De betekenis van disloque is letterlijk: dislokeren, tuimelen, duikelen, ronddraaien, spagaten en handstanden maken. [1]  Binnen de atletiek- en turnwereld wordt met disloque vaak gerefereerd naar een oefening als onderdeel van ringzwaaien. De turner/turnster zwaait hierbij aan de ringen en zal tijdens het uitvoeren van de oefening de benen horizontaal boven het hoofd strekken. Vervolgens is het de bedoeling dat men vanuit deze positie uit de ringen zwaait, waarbij veel druk op de schouders wordt uitgeoefend. Derhalve is de kans op een val op de rug, de nek of het hoofd dusdanig groot dat het erg belangrijk is dat de turner/turnster assistentie heeft van twee personen om hem/haar op te vangen en toezicht wordt gehouden tijdens de uitvoering van de oefening. Het is mogelijk dat dit niet gebeurd, waardoor de turner/turnster ernstig letsel kan oplopen, zoals het geval is geweest bij het Disloque-arrest in 1995. De Hoge Raad doet in dit arrest uitspraak over de aansprakelijkheid voor de letselschade die is opgetreden ten gevolge van een ongeval bij de uitvoering van een disloque.

HR 6 oktober 1995, NJ 1998/190

Astrid, 14 jaar ten tijde van het ongeval, is lid van een turnvereniging en een ervaren turnster die destijds kans maakt om in de nationale selectie te komen. De oefening disloque aan de ringen beheerste zij goed, maar toch gaat het tijdens één van haar turntrainingen mis. Astrid zwaait uit de ringen en valt (waarschijnlijk) met haar hoofd naast de mat waardoor zij een ernstig hoofdletsel oploopt. Ten gevolge van de val ligt Astrid geruime tijd in coma. Bij ontwaken blijkt zij blijvend invalide te zijn en in een rolstoel te moeten zitten.

De vader van Astrid stelt de turnleidster die de training van Astrid leidde ten tijde van het ongeval, en de turnvereniging aansprakelijk voor de schade die Astrid heeft opgelopen. Op grond van onrechtmatige daad vordert hij schadevergoeding van beide partijen. De zaak komt bij de Hoge Raad terecht, die de volgende rechtsvraag tracht te beantwoorden:

“Hebben de trainster en/of de vereniging gehandeld in strijd met een zorgvuldigheidsnorm?”

Met andere woorden: hebben zowel de turnleidster en de turnvereniging nagelaten om de vereiste voorzorgsmaatregelen te treffen zodat de ernstige gevolgen van de val voorkomen hadden kunnen worden, althans aanzienlijk beperkt hadden kunnen worden? Ter beantwoording van deze vraag heeft de Hoge Raad de volgende omstandigheden van het geval in achting genomen:

  • De turnleidster was bevoegd om training te geven (gediplomeerd trainster), maar niet bekwaam met de begeleiding van oefeningen aan de ringen;
  • Het bestuur van de turnvereniging was bekend met de bovenstaande onbekwaamheid, maar nam de turnleidster niettemin aan en stelde geen verdere eisen over het opdoen van de ontbrekende kennis over het desbetreffende onderdeel;
  • Tijdens de uitvoering van de disloque van Astrid was de turnleidster niet aanwezig, zij stond bij een ander groepje;
  • Astrid kreeg assistentie van slechts één persoon om haar eventueel op te vangen, echter, deze had zelf nog nooit een disloque uitgevoerd en was derhalve niet op de hoogte van de risico’s die de oefening met zich mee bracht;
  • Bovendien lette de assistent op het fatale moment niet goed op, waardoor hij Astrid niet heeft kunnen opvangen, noch heeft hij haar zien vallen.

In het oordeel van de Hoge Raad wordt het eerdere oordeel van het hof bevestigd dat zowel de turnleidster als de turnvereniging aansprakelijk zijn voor de letselschade van Astrid op grond van onrechtmatige daad: beiden zouden onzorgvuldig gehandeld hebben door niet de vereiste voorzorgsmaatregelen te treffen en daarmee zijn zij tekort geschoten in de zorg die van hen jegens Astrid, als deelneemster aan de training, kon worden gevergd.

“Klaarblijkelijk en met juistheid is het Hof ervan uitgegaan dat, nu bij de activiteiten waarvan hier sprake is, een val met het risico van zeer ernstig letsel op zichzelf niet altijd is te vermijden, het treffen van bijzondere maatregelen ter voorkoming of beperking van de gevolgen geboden is. Dat die maatregelen wellicht niet in alle gevallen voldoende zijn om de gevolgen te voorkomen of aanzienlijk te beperken doet hieraan niet af. (…)”

 “Middel VII verwijt het Hof een onjuiste maatstaf te hebben gehanteerd bij zijn oordeel dat causaal verband bestaat tussen het niet treffen van de vereiste voorzorgsmaatregelen en het letsel van Astrid. Klaarblijkelijk heeft het Hof niet beslissend geacht of voldoende waarschijnlijk is dat het treffen van veiligheidsmaatregelen de gevolgen van de val hadden kunnen voorkomen, en geoordeeld dat het niet naleven van een veiligheidsnorm meebrengt dat ook letsel dat buiten de normale lijn der verwachtingen ligt, aan de overtreder van die norm moet worden toegerekend. Deze oordelen zijn juist, zodat het middel [VII] faalt.”

Het Disloque-arrest in de letselschadepraktijk

Het Disloque-arrest is een belangrijke illustratie van de bijzondere zorgplicht van sportorganisaties jegens sporters en de aansprakelijkheid die hieruit voortvloeit wanneer er letselschade optreedt. Mocht u letsel hebben opgelopen ten gevolge van een ongeval tijdens het sporten en vermoedt u dat de sportvereniging of de trainster hiervoor aansprakelijk is? Dan bestaat er een mogelijkheid dat u hier een schadevergoeding voor kunt vorderen. Voor vragen kunt u altijd contact opnemen met het letselschadebureau.

Bronnen:

[1] https://www.ensie.nl/atletiek-en-turnwoordenboek/disloque

Diensten

Diensten

Wat doen wij en voor wie doen wij dat? Voor slachtoffers van letselschade en voor letselschadeprofessionals die behoefte hebben aan objectieve informatie over letselschade.

Kennis

Kennis

LetselschadeSlachtoffer.nl biedt met haar website de laatste stand van zaken op het gebied van Jurisprudentie en legt via Wikipedia de termen uit die bij letselschade worden gebruikt.

Hulp

Hulp

Heeft u zelf een ongeval met letsel meegemaakt en wenst u professionele en kosteloze hulp van ervaren letselschadejuristen? Neem dan contact met ons op via het contactformulier op deze site.