HR, 28-05-1999, NJ 1999, 564 Gemeente Losser/De Vries (Johanna Kruidhof)
- Kosten verzorging en verpleging
- Schadevergoeding
- Mantelzorg
Rechtsvraag
Of en tot welk bedrag:
- een vergoeding wegens het verlies van vakantiedagen van de ouders, alsmede
- een vergoeding voor de tijd die zij hebben besteed aan de verpleging en begeleiding van Johanna voor toewijzing in aanmerking komen?
Rechtsregel
Een slachtoffer kan ook vermogensschade lijden indien hij door familieleden wordt verpleegd en verzorgd. Het criterium: als de verpleging en verzorging kan worden uitbesteed aan professionals heeft het slachtoffer recht op een vergoeding. Dat er niet voor de verpleging wordt betaald, omdat deze wordt uitgevoerd door de ouders, doet niets af aan het recht op een vergoeding. Is uitbesteding niet mogelijk, bijvoorbeeld door de persoonlijke aard van de hulp of verpleging, dan bestaat er geen recht op een vergoeding.
De feiten en omstandigheden
De 11-jarige Johanna Kruidhof zit in groep 7 van de openbare basisschool ‘De Imenhof’ te Losser. Johanna had samen met een klasgenootje koffie- en theedienst. Deze dienst houdt in dat twee leerlingen voorafgaand aan het speelkwartier koffie en thee zetten voor de leraren. Tijdens de uitvoering van deze dienst wordt er geen toezicht gehouden op de leerlingen. Tijdens deze dienst heeft een van de twee leerlingen de waterketel op het voorste gaspitten gezet en het gas ontstoken.
Toen Johanna probeerde een theezakje uit het keukenkastje boven het gasstel te pakken, vatte het T-shirt van Johanna vlam. Johanna probeerde het vuur te doven onder de kraan, maar deze was afgesloten omdat een kleuter ergens anders in een klaslokaal een tapkraan had losgedraaid waardoor er water een klaslokaal inspoot. Johanna rende vervolgens de keuken uit naar een juf en die heeft het vuur gedoofd. Vervolgens is de juf met Johanna naar de dokter en het ziekenhuis gegaan. Johanna is verschillende malen opgenomen in het Brandwondencentrum, om de brandwonden die 23% van haar lichaam bedekte, te behandelen. Johanna werd toen ze thuis was verpleegd en verzorgd door haar ouders.
Eisen
De ouders van Johanna eisen een vergoeding voor de vakantiedagen die zij hebben gebruikt om Johanna te bezoeken in het ziekenhuis. Het gaat hier niet om extra onbetaalde verlofdagen. Tevens eisen zij een vergoeding voor de uren die zij hebben gestoken in de begeleiding en verpleging van Johanna na het ongeval.
Hoge Raad
De Hoge Raad oordeelde Johanna dat op grond van artikel 6:107 BW aanspraak kon maken op een vergoeding voor de geleden vermogensschade wegens de verzorging en verpleging. Dat de verzorging werd uitgevoerd door haar ouders, en dat hiervoor dus niet is betaald, doet niets af aan haar recht op vergoeding.
De Hoge Raad heeft om tot dit oordeel te komen het volgende overwogen: als iemand door een ongeval langdurige verpleging en verzorging nodig heeft is de aansprakelijke partij verplicht deze zorg mogelijk te maken.
Wanneer een bekende de zorg en verpleging van het slachtoffer op zich neemt zonder hiervoor een vergoeding te vragen, voldoet de bekende aan de verplichting van de aansprakelijke. De redelijkheid brengt mee dat er voor de begroting van de vermogensschade buiten beschouwing wordt gelaten dat er niet betaald is voor de zorg en verpleging. De rechter mag geen hogere vergoeding toewijzen dan het geschatte bedrag van de bespaarde kosten van de professionele zorg en verpleging.
De Hoge Raad verwierp de aanspraak op schadevergoeding wegens het verlies van vakantiedagen als gevolg van ziekenhuisbezoek. De Hoge Raad is tot dit oordeel gekomen, omdat de vakantiedagen door Johanna’s ouders zijn aangewend om hun dochter te kunnen bezoeken in het ziekenhuis. De persoonlijke aard van een ziekenhuisbezoek maakt het niet aannemelijk dat er voor deze bezoeken professionele hulpverleners ingeschakeld zouden worden. Dat de bezoekjes van de ouders een positief effect hadden op Johanna’s genezing, komt door de persoonlijke band tussen ouder en kind. Het verlies van vakantiedagen kan derhalve niet als schade van Johanna worden aangemerkt.
