LetselschadeSlachtoffer.nl

Hoge Raad ’s-Gravenhage, 12 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9434

  • 7:658 BW (zorgplicht werkgever)
  • 7:611 (goed werkgeverschap)
  • Redelijkheid en billijkheid

Onderwerp

Kan een werknemer de werkgever aansprakelijk stellen voor zijn letselschade of zaakschade die hij heeft opgelopen als gevolg van een verkeersongeval die de werknemer zelf heeft veroorzaakt met de bedrijfsauto tijdens werktijd?

De feiten

De heer Van der Hoeven verrichtte montagewerkzaamheden aan de Amsterdam Arena samen met drie collega’s. Ten behoeve van het vervoer naar Amsterdam stelt Vonk (werkgever) dagelijks een bedrijfsbusje beschikbaar waarvan de werknemers verplicht gebruik moeten maken. Het busje wordt bij toerbeurt door één van hen bestuurd.  Op een dag op de terugweg vanuit Amsterdam bestuurt Van der Hoeven het busje. Tijdens het rijden verliest hij de macht over het stuur en slaat diverse malen over de kop. Alle vier inzittenden raken gewond. Van der Hoeven heeft ernstig rugletsel opgelopen.

Schade van de inzittende passagiers

De schade van de drie inzittenden (de collega’s) wordt door de WAM-verzekeraar[1] van het busje vergoed. Van der Hoeven dreigt echter als veroorzaker van het ongeval met zijn schade achter te blijven. De WAM-verzekering sluit namelijk schade aan de bestuurder i.c. Van der Hoeven uit, voor hem is dus geen passende verzekering afgesloten. Hij stelt daarom zijn werkgever Vonk  aansprakelijk. Primair op grond van het feit dat de werkgever niet (in voldoende mate) voldaan zou hebben aan de op haar rustende zorgplicht. Subsidiair op grond van de redelijkheid en billijkheid, aangezien hieruit en uit het arbeidsrecht (de bescherming die werknemers krijgen) blijkt dat de werkgever de schade die de werknemer tijdens de uitoefening van zijn functie heeft opgelopen zou moeten dragen.

Kantonrechter

De kantonrechter oordeelt dat Vonk tekortgeschoten is in zijn zorgplicht ex art. 7:658 BW. Van der Hoeven en de andere werknemers waren verplicht het werkbusje te gebruiken. Het gebruik van het werkbusje brengt volgens de kantonrechter het risico met zich dat het busje betrokken kan raken bij een verkeersongeval met als mogelijk gevolg het oplopen van ernstig lichamelijk letsel voor alle inzittenden onder wie Van der Hoeven.

Hof

Vonk is tegen het oordeel van de rechtbank in beroep gegaan. Het hof wijst de vordering van werknemer toe, echter niet op grond van art. 7:658 BW maar op grond van art. 7:611 BW (goed werkgeverschap) en de redelijkheid en billijkheid. Het hof neemt hierbij de volgende punten in aanmerking: 

  1. De werknemer, Van der Hoeven, was in de uitoefening van zijn werkzaamheden verplicht dagelijks met de auto naar Amsterdam en terug te rijden;
  2. daarbij was hij verplicht bij toerbeurt te chaufferen;
  3. bij het plaatsvinden van een eventueel ongeval waren de financiële gevolgen voor alle inzittenden van het busje door een WA-verzekering gedekt – alleen niet voor Van der Hoeven als de bestuurder van het busje
  4. aan de zijde van Van der Hoeven was geen sprake van opzet dan wel bewuste roekeloosheid bij het ontstaan van het ongeval;
  5. het “ervaringsfeit” dat door de dagelijkse omgang met auto’s de gebruiker daarvan niet steeds alle voorzichtigheid in acht neemt ter voorkoming van ongevallen.

Onaanvaardbaar dat Van der Hoeven geen schadvergoeding krijgt

Het hof oordeelt vervolgens dat het onaanvaardbaar is dat Van der Hoeven vanwege de omstandigheid dat hij toevallig ten tijde van het ongeval het busje bestuurde als enige zijn schade niet vergoed krijgt. Vonk is dan ook aansprakelijk voor de schade van Van der Hoeven, nu deze schade niet door een verzekering is gedekt.

Geen schending zorgplicht ex art. 7:658 BW

Het hof gaat niet uit van schending van de zorgplicht ex art. 7:658 BW, omdat dan moet worden voldaan aan twee vereisten: a) er moet sprake zijn van schade die is geleden in de uitoefening van de werkzaamheden en b) de werkgever moet zeggenschap gehad hebben over de situatie waarin de werknemer zich bevond en moet hem instructies hebben kunnen geven.

Art. 7:611 BW

In casu gaat het hof daarom uit van art. 7:611 BW en de redelijkheid en billijkheid.

Hoge Raad

De Hoge Raad ging mee in het oordeel van het hof. De Hoge Raad oordeelt dat de werkgever de schade die Van der Hoeven had geleden als gevolg van een verkeersongeval onder werktijd, moest vergoeden, ook al trof de werkgever geen verwijt aan het ongeval. De vergoedingsplicht werd gebaseerd op de bijzondere omstandigheden van het geval, te weten de bovenstaande de punten 1 t/m 5.

Werkgever op grond van 7:611 BW verplicht tot afsluiten behoorlijke verzekering

De Hoge Raad overwoog vervolgens dat Vonk op grond van art. 7:611 BW de verplichting heeft om zorg te dragen voor een behoorlijke verzekering van die werknemers wiens werkzaamheden ertoe kunnen leiden dat zij als bestuurder van een motorvoertuig betrokken raken bij een verkeersongeval.[2] Volgens de Hoge Raad is het risico van verkeersongevallen inmiddels goed verzekerbaar tegen betaalbare premies, dus mag van werkgevers worden verwacht dat zij zo’n verzekering afsluiten. De verzekeringsplicht voor de werkgever ontstaat zodra de werknemer zich voor zijn werk met de auto in het verkeer begeeft.[3]

Bronnen:

[1] Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM)

[2] HR 1 februari 2008, JAR 2008/56 (Maasman/Akzo).

[3] HR 9 juli 2010, JAR 2010/19.

Diensten

Wat doen wij en voor wie doen wij dat? Voor slachtoffers van letselschade en voor letselschadeprofessionals die behoefte hebben aan objectieve informatie over letselschade.

Kennis

LetselschadeSlachtoffer.nl biedt met haar website de laatste stand van zaken op het gebied van Jurisprudentie en legt via Wikipedia de termen uit die bij letselschade worden gebruikt.

Hulp

Heeft u zelf een ongeval met letsel meegemaakt en wenst u professionele en kosteloze hulp van ervaren letselschadejuristen? Neem dan contact met ons op via het contactformulier op deze site.