Een glijpartij op een gladde vloer kan flinke letselschade tot gevolg hebben. Onder omstandigheden kan degene die voor de toestand van deze vloer verantwoordelijk is voor deze schade aansprakelijk zijn. Er moet dan worden beoordeeld of er ten tijde van het ongeval sprake was van (onrechtmatige) gevaarzetting. Dit houdt in dat iemand een gevaarlijke situatie in het leven roept of laat voortbestaan, zonder maatregelen te nemen ter voorkoming van dit gevaar. Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van gevaarzetting zijn een aantal aspecten van belang:

  1. Was het waarschijnlijk dat u als slachtoffer van de glijpartij niet goed zou opletten of niet voorzichtig genoeg zou zijn?
  2. Hoe groot was de kans dat uit deze onoplettendheid een ongeval zou ontstaan?
  3. Hoe ernstig zijn de mogelijke gevolgen van een dergelijk ongeval?
  4. Was het voor degene die verantwoordelijk was voor de vloer bezwaarlijk om veiligheidsmaatregelen te nemen?[1]

De eerste drie aspecten zijn terug te voeren tot het vraagstuk over de grootte van het risico dat is ontstaan door de aanwezigheid van de gladde vloer. Bij de beoordeling hiervan moet een onderscheid worden gemaakt tussen een ‘gewone’ gevaarlijke situatie en een ‘te’ gevaarlijke situatie. Bij deze laatste categorie is een risicodrempel bereikt. De situatie die door de gladde vloer in het leven is geroepen is niet alleen te gevaarlijk geweest, dit gevaar was tevens onvoorzienbaar voor u. Bij een ‘gewone’ gevaarlijke situatie wordt er ook een risico in het leven geroepen, maar is dit risico wel voorzienbaar. Van potentiële slachtoffers wordt in deze situaties verwacht dat zij rekening houden met een eventuele gladde vloer.[2]

‘Gewone’ gevaarlijke situaties

Aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval moet worden beoordeeld in hoeverre er sprake is van gevaarzetting.[3] Verschillende aspecten kunnen hierbij een rol spelen:

  • De setting waarin het incident plaatsvindt. Voor een bezoeker van een sauna is het bijvoorbeeld te voorzien dat het op bepaalde plekken glad zal zijn en in het geval van een glijpartij is hier sprake van een ‘gewone’ gevaarlijke situatie.[4]
  • De weersomstandigheden. Bij gladheid als gevolg van winterse omstandigheden of regenachtig weer kan extra oplettendheid van potentiële slachtoffers worden verwacht.[5]
  • Het kan voorkomen dat op de vloeren van supermarkten, winkels en restaurants incidenteel voedselresten terechtkomen. Wanneer degene die verantwoordelijk is voor de toestand van de vloer kan aantonen dat er ten tijde van het ongeval een redelijk schoonmaakbeleid werd gevoerd, zal (meestal) niet met succes een beroep op aansprakelijkheid kunnen worden gedaan.[6]

‘Te’ gevaarlijke situaties

In situaties waarin sprake is van een abnormale of structurele vorm van gladheid of bevuiling, die niet eenvoudig voorzienbaar is voor potentiële slachtoffers, is wél sprake van onrechtmatige gevaarzetting.[7] Voorbeelden hiervan zijn:

  • De aanwezigheid van olie op een bowlingbaan[8]
  • Een gebrekkige vloer als gevolg van hoogteverschillen of losse plinten[9]
  • Gladheid als gevolg van een lekkage in een doucheruimte.[10]

Deze vormen van gladheid zijn niet alledaags en van potentiële slachtoffers kan niet worden verwacht dat zij anticiperen op de eventuele gevaren hiervan.

