Fouten maken is menselijk. Het komt daarom regelmatig voor dat beide partijen over en weer een fout hebben gemaakt waardoor een aanrijding heeft plaatsgevonden. Hierbij speelt de billijkheidscorrectie een belangrijke rol. Na een aanrijding zal er eerst een causale verdeling op grond van artikel 6:101 BW worden gemaakt. Na de causale verdeling komt de billijkheidscorrectie aan bod. Hieronder zal de toepassing van deze correctie uitgebreid worden besproken.

Aansprakelijkheid

In beginsel is het van belang dat de aansprakelijkheid op grond van artikel 6:162 BW en/of artikel 185 WVW vaststaat. Er moet in ieder geval sprake zijn van een onrechtmatige daad en de toerekening van deze onrechtmatige daad. Door het vaststellen van de aansprakelijkheid, rust er een schadevergoedingsplicht op de aangesprokene jegens de benadeelde.[1]

Eigen schuld ex. artikel 6:101 lid 1 BW

Deze plicht tot schadevergoeding kan echter worden verminderd door een beroep op eigen schuld van de benadeelde. Het beroep op eigen schuld vloeit voort uit artikel 6:101 lid 1 BW. Uit dit wetsartikel blijkt dat schadevergoedingsplicht verminderd kan worden indien de schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde kan worden toegerekend. Bijvoorbeeld wanneer de benadeelde zelf alcohol heeft gedronken of ’s nachts geen verlichting heeft gevoerd. Dit wetsartikel wordt slechts toegepast als de schade een causaal verband heeft met:[2]

  1. de gebeurtenis waarvoor de aangesprokene persoon aansprakelijk gesteld kan worden;
  2. de omstandigheid die toegerekend kan worden aan de benadeelde.

Beroep op eigen schuld

Door het beroep op eigen schuld wordt de omvang van de schadevergoeding opnieuw bepaald.[3] De wijze waarop deze omvang wordt bepaald is gebaseerd op de toetsing van twee fases. De eerste fase is de hoofdregel en de tweede fase is een uitzondering op de hoofdregel. In het aansprakelijkheidsrecht wordt de hoofdregel de causale verdeling genoemd en vervolgens komt de uitzondering aan bod ofwel de billijkheidscorrectie. 

Causale verdeling

De hoofdregel van artikel 6:101 lid 1 BW is dat de schadevergoedingsplicht van de aangesproken persoon verminderd kan worden door de schade over de benadeelde en de aangesprokene te verdelen. Deze verdeling dient te geschieden in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen. Dit wordt de causale verdeling genoemd. De causale verdeling is gebaseerd op de maatstaf van wederzijdse causaliteit. Het is derhalve van belang dat de evenredige verdeling van de schadevergoeding in een juiste verhouding staat met de causaliteit van de desbetreffende omstandigheden.[4] Op grond van artikel 185 WVW gelden twee regels voor wat betreft de causale verdeling. De 100%-regel en de 50%-regel. De 100%-regel geldt voor fietsers en voetgangers onder de 14 jaar en de 50%-regel is bedoeld voor fietsers en voetgangers van veertien jaar en ouder.

Fietsers en voetgangers onder de 14 jaar

Voor fietsers en voetgangers onder de 14 jaar die zijn aangereden door een bestuurder van een motorrijtuig, geldt de regel dat zij op grond van hun eigen gedragingen niet worden toegerekend op eigen schuld.[5] Het gevolg hiervan is dat de desbetreffende bestuurder geen beroep op overmacht meer kan doen. Er is immers sprake van een aanrijding met een kind.[6] Dit houdt in dat de schadevergoeding volledig door de bestuurder van het motorrijtuig vergoed moet worden.

Uitzonderingen 100% regel onder de 14 jaar

Op deze 100%-regel zijn er ook uitzonderingen en het wordt niet toegepast ingeval van:[7]

  • opzet of aan opzet grenzende (bewuste) roekeloosheid door de fietser of voetganger onder de 14 jaar;
  • regres door de verzekeraar;
  • bij reflexwerking ex. artikel 185 WVW 1994.

Fietsers en voetgangers 14 jaar en ouder

In het geval van een aanrijding door een bestuurder van motorrijtuig met een fietser of voetganger van 14 jaar of ouder, geldt de regel dat de gemotoriseerde bestuurder 50% van de schade van de fietser of voetganger vergoedt. Deze regel staat los van het geval van overmacht voor de bestuurder, dan is er geen sprake van gehele aansprakelijkheid meer. De rechter dient vervolgens na te gaan of er eventueel meer dan 50% vergoed moet worden door de bestuurder. Dit doet hij onder andere als er sprake is van een situatie waarbij:[8]

  • de bestuurder van het motorrijtuig heeft bijgedragen aan schade van meer dan 50% in verhouding tot de schade door de fietser en/of voetganger;
  • de billijkheid in het kader van alle omstandigheden van het geval dit vereist;
  • de fietser of voetganger 14 jaar of ouder is, maar wat betreft zijn ontwikkeling nog onder de leeftijd van 14 jaar is.[9]

Uitzonderingen 50% regel

Net als de 100%-regel heeft de 50%-regel ook uitzonderingen. De 50%-regel wordt niet toegepast op de bestuurder ingeval van:[10]

  • overmacht;
  • een aanrijding met een tram door de trambestuurder;
  • regres door de verzekeraar;
  • bij reflexwerking ex. artikel 185 WVW 1994.

