Hoge Raad, 11 april 2008, ECLI:HR:2008:BC9225 (Tarioui/Vendrig)

  • Werkgeversaansprakelijkheid in het arrest Tarioui/Vendrig
  • Zorgplicht
  • Artikel 7:658

Onderwerp

Is de werkgever aansprakelijk voor de gevolgen van het ongeval van de werknemer op grond van artikel 7:658 BW? Heeft de werkgever niet voldaan aan zijn zorgplicht door geen toereikende veiligheidsvoorzieningen te treffen? U leest het in onze samenvatting van het arrest Tarioui/Vendrig.

De feiten

De heer Tarioui (hierna werknemer) is op 1 mei 1992 als wasserijmedewerker bij Vendrig (hierna werkgever) in dienst getreden. Werkgever heeft een chemische wasserij. Op  1 december 2000 werd werknemer aangesteld als technisch medewerker in opleiding/hulpmonteur. Op 10 september 2001 verricht werknemer op een bordes in de wasserij werkzaamheden. Werknemer loopt hierbij  tijdens de werkzaamheden in een plas water. Op de terugweg loopt werknemer door dezelfde plas water, maar glijdt dan uit en komt ten val. Werknemer draagt ten tijde van de val de door werkgever ter beschikking gestelde veiligheidsschoenen.

  • Als gevolg van het ongeval heeft de werknemer letsel aan zijn rechterhand opgelopen, waardoor hij blijvend arbeidsgehandicapt is geraakt.
  • Werknemer vordert in deze zaak schadevergoeding van de werkgever als gevolg van het ongeval geleden en de nog te lijden schade.
  • Daarbij stelt de werknemer dat de werkgever niet heeft voldaan aan haar zorgplicht om een veilige werkomgeving te creëren, nu zij het gevaar van uitglijden had kunnen beperken door rubberen matten op het bordes te plaatsen.
  • Na het ongeval heeft de werkgever rubberen matten op het bordes geplaatst om ongevallen te voorkomen.

Kantonrechter

De kantonrechter heeft de vordering van werknemer afgewezen. Volgens de kantonrechter kan van de werkgever niet worden gevergd dat zij het voorkomen van water op de vloer onder alle omstandigheden voorkomt, zeker nu het gaat om werkzaamheden in een wasserij. Daarnaast hoefde de werkgever werknemer niet te waarschuwen voor de aanwezigheid van de plas water, nu hij wist dat deze er lag.

Hof

Het hof heeft het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd. Het hof oordeelde dat de werknemer wist dat de plas er lag en dat hij hier op de terugweg rekening mee had moeten houden. Het is volgens het hof namelijk een feit van algemene bekendheid dat het door water lopen een verhoogd risico op uitglijden meebrengt. De vraag of werknemer is gewaarschuwd voor de gevaren (uitglijden) is dan ook niet van belang. Daarnaast oordeelt het hof dat er geen reden bestaat om aan te nemen dat de werkgever er niet op had mogen vertrouwen dat de veiligheidsschoenen voldoende zouden zijn om uitglijden te voorkomen, zodat het de werkgever niet kan worden verweten dat zij ten tijde van het ongeval geen rubberen matten heeft geplaatst. Het hof komt uiteindelijk tot de conclusie dat de werkgever niet tekortgeschoten is in de op haar rustende zorgplicht ex art. 6:658 BW.

Hoge Raad

De Hoge Raad oordeelt dat het hof uitgegaan is van een onjuiste stelling.

De Hoge Raad oordeelt dat de werkgever niet heeft voldaan aan zijn zorgplicht. De Hoge Raad overweegt het volgende: ‘’Artikel 7:658 vereist een hoog veiligheidsniveau van werktuigen, gereedschappen, alsmede organisatie van de organisatie van de betrokken werkzaamheden. Bovendien dient de werkgever toezicht te houden op behoorlijke naleving van de door hem gegeven instructies en behoorlijk onderhoud van werkruimte en materialen. Hierbij gaat het erom of de werkgever voor verrichten van arbeid zodanige maatregelen heeft getroffen en aanwijzingen heeft gegeven als redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat werknemer in uitoefening van werkzaamheden schade lijdt.’’

Overwegingen van de Hoge Raad:

  • De Hoge Raad overweegt vervolgens dat ondanks het feit dat waterplassen in een wasserij nu eenmaal niet zijn te voorkomen, de omstandigheid dat een werkgever een veiligheidsmaatregel heeft genomen – veiligheidsschoenen verstrekken tegen uitglijden – brengt nog niet mee dat de werkgever aan zijn verplichtingen heeft voldaan.
  • Er zijn nog meer effectieve maatregelen met hetzelfde doel die de werkgever had kunnen treffen, zoals het neerleggen van rubberen matten.
  • Het neerleggen van rubberen matten zou een eenvoudige en geëigende (extra) veiligheidsmaatregel zijn om uitglijden te voorkomen.
  • De werkgever mocht er dus niet zonder meer op vertrouwen dat de veiligheidsschoenen voldoende zouden zijn om uitglijden te voorkomen, zeker gezien het feit dat het gaat om waterplassen waarmee de werknemer binnen de werkzaamheden met enige regelmaat mee geconfronteerd wordt.

Conclusie

Als er eenvoudige nog verdergaande maatregelen beschikbaar zijn die de werkgever had kunnen treffen om ongevallen te voorkomen en deze zijn niet benut dan wordt dit de werkgever aangerekend.  De werkgever moet namelijk ervoor zorgen dat de werkplek veilig is en hij is degene die de veiligheid van de werksituatie bepaalt.

Diensten

Diensten

Wat doen wij en voor wie doen wij dat? Voor slachtoffers van letselschade en voor letselschadeprofessionals die behoefte hebben aan objectieve informatie over letselschade.

Kennis

Kennis

LetselschadeSlachtoffer.nl biedt met haar website de laatste stand van zaken op het gebied van Jurisprudentie en legt via Wikipedia de termen uit die bij letselschade worden gebruikt.

Hulp

Hulp

Heeft u zelf een ongeval met letsel meegemaakt en wenst u professionele en kosteloze hulp van ervaren letselschadejuristen? Neem dan contact met ons op via het contactformulier op deze site.