Hoge Raad 8 januari 1982, ECLI:NL:HR:1982:AG4306
- Onrechtmatige daad (6:162 BW)
- Zorgvuldigheidsnorm
- Aansprakelijkheid
Onderwerp
Het centrale onderwerp in dit arrest is de vraag of het dorpshuis aansprakelijk kan worden gesteld, op grond van onrechtmatige daad voor de letselschade van de vuilnisman?
De feiten in Dorpshuis Kamerik
Personeel van het dorpshuis zet een zak huisvuil op straat bij de vuilnis. In deze zak zit een kartonnen doos met daarin een emmertje met een bijtende stof (natronloog) erin. Als de vuilnisman deze vuilniszak in de vuilniswagen wil gooien, krijgt hij door de in de vuilnisauto bevindende mechaniek, de natronloog in zijn gezicht. Hierdoor loopt hij ernstig oogletsel op.
Rechtsvraag
Is het dorpshuis aansprakelijk voor de letselschade van de vuilnisman?
Hof
- Het Hof geeft aan dat het personeel van het Dorpshuis (schoonmaakster en beheerder) niet aansprakelijk is voor de schade die de vuilnisophaler heeft geleden.
- Het Hof oordeelt namelijk dat de schoonmaakster of de beheerder niet hoefden te voorzien, dat het klaarzetten van een emmertje in een kartonnen doos met daaromheen een dichtgebonden plastic zak, voor de vuilophalers gevaar zou kunnen opleveren.
Wetenschap niet van belang
Het is hierbij dus niet van belang of de schoonmaakster en beheerder wisten dat het om natronloog ging en daarom behoefde er ook geen nader onderzoek door hen plaats te vinden. Verder oordeelt het Hof dat de kans dat een ongeluk zou intreden ook niet relevant is. De kans dat iets zou gebeuren moest in ieder geval klein lijken, maar het hoefde dus niet daadwerkelijk zo te zijn. Hiermee hanteert het Hof een subjectieve voorzienbaarheid.
De Hoge Raad
De Hoge Raad oordeelt anders dan het Hof, aangezien de Hoge Raad stelt dat aan de kant van het Dorpshuis zorgvuldigheid mocht worden geëist, bij het opruimen van een vloeistof waarvan men de aard niet kende.
Onzorgvuldig
- Het neerzetten van het emmertje in een kartonnen doos met daaromheen een vuilniszak voldoet niet aan de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer wordt vereist.
- Dit is mede bepaald, met het oog op de veiligheid van degene die met deze vuilnis en dus onbekende vloeistof in aanraking komt.
- Tussen het moment van het buiten klaarzetten van de vuilnis en dat van de afvoering ervan door de vuilnisophaaldienst.
Wetenschap wél van belang
De Hoge Raad bepaalde dat het neerzetten van het emmertje alleen niet in strijd zou zijn met de zorgvuldigheid, als men wist of gegronde redenen zou hebben om aan te nemen dat het om vloeistof gaat die bij aanraking met de mens geen gevaar zou opleveren.
Nagelaten voorzorgsmaatregelen te nemen
Daarnaast hadden door de schoonmaakster of beheerder van het dorpshuis passende voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen. Zo hadden ze diegene die de zak zou pakken moeten waarschuwen voor de in de zak aanwezige emmer met mogelijke gevaarlijke vloeistof.
Conclusie
In dit arrest staat voornamelijk het zorgvuldigheidsbeginsel in de schijnwerpers. De Hoge Raad oordeelt dat het er niet toe doet, wat de kans van het intreden van gevaar is en of dit voorzienbaar is. Daarnaast is het ook niet van belang op welke manier het gevaar zich uiteindelijk heeft verwezenlijkt. Het gaat er om, of aan de eisen van zorgvuldigheid is voldaan, zoals die in het maatschappelijk verkeer worden geëist.
Niet in strijd met zorgvuldigheidbeginsel
De Hoge Raad geeft hier wel twee uitzonderingen op. Het zou bijvoorbeeld niet in strijd zijn met het zorgvuldigheidsbeginsel als:
- Men wist of gegronde redenen zou hebben om aan te nemen dat het om een niet gevaarlijke vloeistof ging.
- Indien men de vuilniszak waar het emmertje met natronloog in zat, had voorzien van een waarschuwing.
Nu dat in dit geval niet gebeurd was, is de het dorpshuis aansprakelijk en moet zij de (letsel)schade van de vuilnisman vergoeden.