Voorzorgsmaatregelen

Wanneer de situatie die in het leven is geroepen inderdaad te gevaarlijk was, hadden er vanzelfsprekend veiligheidsmaatregelen moeten worden genomen om ongevallen te voorkomen. Bij de beoordeling van de gevaarzetting moet worden meegenomen hoe bezwaarlijk het was om deze maatregelen te nemen. Naarmate de te nemen voorzorgsmaatregelen financieel of op andere wijze bezwaarlijker zijn, zullen zij minder snel vereist zijn. Het overhouden van een droge strook tijdens het dweilen van een lange gang of het plaatsen van een waarschuwingsbord kost weinig moeite en zal vaak van de verantwoordelijke van de vloer worden verwacht.[11] Overigens spelen veiligheidsmaatregelen die na het ongeval zijn getroffen bij deze beoordeling geen rol, de situatie moet worden getoetst zoals deze ten tijde van het ongeval was.[12]

Aansprakelijkheid voor gladde vloeren in het kort

Concluderend hangt het steeds af van de omstandigheden van het geval of er sprake is van onrechtmatige gevaarzetting met betrekking tot de aanwezigheid van een gladde vloer. Ten aanzien van de grootte van het risico dat in het leven is geroepen door een gladde vloer kan onderscheid worden gemaakt tussen ‘gewone’ gevaarlijke situaties en ‘te’ gevaarlijke situaties. Bij de eerste categorie kan oplettendheid van het potentiele slachtoffer worden verwacht, aangezien de gladheid is te voorzien. Er is sprake van een ‘te’ gevaarlijke situatie wanneer de gladheid een abnormale en structurele vorm aanneemt. In dat geval moeten veiligheidsmaatregelen worden getroffen, zoals bijvoorbeeld het plaatsen van een waarschuwingsbord. Wanneer kan worden bewezen dat er een zeer gevaarlijke situatie in het leven is geroepen en het nemen van veiligheidsmaatregelen achterwege is gelaten, kan degene die verantwoordelijk is voor de vloer met succes aansprakelijk worden gesteld.

[1] HR 5 november 1965, NJ 1966/136 (Kelderluik).

[2] R. Rutten & S.C.P. Heideman, ‘Aansprakelijkheid voor vallen en uitglijden: stapje voor stapje beoordeeld om niet te snel te struiken over de risicodrempel’, 2017/4, p. 21.

[3] R. Rutten & S.C.P. Heideman, ‘Aansprakelijkheid voor vallen en uitglijden: stapje voor stapje beoordeeld om niet te snel te struiken over de risicodrempel’, 2017/4, p. 21.

[4] Hof Arnhem 23 oktober 2010, ECLI:NL:GHARN:2010:BL6032.

[5] Rb. Den Haag 2 mei 2013, ECLI:NL:RBDHA:2013:9261 jo. Rb. Utrecht 24 april 2002, ECLI:NL:RBUTR:2002:AK4689.

[6] K. Jansen, GS Onrechtmatige daad IV.1, 6.6.7.5 Casuïstiek; gladheid door schoonmaakwerkzaamheden.

[7] K. Jansen, GS Onrechtmatige daad IV.1, 6.6.7.4 Ongevallen op gladde of bevuilde vloeren.

[8] Rb. Zeeland-West-Brabant 17 april 2013, ECLI:NL:RBZWB:2013:7262.

[9] Hof ’s Hertogenbosch 5 september 2006, ECLI:NL:GHSHE:2006:AY8210.

[10] Rechtbank Noord-Holland 8 oktober 2014, ECLI:NL:RBNHO:2014:9298.

[11] Hof ’s-Gravenhage 18 maart 1997 en 23 februari 1999, VR 2000/123:

[12] R. Rutten & S.C.P. Heideman, ‘Aansprakelijkheid voor vallen en uitglijden: stapje voor stapje beoordeeld om niet te snel te struiken over de risicodrempel’, 2017/4, p. 22.

Diensten

Diensten

Wat doen wij en voor wie doen wij dat? Voor slachtoffers van letselschade en voor letselschadeprofessionals die behoefte hebben aan objectieve informatie over letselschade.

Kennis

Kennis

LetselschadeSlachtoffer.nl biedt met haar website de laatste stand van zaken op het gebied van Jurisprudentie en legt via Wikipedia de termen uit die bij letselschade worden gebruikt.

Hulp

Hulp

Heeft u zelf een ongeval met letsel meegemaakt en wenst u professionele en kosteloze hulp van ervaren letselschadejuristen? Neem dan contact met ons op via het contactformulier op deze site.