LetselschadeSlachtoffer.nl

Deelgeschil omtrent statistische gegevens

  • Gebruik statistische gegevens
  • Hypothethische situatie zonder ongeval
  • Verlies aan verdienvermogen

Samengevat gaat het in dit deelgeschil (ECLI:NL:RBLIM:2016:2670) over het al niet vasthouden aan statistische gegevens. Aangezien uit de gezondheidssituatie van het slachtoffer (verzoeker) blijkt dat het niet onaannemelijk is dat hij tot de voor hem geldende pensioengerechtigde leeftijd zou hebben doorgewerkt, als hem het ongeval niet was overkomen, wordt verzoeker door de rechtbank in het gelijk gesteld. ASR mag dan ook geen gebruik maken van statistische gegevens om een eindleeftijd wat betreft het verlies aan verdienvermogen vast te stellen.

Partijen

  • Verzoeker
  • Verweerster (ASR)

Geschil

Op 9 oktober 2012 is verzoeker, rijdend op zijn fiets, aangereden door een auto. Verzoeker heeft aan het ongeval klachten overgehouden. Verzoeker is 60 jaar oud en bouwvakker van beroep. Dit beroep heeft hij tot enkele maanden voor het ongeval ook uitgeoefend. Verzoeker heeft voorheen geen schouderklachten gehad. Verzoeker heeft een degeneratieve verandering in het AC-gewricht, maar dit komt volgens deskundigen bij veel mensen van die leeftijd voor zonder dat zij last ervaren.

Verzoeker werkte tot enkele maanden voor het ongeval nog als bouwvakker, maar is wegens ontslag werkloos, hetgeen geen medische redenen had. Volgens de deskundige is het moeilijk voorspelbaar dat verzoeker ook klachten in de toekomst zou zijn gaan ondervinden. Zouden de klachten in de toekomst toch zijn ontstaan, dan waren deze hetzelfde geweest als nu na het ongeval.

Standpunt ASR in reconventie

  • Gezien de bevindingen van de deskundige is het redelijk om uit te gaan van een geringe looptijd van de schade. Hiervoor heeft ASR aansluiting gezocht bij de cijfers van het CBS waarop een bouwmedewerker met pensioen gaat. Dit is 63 jaar en 7 maanden.
  • Volgens ASR is het niet aannemelijk dat verzoeker tot de voor hem geldende pensioengerechtigde leeftijd werkzaam zou zijn geweest als hem het ongeval niet was overkomen.
  • ASR verzoekt te bepalen dat het aanvaardbaar is dat de looptijd van de schade van verzoeker beperkt is in tijd en wel tot de leeftijd van 63 jaar en 7 maanden of een nader te bepalen andere juiste leeftijd.

Beoordeling in reconventie

Voor de begroting van de inkomensschade dient een vergelijking plaats te vinden tussen de inkomenssituatie van het slachtoffer zoals deze is na het ongeval met de hypothetische inkomenssituatie als het ongeval niet had plaatsgevonden. Het is van belang dat de hypothetische inkomenssituatie zo secuur mogelijk wordt vastgesteld. Hiervoor zal gebruik worden gemaakt van concrete gegevens die betrekking hebben op het slachtoffer. Voorgaande manier is gepast, aangezien dit het beste aansluit op de concrete omstandigheden van het slachtoffer. Indien de concrete gegevens ontbreken of te ondubbelzinnig zijn, kan worden gekeken naar de statistische gegevens.

Hypothetische situatie

Voor het vaststellen van de hypothetische situatie zijn de medische gegevens van het slachtoffer gedurende het ongeval van belang. Tevens wordt er gekeken naar de persoonlijke omstandigheden, zoals de sociale en financiële situatie, voor het vaststellen van de hypothetische situatie.

Risico voor ASR

Het staat vast dat verzoeker ten tijde van het ongeval niet leed aan gezondheidsklachten die het vermoeden rechtvaardigen dat hij vanwege die klachten niet tot zijn pensioengerechtigde leeftijd zou hebben gewerkt. De gezondheidstoestand van verzoeker gaf ten tijde van het ongeval geen aanleiding om te veronderstellen dat hij vanwege medische gronden niet tot de pensioengerechtigde leeftijd zou hebben kunnen doorwerken. Uit medisch oogpunt is niet onaannemelijk dat verzoeker zonder klachten zou hebben doorgewerkt tot de pensioengerechtigde leeftijd. ASR als aansprakelijkheidsverzekeraar dient het risico te dragen, aangezien niet met zekerheid kan worden gezegd dat het slachtoffer niet door zou hebben gewerkt.

Door ASR is voorts niet iets gesteld of gebleken betreffende de sociale of financiële situatie van het slachtoffer, waaruit zou kunnen volgen dat deze niet tot de pensioengerechtigde leeftijd zou hebben doorgewerkt. Bovendien blijkt juist uit de gegevens dat verzoeker in dienst zou treden bij zijn zoon.

Conclusie

Allesomvattend kan worden gesteld dat: ‘het primaire verzoek om te bepalen dat aannemelijk is dat de looptijd van de schade verzoeker in tijd beperkt is tot de leeftijd van 63 jaar en 7 maanden, moet worden afgewezen. Het subsidiaire verzoek om in goede justitie een andere leeftijd te bepalen, zal worden toegewezen, in die zin dat de rechtbank die leeftijd zal bepalen op de voor verzoeker geldende pensioengerechtigde leeftijd (de AOW-leeftijd).’

Diensten

Wat doen wij en voor wie doen wij dat? Voor slachtoffers van letselschade en voor letselschadeprofessionals die behoefte hebben aan objectieve informatie over letselschade.

Kennis

LetselschadeSlachtoffer.nl biedt met haar website de laatste stand van zaken op het gebied van Jurisprudentie en legt via Wikipedia de termen uit die bij letselschade worden gebruikt.

Hulp

Heeft u zelf een ongeval met letsel meegemaakt en wenst u professionele en kosteloze hulp van ervaren letselschadejuristen? Neem dan contact met ons op via het contactformulier op deze site.