omkeringsregel kan tot slot niet worden gebruikt, indien het gaat om de vaststelling van de omvang van de schade.
Bronnen:
[1] J. de Bruyn Ouboter, ‘De omkeringsregel nader bezien: omkering bewijslast of omkering omkeringsregel?’, Vennootschap & Onderneming 2003, nr. 2, p. 28.
[2] D.P. Engberts & L. E. Kalkman-Bogerd, Leerboek gezondheidsrecht, Houten: Bohn Stafleu van Loghum 2013, p. 268.
[3] HR 16 juni 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6233.
[4] Rb. 26 juni 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:4294, par. 4.4, 4.5.
[5] A.J. Akkermans, De ‘omkeringsregel’ bij het bewijs van causaal verband, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2002, p. 4, 5.
[6] http://anwbverkeersrecht.nl/jurisprudentie/vr-2004121-whiplash-omkeringsregel