 De billijkheidscorrectie

Nadat de omvang van de schadevergoeding aan de hand van de causale verdeling is vastgesteld, kan er worden afgeweken van deze hoofdregel. Dit gebeurt door middel van de billijkheidscorrectie. Dit is dan ook de tweede toets voor het bepalen van de schadevergoedingsplicht.[11] De billijkheidscorrectie zorgt ervoor dat er ruimte ontstaat voor een andere uitkomst van zowel de omvang van de schadevergoeding als de toerekening op grond van de causale verdeling.[12] Dit houdt in dat het percentage aansprakelijkheid kan worden bijgesteld, wat zowel in het voordeel als in het nadeel van de benadeelde kan zijn. Indien de billijkheid dit eist is elke andere uitkomst mogelijk. Deze uitkomst kan per situatie verschillen.

Toepassing billijkheidscorrectie

Voor de toepassing van de billijkheidscorrectie zijn ook de volgende belangrijke factoren bepalend: [13]

  • Uiteenlopen van de ernst en verwijtbaarheid van de gemaakte fouten;
  • Aard en ernst van het letsel;
  • Bijzondere omstandigheden, zoals bijvoorbeeld het verzekerd zijn voor aansprakelijkheid;
  • Leeftijd van het slachtoffer;
  • Lichamelijke en/of geestelijke ontwikkeling van het slachtoffer;
  • Draagkracht van een eventuele verzekering;
  • ‘Betriebsgefahr’: het gevaar dat een gemotoriseerde, vanwege de massa en de snelheid, in het verkeer met zich meebrengt met name ten opzichte van een ongemotoriseerde. Dit element zal vanzelfsprekend nooit in het voordeel van de gemotoriseerde kunnen worden toegepast. De omvang van de correctie hangt af van de massa en de snelheid waarmee is gereden.

Per zaak moet aan de hand van de voornoemde factoren worden beoordeeld of er plaats is voor een billijkheidscorrectie en hoe hoog deze billijkheidscorrectie dient te zijn. Men dient de billijkheidscorrectie te zien als een middel om de causale verdeling aan te passen naar redelijkheid. Daar waar de causale verdeling ziet op de ernst van de over een weer gemaakte fouten, gaat de billijkheidscorrectie in op de concrete omstandigheden van het geval. De billijkheidscorrectie biedt met andere woorden ruimte om een slecht ‘onderbuikgevoel’ als gevolg van een gemaakte causale verdeling recht te trekken.

Bronnen:

[1] M. Dekkers, Stappenplan: ter beoordeling van onrechtmatigheid en eigen schuld in het kader van de artikelen 6:162 BW en 6:101 BW, Den Haag: Verbond van verzekeraars, blz. 1.

[2] W.J.G. Oosterveen & N. Frenk, in: Tekst & Commentaar Burgerlijk Wetboek, Deventer: Kluwer 2013, blz. 2545.

[3] M. Dekkers, Stappenplan: ter beoordeling van onrechtmatigheid en eigen schuld in het kader van de artikelen 6:162 BW en 6:101 BW, Den Haag: Verbond van verzekeraars, blz. 2.

[4] W.J.G. Oosterveen & N. Frenk, in: Tekst & Commentaar Burgerlijk Wetboek, Deventer: Kluwer 2013, blz. 2548.

[5] HR 1 juni 1991, r.o. 5.3, NJ 1991/720.

[6] HR 31 mei 1991, r.o.7, NJ 1991/721, m. nt. C.J.H. Brunner.

[7] W.J.G. Oosterveen & N. Frenk, in: Tekst & Commentaar Burgerlijk Wetboek, Deventer: Kluwer 2013, blz. 2550.

[8] W.J.G. Oosterveen & N. Frenk, in: Tekst & Commentaar Burgerlijk Wetboek, Deventer: Kluwer 2013, blz. 2551.

[9] HR 24 december 1993, r.o. 3.4.3 en 3.4.4, NJ 1995/236.

[10] W.J.G. Oosterveen & N. Frenk, in: Tekst & Commentaar Burgerlijk Wetboek, Deventer: Kluwer 2013, blz. 2551.

[11] M. Dekkers, Stappenplan: ter beoordeling van onrechtmatigheid en eigen schuld in het kader van de artikelen 6:162 BW en 6:101 BW, Den Haag: Verbond van verzekeraars, blz. 8.

[12] M. Dekkers, Stappenplan: ter beoordeling van onrechtmatigheid en eigen schuld in het kader van de artikelen 6:162 BW en 6:101 BW, Den Haag: Verbond van verzekeraars, blz. 8.

[13] Verbond van verzekeraars. Spoorboekje artikel 185 WVW. Blz. 3.

Diensten

Diensten

Wat doen wij en voor wie doen wij dat? Voor slachtoffers van letselschade en voor letselschadeprofessionals die behoefte hebben aan objectieve informatie over letselschade.

Kennis

Kennis

LetselschadeSlachtoffer.nl biedt met haar website de laatste stand van zaken op het gebied van Jurisprudentie en legt via Wikipedia de termen uit die bij letselschade worden gebruikt.

Hulp

Hulp

Heeft u zelf een ongeval met letsel meegemaakt en wenst u professionele en kosteloze hulp van ervaren letselschadejuristen? Neem dan contact met ons op via het contactformulier op deze site.