LetselschadeSlachtoffer.nl

HR 28 mei 2004, NJ 2005, 105

  • Zorgplicht terreinbeheerder
  • Gevaarzetting
  • Waarschuwingsplicht
  • 6:162 BW (onrechtmatige daad)

Onderwerp

Het centrale onderwerp in het Jetblast arrest:

Is het plaatsen van een waarschuwingsbord bij een vliegveld te beschouwen als een voldoende maatregel ter bescherming van het gevaar van een jetblast? Hoever reikt de zorgplicht van een terreinbeheerder?

Feiten in het Jetblast arrest

Op 6 mei 2000 kijkt een vrouw op Sint Maarten vanaf de openbare weg, achter het afscheidingshek van het vliegveldterrein, naar het opstijgen van een vliegtuig. Bij dit opstijgen ontstaat een sterke luchtstroom, een zogenoemde jetblast. Door deze jetblast wordt de vrouw omver geblazen en komt zij op de rotsen van het strand terecht. Op het afscheidingshek was een bord geplaatst met de tekst ‘warning!’ en het onderschrift ‘low flying and departing aircraft blast can cause physical injury’.

De vrouw stelt de beheerder van het vliegveld aansprakelijk voor haar letselschade op grond van onrechtmatig handelen door het uitblijven van gepaste veiligheidsmaatregelen voor een gevaarlijke situatie.[1]

Eerste aanleg

Het gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba oordeelt dat de terreinbeheerder onrechtmatig zou handelen wanneer hij moet verwachten dat mensen zich direct aan de grenzen van zijn terrein opstellen, terwijl hij weet dat er een bepaald gevaar bestaat op zijn terrein en hij geen maatregelen tot waarschuwen neemt. Dit komt omdat het gevaar zich ook uitstrekt tot de directe omgeving buiten zijn terrein. De vraag is dus of het plaatsen van een waarschuwingsbord op het hek voldoende is. Het hof vindt van wel nu de terreinbeheerder over de plaats buiten zijn terrein geen zeggenschap heeft en mensen door het waarschuwingsbord op de hoogte kunnen zijn van het gevaar.

Cassatie

In cassatie wordt geoordeeld dat het plaatsen van een waarschuwingsbord niet afdoende is. Vast staat dat er in groten getale toeristen vanaf de bewuste plaats naar de vliegtuigen kijken. Dat wil zeggen dat het bord niet voldoende waarschuwt.

Of een waarschuwing een afdoende maatregel is ter voorkoming van een bepaald gevaar, hangt mede af van het antwoord op de vraag of te verwachten valt dat die waarschuwing zal leiden tot handelen of nalaten waardoor het betrokken gevaar wordt vermeden.”[2]

Het doet er in deze situatie niet toe dat de terreinbeheerder buiten zijn terrein geen zeggenschap heeft. Het gevaar wat zich op zijn terrein voordoet, strekt zich immers uit tot de zeer directe nabijheid van het terrein. De beheerder heeft dan ook verantwoordelijkheid over het stuk buiten zijn terrein waartoe het gevaar strekt, nu hij kan verwachten dat zich daar publiek bevindt. Het feit dat de vrouw op de hoogte kon zijn van het gevaar, wil niet zeggen dat er voldoende gewaarschuwd is. Voor een voldoende waarschuwing is vereist dat het publiek van het gevaar op de hoogte is en dat die waarschuwing ook leidt tot een handelen of nalaten waardoor het betrokken gevaar wordt vermeden.

Ook van toepassing op werkgeversaansprakelijkheid

In een andere uitspraak van de Hoge Raad wordt de maatstaf van voldoende en effectief waarschuwen toegepast bij een gevaarlijke situatie op de werkvloer. Het ging hier om een situatie waarbij een werknemer drie vingertoppen verloor bij de bediening van een gevaarlijke inpakmachine, omdat hij met zijn hand een storing in de machine wilde verhelpen.[3] De Hoge Raad oordeelde ook hier dat het bij het beoordelen van een waarschuwing als een afdoende maatregel van doorslaggevende betekenis is of een waarschuwing tot een handelen of nalaten leidt waardoor het gevaar wordt vermeden. Ook in een uitspraak over werkgeversaansprakelijkheid bij uitglijden over een plas water op de werkvloer werd dezelfde maatstaf voor waarschuwen gehanteerd.[4]

Conclusie

De aansprakelijkheid van terreinbeheerders kan zich ook uitstrekken tot de directe nabijheid van hun terrein, waar zij in principe geen zeggenschap over hebben. Er wordt aan de hand van de Kelderluikcriteria gekeken of er noodzaak tot het nemen van maatregelen tot waarschuwen is. Daarbij is van belang dat zich een bepaald gevaar voordoet op het terrein die zich uitstrekt tot de directe omgeving van dat terrein. Wanneer een beheerder moet verwachten dat mensen zich direct aan de grenzen van zijn terrein opstellen en weet dat een bepaald gevaar zich voordoet aan die grenzen, dient hij voldoende voor dat gevaar te waarschuwen. Voor een voldoende waarschuwing is vereist dat het publiek van het gevaar op de hoogte is en daardoor ook iets gaat doen of laten om dat gevaar te vermijden. Het gaat, met andere woorden, om de effectiviteit van de waarschuwing. Deze maatstaf van effectief waarschuwen kan ook worden toegepast bij gevaarlijke situaties op de werkvloer.[5]

[1] https://www.navigator.nl/document/id157620040528r03026hrnj2005105dosred/ecli-nl-hr-2004-ao4224-nj-2005-105-antillenzaak-gevaarzetting-onrechtmatige-daad-maatstaf-afdoende-veiligheidsmaatregelen?ctx=WKNL_CSL_92

[2] https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2004:AO4224 r.o. 3.4.3.

[3] HR 11 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU3313 (Bayar/Wijnen)

[4] HR 11 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC9225 (Tarioui/Vendrig)

[5] Groene Serie Onrechtmatige Daad, 88.5.1 Effectiviteit van de waarschuwing (Jetblast) bij: Burgerlijk Wetboek Boek 6, artikel 162.

Diensten

Wat doen wij en voor wie doen wij dat? Voor slachtoffers van letselschade en voor letselschadeprofessionals die behoefte hebben aan objectieve informatie over letselschade.

Kennis

LetselschadeSlachtoffer.nl biedt met haar website de laatste stand van zaken op het gebied van Jurisprudentie en legt via Wikipedia de termen uit die bij letselschade worden gebruikt.

Hulp

Heeft u zelf een ongeval met letsel meegemaakt en wenst u professionele en kosteloze hulp van ervaren letselschadejuristen? Neem dan contact met ons op via het contactformulier op deze site.